De slag om tv-voetbal is nog maar net begonnen

ROTTERDAM, 14 FEBR. 'Pluspakketten', 'abonneetelevisie', 'decoders' - menigeen duizelt het bij de technische termen die in het rond vliegen bij de discussie over het nieuwe sportkanaal van de KNVB. Het zijn begrippen uit de kleine revolutie op het gebied van de elektronica, waarmee radio-en televisiesignalen onze huishoudens bereiken, soms nog door de ether, meestal per kabel, soms al - nachtmerrie voor de kabelexploitant - per satelliet. Digitale techniek en datacompressie zorgen, dit jaar al, voor een ware explosie van het aantal te ontvangen signalen. Het probleem is alleen wàt er op al die zenders moet komen en hoe al deze uitzendingen rendabel kunnen worden gemaakt. Onbedoeld is zo de zaak van het KNVB-sportkanaal inzet geworden van hogere industriepolitiek, waarover programma-aanbieders en kabelexploitanten overhoop liggen. Slechts één vrees brengt hen samen: dat de Nederlandse televisiekijker massaal de kabelaansluiting verruilt voor de satellietschotel. De schotel geeft de kijker meer vrijheid, de kabel geeft de kabelexploitant meer greep op de kijker.

Digitalisering, waarbij bestaande data worden afgebroken in een systeem van nulletjes en eentjes, maakt datacompressie mogelijk, ook voor radio en televisiesignalen. Het komt er kort gezegd op neer dat voor het bereiken van hetzelfde (beeld-)resultaat minder gegevens hoeven te worden gestuurd, omdat alleen variabelen worden doorgegeven. Niet langer is het nodig talrijke malen per seconde de gegevens voor een groene grasmat over te sturen, als die toch dezelfde groene grasmat blijft. Alleen wijzigingen in het beeld - de positie van de spelers op het veld bijvoorbeeld - hoeven nog te worden overgestuurd. Het resultaat is dat met hetzelfde frequentiebereik en hetzelfde zendvermogen veel meer verschillende zenders kunnen worden verstuurd. Waar zich voorheen één televisiekanaal bevond, kunnen er nu wel tien komen.

Versmaad door op de kabel aangesloten Nederland zijn nog steeds de oude televisiezenders actief, met hun hoge torens en hun vertrouwde Nederland 1, 2 en 3. Het zou mogelijk zijn de signalen van die torens te digitaliseren en bij internationale afspraken aan Nederland toegewezen etherfrequenties te gebruiken voor de doorgifte van tientallen televisiesignalen die elk huishouden met een antenne kan ontvangen - ook voor de veelbesproken algemene beschikbaarheid van het KNVB-kanaal zou dat de oplossing zijn.

Merkwaardig genoeg spelen de nieuwe mogelijkheden in de ether in de Nederlandse gedachtenvorming over televisie echter geen enkele rol, zulks in tegenstelling tot de situatie in de ons omringende landen. De oude torens - met hun hoge onderhouds-, vervangings- en energiekosten - kunnen zich in een grote populariteit bij de communicatie-industrie verheugen, maar uitsluitend voor radio, draadloze telefonie en ander dataverkeer. 'Televisie' is in de perceptie van de meeste Nederlanders, en van de vaderlandse audiovisuele industrie, bijna synoniem met de kabelnetten.

Pagina 17: Met het 'KNVB-net' zet Philips concurrent Filmnet de voet dwars

Deze kabelnetten werden aanvankelijk aangelegd en geëxploiteerd door lokale overheden en openbare nutsbedrijven, maar zijn of worden inmiddels verkocht aan commerciële ondernemingen, die er opmerkelijk hoge bedragen voor hebben neergeteld, van wel 1500 gulden per aangesloten huishouden. De hoge aankoopinvesteringen worden geenszins gerechtvaardigd door de huidige functie van de kabelnetten, meestal de doorgifte van enkele tientallen analoge radio- en televisiekanalen in een zogeheten basispakket.

In de meeste gevallen heeft de verkoper van een net bij de nieuwe commerciële exploitant bedongen dat deze oude functie behouden moet blijven, tegen het huidige, commercieel oninteressante tarief. Wat de inhoud van dat basispakket betreft, is in Nederland bij wet een minimumpakket aan door te geven signalen vastgesteld: grosso modo de Nederlandse publieke zenders (Nederland 1,2 en 3) alsmede nog wat signalen uit de buurlanden. De Nederlandse kabelexploitanten zijn erin geslaagd op Nederland gerichte commerciële televisiestations te bewegen tot betaling voor doorgifte van hun signalen via de kabel - ongeacht de publieke vraag naar hun signalen bij de kijkers met een kabelaansluiting. In veel gemeenten is het daarnaast mogelijk om als individuele kijker een abonnement te nemen op de abonneetelevisie van het bedrijf Filmnet, waarvoor een decoderkastje moet worden gekocht en een maandabonnement moet worden betaald.

En daarmee is de koek op het gebied van analoge kabeltelevisie op, niet in theorie maar wel in de ogen van de nieuwe commerciële eigenaren van de kabelnetten. De exploitatie van de basispaketten is voor hen maar een bijzaak in het licht van de geweldige investeringen, verbonden met de aankoop van de kabelnetten en hun toekomstige vervolmaking. Digitalisering en datacompressie, samen met de capaciteitsvergroting van de kabels met behulp van glasvezel, maken het op zeer korte termijn immers mogelijk om via een kabelnet vele malen meer informatie te transporteren dan tot nu toe gebruikelijk was. En in twee richtingen: naar maar ook vanaf de kabelaansluiting.

De handelswaarde van een kabelnet wordt maar voor een gering deel uitgemaakt door de mogelijkheid er omroepsignalen mee naar huiskamers te transporteren. Het grote geld - zo is de verwachting - zal in de toekomst komen van het tweewegverkeer. Telefonie, thuiswinkelen, allerlei informatiediensten, daar moeten de baten vandaan komen. De kabelaansluiting in bijna ieders woning is wat dat betreft zoiets als de 'voet tussen de deur' van de vroegere huis-aan-huisverkoper.

Maar in afwachting van die ontwikkelingen kan de doorgifte van radio- en televisiekanalen nog wel degelijk een lucratieve bezigheid zijn. Niet met die oude basispaketten natuurlijk - het is al erg genoeg dat de Nederlandse kabelkijker gewend is geraakt aan zoveel signalen voor zo weinig geld. Nee, het geld moet komen uit de commerciële exploitatie van andere televisie- en radiosignalen, waarvan de kabel er vele honderden kan transporteren.

Hier komen de 'pluspaketten' in beeld. De kabelmaatschappij levert de kabelklant een kastje waarmee hij de digitale signalen kan omzetten in de analoge die zijn televisietoestel kan weergeven. Als de klant dan braaf elke maand zijn abonnement betaald, voorziet de kabelmaatschappij hem bovendien elke maand van de benodigde software - bijvoorbeeld in de vorm van een chipcard die hij in zijn decoder steekt - waarmee hij de aan deze televisiesignalen toegevoegde codering kan 'kraken'.

Aan mogelijkheden voor de programmatische invulling van zulke 'pluspaketten' is geen gebrek. Tientallen, en in de naaste toekomst honderden, per satelliet aangeleverde televisiestations staan te trappelen om een plaatsje op de kabel. De commerciële strategie van deze programma-aanbieders berust in bijna alle gevallen op een combinatie van reclameverkoop - waarvoor een zo groot mogelijk publiek nodig is - en een kleine bijdrage van de kabelmaatschappijen voor de doorgifte van het signaal, in de orde van grote van enkele guldens per jaar per aangesloten kijker. Hoe de kabelexploitant deze kosten verhaalt op de kijker, en met welke winstmarge, mag hijzelf uitmaken. De meeste programma-aanbieders zouden er trouwens geen enkel bezwaar tegen hebben te worden opgenomen in de oude, door iedereen eenvoudig te ontvangen basispaketten op de Nederlandse kabel, op voorwaarde natuurlijk dat de kabelexploitant dan natuurlijk voor elk aangesloten huishouden die paar gulden gaat afdragen. Zenders als Eurosport, Discovery, MTV en CNN proberen de kabelexploitanten in die richting te bewegen. Maar in de Nederlandse verhoudingen zonder veel succes, omdat de exploitatie van de basispaketten nauwelijks interessante inkomsten voor de exploitant oplevert.

Hier ligt ook de reden van het geringe enthousiasme dat de kabelexploitanten tot nu aan de dag hebben gelegd voor het KNVB-net. Dat wenst in het basispakket, dwz. ongecodeerd te worden opgenomen, en wil daarvoor niet betalen maar juist betaald te worden. Gesproken wordt over twee gulden per kabelaansluiting per maand, ruwweg het tienvoudige van wat programmaaabieders als Eurosport, MTV etc. proberen binnen te halen. Dat is veel geld, dat de kabelexploitanten in de huidige verhoudingen niet, of zonder winstmarge aan hun afnemers kunnen doorberekenen.

Liever zouden die de kabelexploitanten met dat KNVB-net zelf handel willen drijven, door het op te nemen in zo'n pluspakket of het afzonderlijk tegen betaling door te geven. Maar voor een consumentenprijs van 24 gulden per jaar zal dat laatste niet lukken, de kostprijs van een decoderkastje is toch al vlug enkele tientjes, en dan spreken we nog niet over de beoogde winstmarges op de exploitatie. Opname in zo'n pluspakket is vanuit het standpunt van de KNVB desastreus: lang niet iedereen zal de stap naar een abonnement nemen, met navenant minder keer twee gulden per maand, en ook geringere reclameinkomsten vanwege het kleinere publieksbereik.

Sprekend over kabeltelevisie, ligt het ècht grote geld overigens niet bij de pluspaketten. De strategie van de 'voet tussen de deur' zal - zo is de verwachting - pas echt zijn vruchten afwerpen bij de exploitatie van dure abonnee-televisie en - beter nog - het zgn. 'pay per view'. In het laatste geval 'bestelt' de kijker telkenmale een hoogwaardig programma - in de praktijk gaat het hierbij om recente bioscoopfilms of populaire sportevenementen - en de kabelexploitant stuurt aan het einde van de maand de totaalrekening. Het grote aantal mogelijke tv-signalen op de kabel maakt het mogelijk de 'pay per view'-klant op zijn wenken te bedienen, middels het zogeheten 'semi video on demand'. Zogauw als een klant of groep klanten een bepaalde uitzending besteld heeft, begint de film of bokswedstrijd dan op een der beschikbare frequenties.

Het is opvallend dat de initiatiefnemers aan het nieuwe KNVB-kanaal, naast het door hen op misleidende wijze als 'open' aangeduide sportkanaal, hebben aangekondigd ook nog eens tientallen andere voetbalwedstrijden langs de weg van abonnee- of pay per view aan de man te willen brengen. Interessant in dit verband is de rol van Philips, dat niet alleen voor 21 procent deelneemt in de KNVB-plannen, maar ook zeer actief is bij de aankoop van kabelnetten en de ontwikkeling van pay per view. Beter kun je het als media-ondernemer niet hebben: belangen in de verkoop, de distributie en de aanmaak van televisieprogramma's.

Philips heeft begrijperlijke wijze een broertje dood aan Filmnet, een dochteronderneming van het Zuidafrikaans-Zwitserse concern Nethold, het enige bedrijf in Nederland met een marktpositie op het gebied van abonnee-televisie op de kabel. Het is juridisch niet goed mogelijk om Filmnet, dat sinds kort ook een apart sportkanaal, Supersport, exploiteert, eenvoudig van de door Philips-dochters geëxploiteerde kabelnetten af te mikken. Maar dwarsbomen kan natuurlijk wel: met pogingen bijvoorbeeld de eigen decoder-apparatuur van Filmnet te vervangen door apparatuur van Philips. En door concurrentie natuurlijk: met Philips-dochter Select-tv wordt - tot op heden weinig succesvol - de strijd met Filmnet en Supersport aangegaan.

Niet de minste charme van het geplande KNVB-net moet, in de ogen van Philips, zijn dat concurrent Filmnet/Supersport op een essentieel moment de voet dwars is gezet. In het bod op de voetbalrechten van NOS-HMG-Filmnet was immers voorzien dat - net zoals dat nu al gebeurt trouwens - enkele tientallen wedstrijden per jaar voor veel geld via het betaalkanaal Supersport aan de kijker zouden worden gebracht. Hoogwaardige bioscoopfilms en populaire sportevenementen, dat is de internationaal erkende succesformule voor betaal-televisie en de deal met de KNVB had Filmnet/Supersport best eens de beslissende doorbraak op de markt kunnen opleveren. Het plan voor het 'open' KNVB-net doorbreekt deze strategie volledig, en draagt op die manier eigenlijk mede het karakter van ramsj van voetbal-televisie.

De wereld van de kabelexploitant lijkt op het eerste gezicht knus, met allerlei vormen van 'gedwongen winkelnering' die het bijprodukt zijn van de vermoedelijk nog lang bestaande monopoliepositie van elke kabelexploitant in zijn regio. Maar in de ruimte loert een levensgroot gevaar. Nog leven bij de Nederlandse consument grote weerstanden tegen televisie-schotelontvangst, zo verwend is hij aan veel kabelsignalen tegen een lage prijs. Maar internationaal gezien is deze weerstand een anomalie; in Engeland en Duitsland bijvoorbeeld is satellietontvangst minstens zo populair als de kabel. De prijs van de apparatuur voor satelliet-ontvangst is nog maar voor weinigen in onze samenleving een reëel probleem: de goedkoopste apparatuur kost inmiddels 359 gulden en de meest geavanceerde, geschikt voor ontvangst van ontelbare digitale tv-signalen, zal nauwelijks meer kosten dan een goede televisie of videorecorder.

De mogelijkheden van de kabel mogen onder de nieuwe technische omstandigheden groot zijn, die van DBS (Direct Broadcasting Satellites) zijn schier oneindig. Alleen al de twee voornaamste satelliet-exploitanten in Europa (SES en Eutelsat) bieden binnen drie jaar meer dan zeshonderd digitale televisie-kanalen aan voor iedereen die er een wil huren - naast de honderden analoge die thans al in de lucht zijn. De eerste honderd digitale zijn sinds vorige maand beschikbaar. Omdat kleinere satellietexploitanten ook niet stil zitten en bovendien nieuwelingen, vooral Amerikaanse bedrijven, zich op de Europese satellietmarkt dreigen te storten, is de toekomstige beschikbaarheid van duizend op Europa gerichte televisiekanalen binnen vijf jaar geenszins denkbeeldig.

Niet de technische mogelijkheden zijn voor de satelliet-ontvangst dus nog een begrenzing, maar - net als bij de akbel - de mogelijkheid om al die frequenties met televisieprogramma's te vullen en deze te financieren door middel van een rendabele exploitatie. Er staan voor Europa honderden projekten voor zenders van meest uiteenlopende aard op stapel, rond de ontwikkeling van programma's en decoderingssystemen vinden op internationaal niveau stormachtige ontwikkelingen plaats.

Alles wat, op het punt van het binnenhalen van abonnementsgelden, mogelijk is op de kabel, is dat ook bij satellietontvangst: decoders, chipkaarten, pay per view, video on demand. Alleen tweewegverkeer is nog gecompliceerd, zodat daarvoor van aanvullende media, de telefoon bijvoorbeeld, gebruikt moet worden gemaakt.

Van de 'voet tussen de deur' en de charmes van een monopoliepositie is in de ruimte veel minder sprake. Niets verhindert de kijker, in het enorme totale aanbod zijn strikt persoonlijke keuze te maken, zijn schoteltje op de een of de ander te richten, of op een willekeurig station een abonnement te nemen.

De eerste ondernemingen op het gebied van de exploitatie van digitale televisiepaketten buiten Europa - met name in Amerika, waar 'Direct TV' 150 themakanalen in de aanbieding heeft - zijn een doorslaggevend succes. Bijna alle grotere mediabedrijven binnen en buiten ons continent maken zich, ten koste van aanzienlijke investeringen - op voor de slag om de Europese markt voor satelliet-televisie.

Voor de specifiek Nederlandse markt is eigenlijk alleen maar Filmnet/Supersport actief, maar dan ook meteen zeer actief. Binnen enkele weken zal het bedrijf, middels de zusteronderneming Multichoice, een 'boeketje' digitale satellietsignalen lanceren - bestaande uit de abonneekanalen Filmnet en Supersport (met of zonder KNVB), alsmede nog wat andere zenders. Onderhandeld daarvoor is met een aantal commerciële aanbieders als MTV, Discovery etc., maar ook met Nederlandse commerciële aanbieders en met de Nederlandse publieke omroepen. Die laatsten willen heel graag op de satelliet, om die markt (voorshands in Nederland ongeveer 325.000 eenheden groot plus de Nederlandstaligen elders in Europa) niet geheel over te laten aan de thans al in de ruimte aanwezige RTL4, RTL 5, Veronica en SBS6.

Deze, door Philips en andere belanghebbenden in kabelexploitatie met argusogen bekenen plannen van Multichoice komen min of meer neer op een alternatief voor de kabel. Het moederbedrijf van Filmnet/Supersport, Nethold, is bovendien in staat om de mogelijk nog aarzelende consument te voorzien van de benodigde decoderings- en ontavngstapparatuur, ontwikkeld in Zuid-Afrika waar het bedrijf de markt voor satelliet-tv grotendeels in handen heeft, en thans in opdracht van Nethold geproduceerd door een aantal Europese bedrijven.

Philips daarentegen is nauwelijks betrokken bij de markt voor individuele satelliet-ontvangst. Gericht op de kabel als Philips is, moet het bedrijf pogingen om satelliet-ontvangst massaal ingang te doen vinden wel als een grote bedreiging ondervinden, en ook wat dit betreft is het dus gelukkig gelukt om te verhinderen dat Filmnet met betaald voetbal een grote publiekstrekker zou binnenhalen en ook wat dit betreft dient de voorgenomen verramsjing van het betaalde voetbal op een 'open' KNVB-net dus een duidelijk doel.

Dat KNVB-net - het vermag geen verbazing wekken - is in opzet volslagen ongeschikt voor exploitatie per satelliet-tv, welke vrome voornemens in verband met de 'toegankelijkheid' voor niet-kabelbezitters er dezer dagen ook worden geformuleerd. Voor abonnee-televisie is het beoogde tarief van twee gulden per maand te laag. Weliswaar beschikken veel Nederlandseschotelbezitters over een decoder voor RTL4, RTL5, Veronica en SBS6. Maar het betreft hier zogeheten soft-codering, waarmee geen abonnementsgeld kan worden geïnd, en die voornamelijk bedoeld is om te verhinderen dat over programma's auteursrechten voor heel Europa moeten worden betaald. Eén keer een decoder van het merk Luxcrypt (à 75 gulden) aanschaffen, en je kunt tot in lengte van dagen naar alle Nederlandse commerciëlen kijken.

Het lijkt uitgesloten dat de Nederlandse kabelexploitanten, eenmaal gedwongen tot omstreden heffing van twee gulden in het kader van hun basispaketten, ermee akkoord zouden gaan dat hetzelfde signaal voor hun klanten buiten de kabel om vrijwel gratis beschikbaar zou komen. Aan de andere kant beperkt de aanwezigheid van de satellieten aanzienlijk hun mogelijkheden om 'nee' te zeggen tegen een bij de kijkers vermoedelijk populaire offerte als dat van de KNVB-zender: tot elke prijs moet immers vermeden worden, dat de kijker zich afwendt van zijn duur verkochte kabelaansluiting.

    • Raymond van den Boogaard