'Goede zorg is al gauw peperduur'; Minister Borst over haar portefeuille

DEN HAAG, 14 FEBR. Minister Else Borst (63), vernoemd naar de toneelspeelster Else Mauhs, is een van de weinige bewindspersonen in het kabinet Kok die de uitgaven van haar sector flink mag laten groeien. In 1996 wordt er in Nederland bijna 61 miljard gulden aan zorg uitgegeven. De gezondheidszorg mag, zo is in het regeerakkoord vastgelegd, met 1,3 procent per jaar in omvang toenemen. Maar in werkelijkheid groeien de uitgaven voor de verschillende vormen van zorg nog veel veel harder. “De groei in de afgelopen jaren was aldoor 2,3 procent per jaar”, zegt minister Borst. “We proberen die groei met maatregelen om te buigen naar 1,3 procent, maar dat lukt niet. Iedereen wist ook dat het een onbegonnen opgave was. In het regeerakkoord is er ook al rekening mee gehouden dat ik terug naar het kabinet zou moeten om te vragen of de groei wat hoger mag zijn. Ik wacht de realisatie van 1995 af, die binnenkort komt. Dan ga ik naar het kabinet”.

Bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in Rijswijk houdt men er alvast rekening mee dat de groei van de gezondheidszorg in 1995 600 à 800 miljoen gulden zal uitkomen boven de meetlat uit het regeerakkoord. Het verschil moet in principe worden bijgepast uit de staatskas, niet uit de premies. Borst wil de norm van 1,3 procent volumegroei per jaar nu hoger gesteld zien. Hoe hoog? “Ik denk dat we ten minste op 2,3 procent groei per jaar uit moeten komen om het echt goed te doen. En waarschijnlijk nog wel meer. Er zijn zo ontzettend veel nieuwe, goede en toch weer dure ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Denk aan de geneesmiddelen, aan nieuwe middelen voor ziektes als multiple sclerose, aids. Die zijn allemaal peperduur. Dat heb je nu eenmaal met nieuwe geneesmiddelen. Ze leiden niet tot volledige genezing. Dat kan vaak niet. Maar ook als de patiënt er van opknapt vind ik dat daar financiële ruimte voor moet komen. Dat loopt al gauw in de papieren. Voor je het weet heb je een miljard gulden extra uitgaven.”

Van minister Zalm (Financiën) is Borst niet bang. Zaken doet ze met het hele kabinet, minister-president Kok voorop. Ze ziet die gesprekken optimistisch tegemoet. “Er moeten zichtbaar inspanningen zijn getroost. Alleen dan valt er over meer geld te praten. Nou, die inspanningen zijn geleverd.” Borst vindt dat ze aan de grens zit en voelt zich in haar streven naar “meer geld voor zorg” gesteund door de meerderheid van de kiezers. Borst: “Als je al die enquêtes ziet, waarin gevraagd wordt wat mensen het belangrijkste vinden om de welvaartsgroei aan te besteden, dan is de uitkomst steeds weer: nummer 1 gezondheid. Bij de bevolking zal het probleem niet liggen.”

Sinds Borst in november 1994 toetrad tot het kabinet Kok heeft ze vaak de krant gehaald met maatregelen. Daar zat een vast stramien in. Net als elders bij de sociale verzekeringen poogt het kabinet een deel van de collectieve sector te commercialiseren. Borst haalde in 1995 een deel van de tandheelkunde en dit jaar de fysiotherapie uit het ziekenfondspakket. Mensen moeten zich daar maar “aanvullend voor verzekeren”. “De ècht noodzakelijke zorg moet vooriedereen toegankelijk en dus in het collectief verzekerde pakket blijven”, zegt Borst. “Als de gebitsgezondheid in gevaar blijkt te komen, dan denk ik dat we ernstig moeten overwegen om bijvoorbeeld de prothese weer in het pakket op te nemen.”

Borst staat al met de rug tegen de muur. “Met het beperken van het collectieve pakket zijn we bijna aan het eind van onze mogelijkheden. Als je nu nog verder gaat schrappen, ga je er dingen uitgooien die wèl tot de essentiële zorg behoren. En dat is in de gezondheidszorg uitdrukkelijk niet de bedoeling. Het is niet zo dat het bij ons een kwestie is van: we gooien er van alles uit en u moet zich maar individueel en vrijwillig bijverzekeren”.

De “marktwerking”, die op andere beleidsterreinen en bij de VVD populair is, krijgt bij Borst weinig kans. “Vroeger is er wel gezegd: 'we gaan in de gezondheidszorg naar marktwerking', maar dat was slordig taalgebruik.” Zelf heeft ze het liever over wat Amerikanen aanduiden als “gereguleerde competitie”.

Ze wijst naar een foto in de krant van maandag, waarop Willem van Kooten, de voormalige diskjockey Joost den Draayer, oogt als 'zware jongen': sigaar in de mond, benen uit elkaar en een blik in de ogen die lijkt te vragen: 'valt hier nog wat te verdienen?' “In de gezondheidszorg”, zegt Borst, wijzend op de foto, “zal men nooit zeggen: laat die zware jongens de hele sector maar overnemen. We verkopen de rechten op gezondheidszorg niet lukraak aan commerciële firma's.”

Borst beschouwt gezondheidszorg als “een sociaal grondrecht” en neemt dat begrip dan ook vaak in de mond. Toegankelijkheid voor iedereen en gelijke behandeling zijn haar dogma's. “Ik was laatst in Engeland”, zegt ze. “Daar wordt krankzinnig bezuinigd op gezondheidszorg. Daar hebben ze het niet over een volumegroei van 1,3 procent per jaar, maar daar krijgen instellingen een aanzegging van min 3 procent. En dat leidt tot ongelijkheid, met name leeftijdsongelijkheid. Oudere mensen worden niet meer op dialyse gezet. Als bepaalde kankertherapieën alleen levensrekkend en niet levensreddend zijn, dan maar niet. Allemaal dingen waar wij van gruwen. En ik hoop dat we ervan zullen blijven gruwen. Daar ga ik dwars voor staan. Dan gaat die 1,3 procent maar omhoog.” Ze verbindt er zelfs haar politiek lot aan. “Als dergelijke toestanden in Nederland dreigen te ontstaan, dan doe ik niet meer mee.”

Borst stapt dus naar het kabinet. Daar vraagt ze niet alleen om 1 procentpunt meer zorg (600 à 800 miljoen gulden). De VVD zal tegenwerpen dat Borst dan best patienten wat meer kan laten betalen voor hun zorg. Bij voorbeeld in de vorm van een eigen bijdrage. Maar ook aan die kant geeft Borst weinig manoeuvreerruimte. Volgens haar gaat zo'n bijdrage vooral ten koste van de laagste inkomens. Borst maakt deel uit van het kernkabinet van zes ministers die met economie en financiën te maken hebben. Afgelopen zomer bemoeide ze zich volgens eigen zeggen intensief met de discussies over het 'koopkrachtbeeld'. “Het zijn dan wel cijfertjes achter de komma”, aldus Borst, “maar 1 procent meer of minder koopkracht is heel veel als je op het minimumniveau zit. Dat bepaalt of je bepaalde dingen net wel of net niet kunt permitteren. Ik maak me veel minder zorgen over wat daarboven in het loongebouw gebeurt.”

Van voetbal heeft Borst geen verstand, maar toevallig is ze wel verantwoordelijk voor sport. “Ik hoop dat iedereen voetbalwedstrijden kan blijven zien, zonder daar veel voor te hoeven betalen”, zegt ze. Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de gezondheidszorg vind ik een slagje belangrijker dan sport op tv, maar ik vind wel dat alle mensen die daarvan genieten - waaronder veel zieke mensen die aan huis zijn gekluisterd - ook moeten kunnen kijken. Het is geen doel van dit kabinet om alles maar eens naar de markt te gooien”.

Ook op drugsgebied bevindt ze zich als “coördinerend bewindspersoon” in de vuurlinie. De Franse president Chirac weigert naar Nederland te komen om over het drugbeleid te praten, zolang de Nederlandse regering haar beleid niet aanpast. Borst geeft geen krimp. “Ik denk dat we het aantal sociale pensions in de grote steden moeten uitbreiden. Daar moeten ze dan ook een gebruikersruimte hebben. Want als die mensen aan de hard drugs verslaagd zijn vind ik het belachelijk om te zeggen: je mag hier halma spelen en koffie drinken, maar als je wilt spuiten moet je maar weer de straat op. Dat is toch ook niks. Begin nou maar eens om dat gebruik te gedogen in zo'n sociaal pension. Daar waar veel straatoverlast is, zoals in het Centrum van Amsterdam, doe je de buurt daarmee een groot plezier”.

Alleen al in het centrum van Amsterdam moeten er volgens Borst minstens drie sociale pensioens bijkomen. “Als ze in één van de experimenten voor medische hereoïneverstrekking zitten, waarmee we in de loop van 1996 voor enkele honderden verslaafden gaan beginnen, dan krijgen ze ook hard drugs”, vervolgt Borst. “Als de experimenten goed bevallen komen we in Nederland misschien tot een situatie waarin we ongeneeslijk verslaafden, waarbij de kans op afkicken verkeken is, onder medisch toezicht drugs gaan verstrekken als permanente voorziening. Daarin lopen we niet voorop in de wereld. In Zwitserland zijn ze al bijna klaar met hun experimenten en die gaan dit waarschijnlijk besluiten. Als bij ons die experimenten positief uitvallen, is de kans groot dat we ook een stapje verder gaan”.

Haar opstelling is ingegeven door menslievendheid. “Ik was laatst op werkbezoek in de Nieuwmarktbuurt in Amsterdam. Dan zie je daar hordes verslaafden over straat zwerven. Ze worden opgejaagd door de politie en geven overlast. Dat zijn gewoon zielige mensen. Daar moet iets mee gebeuren”.

Het is steeds weer diezelfde verbondenheid met de onderkant van de samenleving die haar aanzet tot handelen. Het voorstel van de KNVB om voor voetbal extra te laten betalen (“de Romeinen hadden toch ook spelen voor het hele volk, dat was gratis. Nou, zo hoort het toch?”), de huurstijging (“betaalbaar wonen is net zo'n sociaal grondrecht als gezondheidszorg”) en de drang tot bezuinigen. Nu de ziekenfondsen en de volksverzekering AWBZ geld tekort komen neemt de drang tot extra bezuinigen toe. “Ik maak me zorgen”, zegt Borst. “Ik wil door bezuinigingen niet de toegang tot een essentiëel pakket aan gezondheidszorg in gevaar brengen. Met dat probleem zijn we hier iedere dag bezig. Als u me vraagt naar mijn engagement, dan is het gelijkheid voor iedereen. Arm en rijk. Ik bewaak hier de gelijkheid. Toen ik opgeleid werd tot arts was er in het ziekenhuis nog een klassepaviljoen met hoogpolig tapijt en verpleegkundigen die geselecteerd werden op hun beschaafd voorkomen. Rijke patiënten werden door de professor zelf behandeld. Dat kun je je toch niet meer voorstellen. In ziekte en gezondheid zijn alle mensen gelijk. Wat die miljonair van mij wel mag is drie televisietoestellen op zijn kamer met Filmnet, Sportnet en weet ik wat. Daar mag hij allemaal voor bijbetalen, maar hij wordt op precies dezelfde manier verpleegd, verzorgd, geopereerd, gesneden en geknipt als ieder ander”.

    • Koen Greven
    • Frank van Empel