Diefstallen nemen toe, minder geweldspleging

DEN HAAG, 14 FEBR. Meer Nederlanders dan ooit zijn in 1995 het slachtoffer van diefstal geworden. Van elke 1.000 inwoners werden er 161 met een diefstal geconfronteerd. Dit blijkt uit een enquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), waarvan de resultaten vanmorgen bekend gemaakt zijn.

Het aantal geweldsplegingen (mishandelingen, seksuele delicten, bedreigingen) nam daarentegen vorig jaar opnieuw af. In totaal is de bevolking van 15 jaar en ouder met ongeveer 4,3 miljoen geweldsdelicten, diefstallen en vernielingen in aanraking gekomen. Het CBS constateert dat daarmee de omvang van de zogenoemde veel voorkomende criminaliteit sinds 1992 nauwelijks is veranderd en lager ligt dan in het begin van de jaren tachtig.

Het aantal diefstallen, inclusief inbraken, nam tussen 1980 en 1984 sterk toe, daalde in de jaren 1988 en 1990 om daarna weer te stijgen. Het aantal geweldsdelicten bedroeg in 1984 nog 94 per 1.000 inwoners, maar daalde vorig jaar naar 68 per 1.000 inwoners.

De angst voor geweld is desondanks vrijwel gelijk gebleven. Uit de enquête blijkt dat 17 procent van de Nederlanders boven de 15 het uitgaanspatroon aanpast om te voorkomen dat zij het slachtoffer van criminaliteit worden. Verder zegt 23 procent van de ondervraagden bang te zijn als zij 's avonds alleen thuis zijn en beweert 56 procent de deur gewoon niet open te doen als er 's avonds wordt aangebeld.

Ouderen en vrouwen voelen zich over het algemeen onveiliger dan jongeren en mannen, hoewel zij juist veel minder vaak met criminaliteit worden geconfronteerd. Uit de cijfers blijkt dat mannen, jongeren en inwoners van de steden het vaakst slachtoffer van delicten zijn. Jongeren tussen de 15 en 24 jaar werden vijf keer zo vaak het slachtoffer van een delict dan 65-plussers. Op elke 1.000 mannen waren er 384 slachtoffers, tegenover 318 per 1.000 vrouwen.