Onverzoenlijke oorlog in de woestijn van Soedan

Soedan is sinds jaar en dag verscheurd door een oorlog tussen het Arabische noorden en het zwarte zuiden. Het moslim-fundamentalistische regime in Khartoum raakt internationaal steeds verder geïsoleerd wegens vermeende betrokkenheid bij terroristische acties.

KHARTOUM, 14 FEBR. Kreten van 'Allahu Akbar, Allahu Akbar' - God is groot - verstoren de stilte in de woestijn. De zon zakt weg achter de rotsen waarop teksten uit de Koran zijn gekalkt. De zware hitte laat zich verdrijven door een aangenaam briesje. Soldaten marcheren in het met prikkeldraad omheinde trainingskamp Markhiat, op de zandvlakten anderhalf uur rijden van de Soedanese hoofdstad Khartoum. Steeds gedrevener roepen ze God aan. Hun voetstappen maken doffe dreunen in het woestijnzand, een ritme dat wordt aangevuld met het geluid van paardehoeven. De soldaten van de cavalerie zetten een dreunend lied in. “Garang keert zich tegen de nationale aspiraties”, zingen ze, “we moeten hem verslaan en de shari'a tot de enige wet van Soedan maken.”

John Garang is de leider van het zuidelijke Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA). In 1955 begon de oorlog in Zuid-Soedan, waar zwarte Afrikaanse volkeren leven die natuurgodsdiensten of het christendom aanhangen. De politieke en economische dominantie door de gearabiseerde, islamitische noorderlingen in het grootste land van Afrika deed de zuiderlingen naar de wapens grijpen. De agressie onder de zuiderlingen tegen de noordelijke regimes heeft sindsdien welhaast onverzoenlijke vormen aangenomen. Na een pauze van tien jaar begon in 1983 de oorlog opnieuw. Als gevolg van de machtsovername in 1989 in Khartoum door de moslim-fundamentalisten laaide de strijd heviger op dan ooit tevoren: de oorlog is tot jihad verklaard, een heilige oorlog.

Op ongekend grote schaal mobiliseerde het fundamentalistische regime van de ideoloog Hassan el-Turabi en president Omar el-Bashir de bevolking na 1989 voor de strijd. Naast het regeringsleger werd de Volksdefensiemacht (PDF) opgericht, een paramilitaire organisatie die volgens de hoogste schattingen inmiddels één miljoen soldaten telt. Iedere Soedanese man beneden de dertig jaar, en sinds enkele weken ook beneden de vijfenveertig, moet enkele weken in een van de talrijke PDF-kampen oefenen.

In het Markhiat-kamp vertelt iedere soldaat - onder toeziend oog van de commandant - zich vrijwillig te hebben aangemeld voor het PDF. Onder bewoners van Khartoum vallen andere verhalen te horen: de laatste maanden is er op grote schaal onder dwang gerecruteerd. “De veiligheidsagenten van de fundamentalisten zetten in alle buurten op de straathoeken tenten op”, zegt een inwoner. “Op weg naar ons werk haalden ze ons 's ochtends uit de bus. Ze stelden ons op in rijen en keken of we sterk genoeg waren. Alleen de zwakken en degenen die bij de regering werken of student zijn, laten ze gaan.”

Bedrijven in de Soedanese hoofdstad kregen opdracht aan de autoriteiten personeelslijsten te overleggen, waaruit moet blijken of alle werknemers hun verplichte training in een PDF-kamp hebben doorlopen. Direct na de ronseling in de straten van Khartoum worden de recruten afgevoerd en meestal ver buiten de stad gebracht. Familieleden blijven zo veelal in het ongewisse waar hun vaders en zonen zijn. Commandant Mohamed wijst in het hoofdkwartier van de PDF in Khartoum de beschuldiging over gedwongen recrutering echter resoluut van de hand: “Daar heb ik slechts één antwoord op: Bullshit!”

Na de opleiding van ongeveer 45 dagen worden de recruten naar het oorlogsfront gevlogen, honderden kilometers verderop in het zuiden. Begin jaren negentig behaalde het Soedanese regeringsleger met hulp van het PDF spectaculaire overwinningen, en het SPLA kwam met de rug tegen de muur te staan. Maar midden vorig jaar volgde de omslag. Geholpen door extra buitenlandse steun sloegen de zuidelijke rebellen op enkele fronten terug en dreven het regeringsleger en de PDF in het defensief. Onafhankelijke ooggetuigen spreken over vele honderden doden aan de zijde van het PDF.

Deze slachtoffers zijn de martelaren van de heilige oorlog, ze komen in de hemel en zullen daar vele vrouwen bezitten. Aldus luidt de leuze van het regime. “Onze jonge generatie ondergaat een hersenspoeling”, klaagt een Noordsoedanese vrouw over het aardse bestaan. “Dit regime heeft de dominantie van de Arabisch/islamitische cultuur tot een ideologie gemaakt. Onze kinderen zijn ontvankelijk voor deze propaganda. Ze raken in een soort trance. Met grote geestdrift zie je jongens van veertien jaar voor de veldslagen vertrekken. De fundamentalisten zijn erin gslaagd de heilige oorlog in het zuiden en de politieke mobilisatie voor het regime in het noorden aan elkaar te verbinden. Het is angstaanjagend.”

Het hoge aantal slachtoffers dat het SPLA de afgelopen maanden maakte, heeft de oorlog in het verre zuiden voor het eerst ook voor de Noordsoedanese burgers tot harde realiteit gemaakt . “Dagelijks worden de gedode PDF-soldaten op onze drempels afgeleverd”, vertelt een Noordsoedanese vader die twee zonen verloor. Vorige week sneuvelde de jongere broer van president Omar el-Bashir in het zuiden. Patiënten in burgerziekenhuizen in Khartoum moesten onlangs hun bedden verlaten voor talrijke gewonde soldaten uit het zuiden. Familieleden van gesneuvelde strijders ontvangen van de overheid vijftig kilo suiker en een paar liter spijsolie als compensatie.

Het conflict in Zuid-Soedan, de oudste oorlog van Afrika, is een nieuwe fase ingegaan. De regering beschikt over een bijna onuitputtelijk reservoir aan strijders, om in het noorden zichzelf te beschermen tegen interne oppositie en om in het zuiden het SPLA te bevechten. Het SPLA op zijn beurt is na enkele jaren van verdeeldheid in eigen gelederen weer enigszins op sterkte gekomen. In een met buurlanden en de illegale Noordsoedanese oppositie gecoördineerde actie slaagt het SPLA erin de druk op de fundamentalisten op te voeren. Tegelijk raakt het regime internationaal steeds verder geïsoleerd wegens vermeende betrokkenheid bij terroristische acties.

Na recente militaire activiteiten door Noordsoedanese oppositiekrachten aan de grens met Eritrea en Ethiopië vertrekken nu ook duizenden PDF-strijders naar Oost-Soedan. Eritrea, openlijk, en Ethiopië, heimelijk, hebben zich aan de zijde geschaard van de gewapende oppositie. De Eritrese regering droeg zelfs vorige week de Soedanese ambassade in Asmara aan de gecombineerde Soedanese oppositiepartijen over.

De Soedanese veiligheidsdiensten reageren op deze vijandige houding van de buurlanden door honderden in Soedan woonachtige Eritrese en Ethiopische vluchtelingen gevangen te nemen. “Hoe meer druk er op Soedan wordt uitgeoefend”, zegt een hulpverlener, “hoe meer ze Eritreeërs en Ethiopiërs lastigvallen.” Tienduizenden Eritrese vluchtelingen in Oost-Soedan ondervinden moeilijkheden om terug te keren naar hun vaderland. Enkele van hen worden door de Soedanezen opgeleid voor sabotage-acties in Eritrea.

Zo breiden de gewapende acties in en rond Soedan zich gestadig uit. Na enkele jaren van relatieve rust dreigt de Hoorn van Afrika opnieuw het toneel te worden van grootschalige militaire conflicten.

    • Koert Lindijer