Gijzelaars in Irian geven teken van leven

JAKARTA, 14 FEBR. De Papoea-rebellen die in Irian Jaya, de meest oostelijke provincie van Indonesië, een internationaal gezelschap natuurvorsers vasthouden, hebben voor het eerst in drie weken van zich laten horen. Ook de twee Nederlandse gijzelaars hebben, via een andere weg, een teken van leven gegeven.

Het Internationale Rode Kruis ontving gisteren een brief van Kelly Kwalik, een lid van de Beweging Vrij Papoea (OPM) die het OPM-legertje in het centrale bergland van Irian Jaya aanvoert en tevens de leiding heeft over de ontvoeringsactie. Daarin verzoekt Kwalik om een ontmoeting met leden van de hulporganisatie op een tijdstip en een plaats die het Rode Kruis liever niet onthult.

Sinds vrijdag ondernemen twee teams van het Rode Kruis pogingen contact te leggen met de ontvoerders, die na een ontmoeting met kerkelijke bemiddelaars op 25 januari niets meer van zich hebben laten horen. Met helikopters, voorzien van het Rode Kruis-embleem, zijn bezoeken gebracht aan afgelegen dorpen van de Amungme, een Papoea-volk dat de zuidelijke hellingen van het Carstenszmassief bewoont en waartoe ook commandant Kwalik behoort. Zij deelden brieven uit waarin de OPM verzocht wordt contact op te nemen met het Rode Kruis. De jongste brief van Kwalik bevestigt de ontvangst van deze boodschap. Hij stelt als voorwaarde voor de ontmoeting dat het Indonesische leger het gebied tussen Mapnduma, het dorp in het Lorentzpark waar de ontvoering op 8 januari plaatshad, en de voorgestelde ontmoetingsplaats geheel ontruimt.

In Wamena, een stadje in de Baliemvallei waar het Indonesische leger het hoofdkwartier heeft gevestigd van de 'Operatie Bevrijding' en waar ook de defensie-attachés van Nederland, Groot-Brittannië en Duitsland bivakkeren, arriveerde gisteren via Papoea-koeriers een pakje. Er zijn twee brieven bij van de Nederlandse gijzelaars Mark van der Wal (35) en Martha Klein (31). Ze schrijven dat ze nog steeds gezond zijn, maar door de lange voettocht van de afgelopen weken zijn verzwakt.

Drie weken geleden verliet de OPM-groep met zijn gijzelaars het dorp Mapnduma, waarschijnlijk om een nieuwe schuilplaats te zoeken, op grotere afstand van de Indonesische militairen. Van der Wal en Klein doen een beroep op de buitenwereld om zorg te dragen voor een spoedige afwikkeling van de gijzelingszaak. Hun brieven zijn blijkens de dagtekening geschreven op 6 en 7 februari. Het pakketje bevat ook briefjes van andere gijzelaars, gericht aan hun familieleden.

Het Rode Kruis treft intussen voorbereidingen voor de ontmoeting met Kwalik. De woordvoerster van de hulporganisatie in Jakarta zei vanochtend “te hopen dat die in de loop van de volgende week kan plaatshebben”. Volgens een bron dichtbij het legerhoofdkwartier in Wamena zouden de Indonesische militairen akkoord gaan met de ontmoeting en bereid zijn de omgeving, conform de OPM-eis, te ontruimen.

De Duitse geograaf Frank Momberg (31), een medewerker van het Wereld Natuurfonds (WWF) die aanvankelijk tot de gijzelaars behoorde maar op 15 januari 'voorwaardelijk' werd vrijgelaten, is gisteren in alle stilte naar Duitsland vertrokken. De ontvoerders hadden bedongen dat hij zich beschikbaar zou houden. Momberg was daartoe bereid, maar toen de OPM op 24 januari via de radio een ontmoeting eiste met de rooms-katholieke bisschop van Jayapura, een lid van het Internationale Rode Kruis én Frank Momberg, kreeg de laatste van de Duitse ambassade geen toestemming. Op dat moment was er ook geen Rode-Kruismedewerker beschikbaar en de bemiddelingspoging van de bisschop liep op niets uit.

    • Dirk Vlasblom