De verliezers

MET EEN SIMPEL handopsteken werd gisteren in de Tweede Kamer een eind gemaakt aan de zoveelste poging om te komen tot een bestuurlijke herindeling van Nederland. Zelfs stemverklaringen bleven achterwege. De meerderheid van de Kamer, waaronder de regeringspartijen PvdA en D66, zei neen tegen het opsplitsen van Rotterdam. Voor het kabinet restte vervolgens niets anders dan het voorstel voor een stadsprovincie in te trekken. Een ongedeeld Rotterdam maakte de kans op het goed functioneren van de stadsprovincie te klein, oordeelde staatssecretaris Van de Vondervoort.

En zo voltrok zich het drama precies volgens de al vorige week geschetste weg. Dat er tussen de afloop van het debat vorige week en de stemming van gisteren geen enkele poging meer is ondernomen om tot een vergelijk te komen, geeft aan dat de zaak was doodgepraat. Dat is echter tevens het verontrustende. Want terwijl, althans in het parlement, nagenoeg 'Kamerbreed' de overtuiging leeft dat de huidige wijze van besturen van de Rotterdamse regio achterhaald is en geen enkele aansluiting heeft bij de autonoom gegroeide ontwikkelingen, is diezelfde volksvertegenwoordiging niet in staat hierop een adequaat antwoord te formuleren.

Het niet doorgaan van de stadsprovincie heeft allereerst gevolgen voor Rotterdam en omgeving. De haven als vanouds een pijler van de nationale economie, waar jaarlijks drie procent van het bruto nationaal produkt wordt verdiend, blijft nu te maken hebben met een bestuurlijke lappendeken. Maar ook voor de rest van het gebied zijn de consequenties aanzienlijk. Er is bijvoorbeeld een permanente slag om de ruimte aan de gang. In het kader van de vierde nota ruimtelijke ordening moeten de komende tien jaar ten minste 53.000 woningen worden gebouwd. Met alle bijbehorende infrastructurele voorzieningen gaat het hier om een opgave die de afzonderlijke gemeenten ver te boven gaat.

Het ziet er naar uit dat de bestaande ad hoc samenwerkingsregelingen zullen worden voortgezet. Toch zal het karakter daarvan anders worden. De gemeenschappelijkheid was immers in veel gevallen gebaseerd op de gedachte dat dit een aanloop was tot de vorming van een stadsprovincie. Nu dat uitzicht er niet meer is, zal ook de samenwerking vrijblijvender worden. De eerste geluiden uit de Rotterdamse regio wijzen al in die richting. DE SCHADE ZAL niet tot Rotterdam beperkt blijven. Het college van Gedeputeerde Staten van Zuid Holland liet gisteren al in een eerste reactie weten dat nu de steun voor de stadsprovincie is weggevallen het ook weinig zin heeft om door te gaan met de vorming van Haaglanden. In Amsterdam is inmmiddels geconcludeerd dat nu ook de opdeling van deze stad van de baan is. En zo storten alle plannen voor bovenstedelijke samenwerking als een kaartenhuis in elkaar.

Het slagveld is aanzienlijk. Ongetwijfeld zullen over enige tijd als de kruitdampen zijn opgetrokken, de eerste nieuwe modellen van de tekentafel komen. Want tevreden met de bestaande situatie is, zoals gezegd, niemand. De grote vraag is echter welk model wel op een meerderheid kan rekenen. Als ergens het 'not-in-my-backyard-syndroom' van toepassing lijkt te zijn, dan is het wel op het vlak van de bestuurlijke herindeling. Elke kracht roept tegenkracht op met stilstand als eindresultaat.

DE STADSPROVINCIE met opgesplitste gemeenten om het bestuurlijke evenwicht te kunnen handhaven, leek aanvankelijk het enig mogelijke compromis. Totdat de bevolking van Rotterdam en Amsterdam er door middel van een referendum op werd losgelaten. Met een maximum aan emotie sprak in beide steden de meerderheid van de stemmers zich uit tegen opdeling van hun stad en daarmee impliciet ook tegen de stadsprovincie. De fracties van PvdA en D66 in de Tweede Kamer hebben zich tolk gemaakt van dat tegengeluid. Maar waar de bevolking bij het referendum kon volstaan met het uitspreken van een 'neen', mag van Tweede-Kamerfracties meer worden verwacht. Het echte werkbare alternatief hebben ook zij niet gepresenteerd. Nu lopen er alleen maar verliezers rond. De partijen die daarvan de oorzaak zijn, hebben een grote verantwoordelijkheid op zich geladen.