IFOR nu toegerust voor aanhouden oorlogsmisdadigers

WASHINGTON/DEN HAAG/BELGRADO, 14 FEBR. De internationale vredesmacht in Bosnië (IFOR) krijgt de beschikking over betere informatie om vermeende oorlogsmisdadigers te kunnen arresteren.

Dat heeft de Amerikaanse minister van Defensie, William Perry, gisteren gezegd. De maatregel volgt op onbevestigde berichten dat de van oorlogsmisdaden verdachte leider van de Bosnische Serviërs, Radovan Karadzic, vier keer ongehinderd IFOR-controleposten heeft weten te passeren.

“Het gaat om een tactische wijziging om over betere informatie te beschikken zodat [de troepen] een betere kans hebben [vermeende oorlogsmisdadigers] te herkennen en te arresteren”, aldus Perry. Hij onderstreepte dat IFOR-soldaten geen opdracht hebben actief te “jagen” op vermeende oorlogsmisdadigers, maar hen wel moeten aanhouden als zij hen tegenkomen.

IFOR-woordvoerders hadden geklaagd slechts vijftien foto's van vermeende oorlogsmisdadigers te hebben, die bovendien verouderd en van slechte kwaliteit zouden zijn. Het Haagse VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië heeft in totaal 52 mensen in staat van beschuldiging gesteld.

De aanhouding van vermeende oorlogsmisdadigers is een belangrijke kwestie geworden door de arrestatie, vorige maand, van een Bosnisch-Servische generaal en een kolonel door Bosnische regeringstroepen op verdenking van oorlogsmisdaden. Uit protest tegen hun aanhouding werken de Bosnische Serviërs niet langer mee aan de uitvoering van het in Dayton bereikte Bosnische vredesakkoord.

Generaal Djordje Djukic en kolonel Aleksa Krsmanovic, die niet op de lijst van 52 officiële verdachten voorkomen, werden maandag naar het Haagse tribunaal overgebracht, waar zij verhoord zullen worden. Het tribunaal verwacht weken nodig te hebben om te kunnen vaststellen of zij officieel in staat van beschuldiging worden gesteld, danwel worden vrijgelaten, danwel mogelijk kunnen getuigen in andere processen.

Servische en Bosnisch-Servische autoriteiten hebben gisteren boos gereageerd op Djukic' en Krsmanovic' uitlevering. Zoran Lilic, president van de Joegoslavische federatie (Servië en Montenegro) en een spreekbuis van de Servische president Milosevic, noemde de uitlevering “eenzijdig en bevooroordeeld”. Volgens Lilic zaait de uitlevering wantrouwen onder Bosnische Serviërs tegenover het tribunaal en de vredesmacht IFOR.

Pagina 5: Joegoslavië: beide partijen in Bosnië gelijk behandelen

Lilic waarschuwde dat Joegoslavië zijn verplichtingen inzake 'Dayton' “alleen kan nakomen in een omgeving van respect voor de basisprincipes van de vredesregeling, met name de gelijke behandeling van beide entiteiten in Bosnië [de Bosnische-Servische 'entiteit' en de moslim-Kroatische federatie].”

De druk die president Milosevic tot nu toe heeft uitgeoefend op de Bosnische Serviërs is doorslaggevend geweest bij het uitvoeren van 'Dayton'. Vanuit het Haagse tribunaal is gesuggereerd dat de twee aangehouden officieren belastende kennis zouden hebben over banden tussen Milosevic en de Bosnische Serviërs tijdens het begin van de oorlog. Milosevic ontbreekt tot nu toe op de lijst van 52 aangeklaagden.

De Bosnische Serviërs hebben gezegd een onderzoek te beginnen naar drie soldaten uit het Bosnische regeringsleger die oorlogsmisdaden zouden hebben bedreven.

De Bosnisch-Servische leider, Radovan Karadzic, heeft vanochtend gezegd de uitlevering van de twee officieren te beschouwen als “een voortzetting van de vijandelijkheden in een andere vorm” en een “nieuwe vernedering van het Servische volk”. Aleksa Buha, minister van Buitenlandse Zaken van de zelfuitgeroepen Bosnisch-Servische Republiek, zei dat de “willekeur” van de internationale politiek jegens Bosnië “een nieuwe tragedie dichterbij brengt”.

Bosnisch-Servische delegaties weigeren uit protest deel te nemen aan overleg over de organisatie van verkiezingen in Bosnië en aan ontwapeningsbesprekingen die de drie Bosnische partijen deze week in Wenen voeren. Volgens Buha “gaat het niet aan om over vertrouwenwekkende maatregelen te spreken terwijl tegelijkertijd het jachtseizoen is geopend”. Contacten tussen het Bosnisch-Servische leger en IFOR zijn er sinds enkele dagen niet meer. Volgens Karadzic is dat echter een tijdelijke maatregel. IFOR heeft uit voorzorg voor mogelijke wraakacties zijn verbindingskantoor in de Bosnisch-Servische 'hoofdstad' Pale gesloten.

Zeljko Raznatovic, alias Arkan en leider van een groep paramilitairen die aan Servische kant in de Bosnische oorlog heeft gevochten, zei gisteren zich “vernederd” te voelen door de aanhouding van Djukic en Krsmanovic wegens oorlogsmisdaden. “Deze twee mannen waren van de intendance en de logistiek, zij hielden zich bezig met meel en suiker en hebben nooit aan een militaire actie deelgenomen”, aldus Arkan, die wel officieel in staat van beschuldiging is gesteld door het Tribunaal. Het IFOR-hoofdkwartier in Ilidza, een voormalig hotel, is maandag getroffen door een geweergranaat. Ilidza is een Servische buitenwijk van Sarajevo. Vanaf 20 maart mag de moslim-Kroatische politie daar gaan patrouilleren. De uitlevering van de twee officieren heeft het wantrouwen onder Servische burgers in Ilidza vergroot. (AFP, AP, Reuter)