De metamorfose van Zeeman

Bijna ongemerkt heeft de Nederlandse televisie een literair discussieprogramma gekregen. Het heeft geen eigen titel - wat me nogal schadelijk lijkt voor de binding met de kijkers - want het vaart onder de neutrale vlag van een wekelijks cultureel magazine op maandagavond bij de VPRO: Laat op de avond, na een korte wandeling. Eén keer per maand is dit magazine gewijd aan een literaire discussie onder leiding van Michaël Zeeman.

Het begon nogal stijfjes, maar inmiddels is het een pittig discussieprogramma geworden dat doet denken aan Das literarische Quartett, het boekenprogramma van het ZDF onder leiding van Marcel Reich-Ranicki. Ook bij Zeeman zijn er vaste panelgasten: Maarten van Rossem, Stephan Sanders en Ieme van der Poel, soms afgewisseld door Dirk van Weelden en (tot nu toe één keer) Kees Fens.

Ik had er een hard hoofd in toen Zeeman eraan begon, want hij heeft nu eenmaal een neiging - zoals we van een vorig literair programma weten - naar nogal pretentieuze zwaarwichtigheid die op het scherm al snel karikaturale trekken krijgt. Olivier B. Bommel in letterenland. Maar in Laat op de avond... krijgt hij voldoende tegenspel van de panelleden (Van Rossem!) die allergisch lijken voor malle pretenties.

Fascinerend is ook de metamorfose die Zeeman op het tv-scherm heeft ondergaan. De deftige, afstandelijke interviewer is opeens een grommende discussiant geworden, die zich woedend tegen in zijn ogen slechte boeken keert. Hij kan zich bijna niet voorstellen dat iemand er ànders over denkt. Terwijl dat juist het aardige is van het programma: het onderstreept de betrekkelijkheid van het literaire oordeel.

Als ik me goed herinner is het nog niet één keer voorgekomen dat de deelnemers unaniem een bepaald boek loofden. Altijd is er wel een panellid dat grote bezwaren heeft tegen een boek dat door de anderen juist de literaire hemel wordt ingeprezen.

De meesten vonden De eeuwige jachtvelden van Nanne Tepper een goed debuut, maar Ieme van der Poel 'kon er nauwelijks doorheen komen'. Zionoco van Leon de Winter werd nogal gekraakt (Van Rossem: “Na 'Zoeken naar Eileen W.' heeft hij nooit meer een goed boek geschreven”), behalve door Ieme van der Poel die het mooi had gevonden. En Stephan Sanders nam het in de vorige uitzending manmoedig op tegen de andere leden die eenstemmig Bruno Schulz prezen.

Het programma liep aanvankelijk met een boogje om de Nederlandse literatuur heen, maar daar begint gelukkig verandering in te komen. Eén uitzending was al helemaal gewijd aan nieuwe Nederlandse literatuur. Sanders haakte toen af omdat hij niet over Nederlandse collega's wilde oordelen. Dat kunnen we natuurlijk niet te vaak hebben: er is al genoeg voorzichtigheid en beleefdheid in de Nederlandse letteren.

Afgelopen maandagavond ging het ondermeer over Margaretha bleef het langst liggen van Hermine Landvreugd.

“Nederland mag trots zijn op Hermine Landvreugd”, zei Sanders.

Zeeman, verbluft: “Meen je dat nou?”

Sanders verklaarde zijn tevredenheid.

Zeeman: “Het is toch van een ongelofelijk treurige huiskamermentaliteit...”

Zeeman kraakte nog even genadeloos dóór, op een toon alsof de schrijfster verkering heeft met een jongen die hij niet mag. Maar Van Rossem viel hem in de rede op die geniaal-achteloze wijze waarop hij het patent heeft: “Het eerste verhaal is klote, daar zijn we het over eens, maar het tweede verhaal is goed.”

Mokkend leek Zeeman zijn verlies te nemen, maar we hadden ons vergist. Laat op de avond... eindigt met open microfoon: de deelnemers praten ongedwongen dóór tijdens de aftiteling. Wat mij betreft zou dat onderdeel een kwartiertje langer mogen duren. De deelnemers weten niet meer precies wat er wel of niet wordt uitgezonden, zij laten nu alle reserve varen en wij genieten thuis ademloos van de gemeenste literaire liquidaties.

Zo konden we Zeeman nog net tegen Sanders horen sissen: “Ik was echt verbijsterd dat je dat kùtverhaal van Landvreugd mooi vindt.”

That's the spirit. Achter die keurige façade van de Nederlandse literatuur gist het óók, zoals overal, van afgunst, haat en walging. Bij Michaël Zeeman beginnen de gassen naar de oppervlakte te borrelen. Hopelijk durven de anderen hem daarin te volgen. De eerste signalen zijn bemoedigend.

We kijken naar Stephan Sanders. Hij houdt niet van Dirk van Weelden. We zien het aan Stephans ironische oogopslag. Hij gaat Dirk onderuithalen. Wij willen Dirk waarschuwen, maar hij luistert niet, hij moet vechten om uit zijn ingewikkelde bijzinnen te komen. “Dirk, schiet op”, roepen we vertwijfeld, “kom nou eindelijk eens tot een conclusie.”

Maar Dirk haalt het niet. Stephan slaat meedogenloos toe, koel, bijtend, welsprekend: “Dit is een goed boek en dat verwijt je hem?”

Beeldbuisrumoer in de Nederlandse literatuur.

    • Frits Abrahams