Oppositie legt hoofdstad van Bangladesh lam

DHAKA, 14 FEBR. Gezeten op de gammele lege tafels waar ze gewoonlijk hun koopwaar aanbieden, zitten enkele tientallen mannen in het centrum van de Bengaalse hoofdstad Dhaka te kaarten. Anderen buigen zich geconcentreerd over een met krijt getekend bord op de grond, waarop ze een ingewikkeld spel met opgeraapte sigarettepeukjes als stukken spelen.

Werken is weer eens onmogelijk vandaag. De gezamenlijke oppositie heeft één dag voor de algemene verkiezingen van morgen een hartal, een algehele staking, van 48 uur gelast en daaraan houden de inwoners van Dhaka zich eerbiedig. Niet uit liefde voor de oppositie maar uit vrees. Door de bijna wekelijkse hartals, die het straatarme land per keer meer dan 30 miljoen dollar kosten, zijn ze de afgelopen maanden door schade en schande wijs geworden.

De meesten zijn niet van plan zich morgen naar een stembureau te begeven. “Ik ga morgen zeker niet stemmen. Geen van de partijen staat me aan”, roept een passerende ongeschoren PTT-beambte. “De politici zijn toch allemaal even corrupt”, voegt een jongeman met een wit kalotje en een pluizige sik er ongevraagd aan toe. Geen van de omstanders spreekt deze in Dhaka wijdverbreide wijsheid tegen.

Wat er gebeurt als je de oppositie tegen de haren instrijkt, ondervinden even verderop enkele riksha-bestuurders, die niets vermoedend een stadsdeel binnenrijden met een groot kantoor van de Awami-liga, veruit de grootste oppositiepartij, die heeft opgeroepen tot een boycot van de verkiezingen. Joelend worden ze omsingeld door aanhangers van de liga, die direct hun fietstaxi's omver gooien. Met hun gehavende riksha's maken de bestuurders zich zo snel mogelijk uit de voeten.

Het spektakel van de riksha's wordt van vlakbij glimlachend gadegeslagen door een bataljon politie-agenten in helderblauwe hemden. Waarom maken zij geen eind aan deze agressie tegen onschuldige burgers? “Dat vindt mijn baas niet nodig”, zegt hun grijnzende aanvoerder wijzend op een walkie-talkie waarmee hij zojuist zijn superieuren heeft geraadpleegd.

Vijf jaar nadat Bangladesh eensgezind de militaire dictatuur omver wierp, hebben de politici van het land de prille parlementaire democratie alweer tot een lege huls gemaakt. Dertien maanden geleden besloten alle grotere oppositiepartijen eendrachtig hun zetels in het parlement op te geven uit protest tegen vermeende fraude van de kant van de regering bij tussentijdse verkiezingen in maart 1994.

Daarmee kwam een einde aan de normale democratische dialoog, die trouwens al sinds het aantreden van premier Khaleda Zia in 1991 op een laag pitje had gestaan, mede omdat de premier zelden de moeite nam naar het parlement te komen. Sinds december 1994 heeft Khaleda Zia's Nationale Partij van Bangladesh het rijk alleen.

Als het aan de oppositiepartijen ligt, komt daarin voorlopig ook geen verandering. Die zijn niet van plan in het parlement terug te keren, zolang de premier volhardt in haar weigering in te gaan op hun eis af te treden en het roer over te geven aan een neutraal overgangsbewind. Dat zou toezicht moeten houden op de volgende verkiezingen. Aan de verkiezingen van morgen doen ze hoe dan ook niet mee.

“Je stem uitbrengen heeft bovendien geen enkele zin”, verklaart een werknemer van het Nationale Bureau voor Toerisme. “Bij staatsbedrijven zoals dit zorgen ze er toch altijd voor dat de stemmen van de werknemers op de regeringspartij worden uitgebracht. Ik neem dus morgen niet de moeite me stembiljet in te vullen.

Volgens dezelfde man hebben veel mensen de stad verlaten uit angst voor ongeregeldheden. Ze maken er maar een gedwongen vakantie van. Vandaag en morgen zijn wegens de hartal immers toch alle kantoren en winkels gesloten. Vrijdag is in het islamitische Bangladesh een vrije dag en begin volgende week komt het land hoe dan ook tot stilstand wegens het feest voor het einde van de ramadan, de vastenmaand. Inderdaad zijn de anders overvolle straten van Dhaka opmerkelijk stil. Auto's rijden er niet, slechts fiets-riksha's rammelen voorbij. De sfeer is echter niet grimmig, eerder goedmoedig.

Het opkomstpercentage bij de verkiezingen zal vermoedelijk niet boven de 20 procent uitkomen. Het verwijt uit de mond van oppositieleidster Sheikh Hasina Wajed dat de verkiezingen een 'farce' zijn, is dan ook gegrond, al vermeldt ze daarbij niet dat zij zelf een van de oorzaken van de farce is. Khaleda Zia houdt intussen eveneens terecht vol dat er krachtens de constitutie voor eind februari verkiezingen dienen te worden gehouden.

Intussen vraagt de bevolking van Bangladesh zich af, wat er na de schertsverkiezingen zal gebeuren. Zelf heeft de premier de deur gisteren op een kier gezet. Ze zei bereid te zijn tot nieuw overleg na de verkiezingen. Daarbij zou ook gepraat kunnen worden over nieuwe, meer serieuze verkiezingen. Dit alles is echter onvoldoende voor haar koppige tegenstreefster Sheikh Hasina. Gewoontegetrouw verwierp die gisteren vrijwel onmiddellijk de nieuwe voorstellen van de regering.

    • Floris van Straaten