Nederlander is producent van 'Heat'; 'Europese film verdient bescherming tegen Hollywood'

Dat Nederland aan de filmindustrie in Hollywood regisseurs, cutters, cameralieden en animators levert, is algemeen bekend. Maar een producent, manipulator van het grote filmgeld?

Daar kun je nog van opkijken. Daar zit hij dan, in een riant bemeten suite van een Amsterdams hotel, even terug in het land van oorsprong om de door hem als executive producer gemaakte film Heat met Robert de Niro en Al Pacino te promoten. Pieter Jan Brugge, in de jaren zeventig afgestudeerd aan de Filmacademie in Amsterdam, sinds 1982 woonachtig in Venice bij Los Angeles, werkzaam als producent. “Wel merkwaardig”, geeft hij grif toe. “Eens keek ik net als iedereen met fascinatie in Amsterdam naar Amerikaanse films. En voor dat je het weet sta je plotseling aan de andere kant, waar ze gemaakt worden”.

Hoe flik je zoiets? Brugge kan ons hieromtrent geen duidelijke instructies verschaffen. Flink aanpakken en geluk hebben - zoiets. Kwade tongen die zouden kunnen beweren dat een huwelijk met de stiefdochter van regisseur/producent Alan J. Pakula bij Brugges carrière een grote rol heeft gespeeld, moeten weten dat Brugge al volop produceerde voordat schoonpapa zelfs maar aan de mogelijkheid van samenwerking dacht. Dat neemt niet weg dat beide mannen in samenwerking nu al enkele 'grote' films tot een goed einde hebben gebracht: The Pelican Brief bijvoorbeeld, of het door Pakula geregisseerde Consenting Adults.

Heat is - dat laat zich raden - in de ogen van zijn executive producer een buitengewoon geslaagde film. “Regisseur Michael Mann had vanaf het begin De Niro en Pacino voor ogen bij deze film, die je kunt zien als een soort western, maar dan met de stad Los Angeles als achtergrond”. Dat de film ook een zeer Amerikaans aandoende, moralistische achtergrond schetst - zowel De Niro als politieagent als Pacino als boef lijden zienderogen aan de beperking die hun beroepsuitoefening stelt aan hun gevoelsleven - ziet Brugge niet als een bezwaar, ook al zijn de verwachtingen voor de exploitatie van Heat in Europa hoog gespannen. “Zelfs al zou die problematiek in Europa heel anders worden gevoeld, dan is het nog interessant voor een Europese filmkijker te zien hoe dat in Amerika leeft”.

Aan het feit dat De Niro en Pacino in drie duur slechts drie keer samen een scène hebben, en daarbij dan nog maar in enkele shots kort tegelijk in beeld komen, kunnen volgens de executive producer van Heat geen interessante gevolgtrekkingen worden verbonden. “Beiden zijn bezeten acteurs, maar ook heel verschillend. De Niro vindt zijn kracht binnen de grenzen van het script, heel ingetogen eigenlijk. Pacino daarentegen is meer impulsief, met hem kom je bij het draaien menigmaal voor verrassingen te staan”. Het engageren van twee sterren is financieel gezien geen sinecure, zo blijkt - al wil Brugge geen inzage in de loonstrookjes geven. Heat, zoveel valt er van te zeggen, heeft ruim vijftig miljoen dollar (zo'n tachtig miljoen gulden) gekost, en van dat budget is 25 à 30 procent opgegaan aan de twee hoofdrolspelers en de regisseur.

Brugge is, ondanks zijn onstuimige carrière overzee, zijn oude land nog geenszins vergeten. Binnenkort hoopt hij in Nederland als producer te kunnen optreden voor een film over de tulpenhandel in Nederland in de zeventiende eeuw, “een tijd dat Nederland nog een grote rol speelde in de wereld, zo groot als die van Amerika nu, zou je kunnen zeggen”. Voor deze produktie, te regisseren door Brugge's oude vriend Jean van der Velde, is onlangs produktiesubsidie verworven van de zijde van het Filmfonds - dat jaren geaarzeld had.

Brugge verklaart het afkomen van die subsidies rechtstreeks aan het vertrek van Jan Blokker bij het Filmfonds. “Op die man ben ik gebeten, die heeft jarenlang bij het Filmfonds zijn eigen, in sommige opzichten beperkte voorkeuren op het gebied van 'artistieke' film ingang weten te doen vinden”.

De Europese film in het algemeen verdient naar zijn inzicht militante van bescherming. “Ik moge dan in Amerika een producer zijn, maar in de door Frankrijk voorgestelde beperkingen op vertoning van Amerikaanse films in Europa kan ik mij zeer wel vinden”.

    • Raymond van den Boogaard