Kostbaar gezelschapsspel beëindigd zonder winnaar

ROTTERDAM, 14 FEBR. Enkele dossierkasten vol lijvige notities, nota's, reorganisatieplannen, beginselverklaringen. Twee wetsontwerpen. Tientallen miljoenen guldens belastinggeld. Honderdduizenden vergaderuren. Wat had zes jaar bestuurlijk overleg over de stadsprovincie de Rijnmond opgeleverd? Gisteravond gaf de Rotterdamse wethouder Den Oudendammer het antwoord. “We hebben elkaar hier als regiobestuurders beter leren kennen. Dat telt mee.”

Niet dat de kennismaking tot wederzijds genoegen was. Een uur nadat de wethouder zijn commentaar gaf op het sneuvelen van de stadsprovincie Rotterdam-Rijnmond in de Tweede Kamer, maakten vier leden van het dagelijks bestuur van de regioraad, de voorloper van de stadsprovincie, bekend op te zullen stappen. Persoonlijk konden ze het niet langer opbrengen met Rotterdam om één tafel te zitten.

Er vielen harde woorden. Burgemeester M.J.D. Jansen van Krimpen aan den IJssel: “Ik voel me misleid door de Kamer, die ons zeven jaar geleden vroeg dit proces te starten en vorig jaar nog luid stond te juichen over wat we hadden bereikt. Ik voel me bedrogen door Rotterdam, dat met het referendum eenzijdig de spelregels wijzigde.” De Rotterdamse havenwethouder R. Smit intussen bevestigde nog eens dat hij zou opstappen. Zonder uitzicht op een stadsprovincie acht hij het werken verder onmogelijk.

Uiteindelijk is de stadsprovincie Rotterdam-Rijnmond geworden wat de tegenstanders al vermoedden. Een kostbaar gezelschapsspel voor bestuurders, dat gisteren werd beëindigd zonder winnaar. De impasse tussen Rotterdam en de randgemeenten, tussen het belang van binnenlands bestuur en de volkswil, was zo onoplosbaar dat kabinet en Kamer niets beters wisten dan alle fiches maar van het bord te schuiven en opnieuw te beginnen.

Het eind van de stadsprovincie is het eind van een nieuwe cyclus bestuurlijke vernieuwing in Nederland, die in 1989 aanving met het rapport van de commissie-Montijn. Die adviseerde sterke aglommeratiebesturen rond de grote steden, omdat eindeloos overleg met dwarsliggende randgemeenten geen oplossing bood voor de uit hun grenzen barstende steden en hun grote sociale, economische en ruimtelijke problemen. De Rijnmond was de voorloper. Hier moest in onderling overleg tussen de stad en zijn buren het toekomstig model voor de overige stadsregio's ontstaan. Dat is inmiddels bekend: opdeling van de centrumstad onder een regiobestuur met verregaande bevoegdheden. Nu dit model in de Kamer is gesneuveld, zal het proces ook in de andere beoogde stadsregio's stokken: Amsterdam, De Haaglanden, Utrecht, Eindhoven, Arnhem-Nijmegen, Enschede-Hengelo. “Aan een dood paard moet je niet trekken”, zei burgemeester De Duyn van Rozenburg gisteren. Van Binnenlandse Zaken hoeven voorlopig geen initiatieven meer te worden verwacht “in de richting van stadsprovincies”, zoals in het paarse regeerakkoord staat geschreven. “We laten de temperatuur wat zakken”, aldus minister Dijkstal gisteren.

Bij de provincies zal in alle discretie de champagne wel worden ontkurkt. Van Zuid-Holland zou bijvoorbeeld weinig zijn overgebleven na uittreding van de Rijnmond en de Haaglanden. Commissaris van de koningin Leemhuis wilde gisteren de veronderstelde bestuurlijke leemte alvast opvullen: een provincie-nieuwe-stijl met uitgebreide bevoegdheden moest het overleg tussen de Rijnmondgemeenten in de toekomst maar gaan coördineren. Haar gretigheid viel onder de Rijnmondbestuurders in slechte aarde. “De kruitdamp hangt nog boven het slagveld en daar komt de provincie als een deus ex machina de zaken even redden. In het verleden kon de provincie dat niet, daarom wilden we nu juist een stadsprovincie. Waarom nu opeens wel?”, vroeg wethouder J. Wienen van Ridderkerk.

Toch is een vorm van regionale samenwerking in de Rijnmond onvermijdelijk. Op basis van de eerder door het parlement aangenomen Kaderwet functioneert inmiddels een regioraad, een gezelschap Rijnmondbestuurders dat dit jaar al 650 miljoen gulden te verdelen heeft. Deze 'gemeenschappelijke regeling', bezet door aangewezen bestuurders en zonder democratische controle, was bedoeld als tussenstap richting stadsprovincie. De leden van het dagelijks bestuur willen in de komende weken met hun gemeenteraden bespreken of deze samenwerking nog langer zinvol is.

De regioraad was tenslotte een voorstation van een 'daadkrachtig bestuur' met niet meer dan drie lagen: rijk, stadsprovincie en gemeenten. Wordt de regioraad voortgezet, dan telt de Rijnmond de komende jaren maar liefst vijf bestuurslagen: rijk, provincie, regioraad, gemeenten en deelgemeenten, Europa nog niet eens meegerekend. In de regioraad moet men in de nabije toekomst op welhaast sociocratische wijze blijven opereren: besluiten kunnen door iedereen worden gedwarsboomd. Dat voorspelt in de huidige sfeer van onderling wantrouwen weinig goeds.

In de Rijnmond moeten er op korte termijn knopen worden doorgehakt over de infrastructuur, woningbouwlocaties, grote projecten. Dat minster Jorritsma van verkeer en waterstaat het mislukken van een stadsprovincie eerder deze week “een ramp” noemde, is daarom begrijpelijk. Op korte termijn ligt een loopgravenoorlog tegen het perfide Rotterdam in het verschiet.

Natuurlijk, zeiden de bestuurders van de randgemeenten gisteravond, we gaan het regionaal belang niet verkwanselen. Maar het vlees is zwak, liet men tegelijk doorschemeren. En de wonden zaten diep. Het beeld zal gemêleerd zijn, zo luidde de voorspelling: sommige randgemeenten zullen zich over de teleurstelling heenzetten en loyaal blijven samenwerken met Rotterdam, andere zullen tijdelijk overgaan tot bestuurlijke obstructie. Tenslotte liggen er voldoende reële meningsverschillen tussen stad en randgemeenten, die nu dramatisch kunnen worden uitvergroot.

    • Rob Schoof
    • Coen van Zwol