Compaq groeit vooral op Europese markt

LONDEN, 14 FEBR. Meer dan de helft van de 80 miljoen personal computers die in het jaar 2000 worden verkocht zal terechtkomen bij particulieren. Dat voorspelt het Amerikaanse computerbedrijf Compaq, 's werelds grootste fabrikant van pc's. In 1993 was nog bijna 80 procent van de verkochte pc's bestemd voor zakelijk gebruik.

De pc heeft zich inmiddels definitief een plek verworven in de gewone consumentenelektronica. Rond de eeuwwisseling zal de pc evenzeer gemeengoed zijn als televisies, videorecorders en telefoons, en voor een deel hun functie als amusements- en communicatiemiddel hebben overgenomen, aldus Compaq-president Eckhard Pfeiffer.

In de Verenigde Staten, waar de verspreiding van pc's onder huishoudens het grootste is, zal in 1998 ten minste een op de twee gezinnen een computer hebben. Nu al worden in de VS meer pc's verkocht dan tv's, en beschikken 11 miljoen huishoudens over meer dan één pc.

Op een Europese persbijeenkomst in Londen gaf Compaq gisteren een toelichting op zijn resultaten over 1995 en presenteerde zijn visie op de toekomst. Afgelopen maand maakte het bedrijf al bekend een recordomzet te hebben behaald van 14,8 miljard dollar (zo'n 24 miljard gulden) en een winst van 1 miljard dollar, eveneens een record. De onderneming verkocht zes miljoen pc's, volgens het gerenommeerde marktonderzoeksbureau Dataquest, wat neerkomt op 25 procent groei. Daarmee bedient Compaq 10 procent van de wereldmarkt, op afstand gevolg door IBM (4,8 miljoen pc's).

Prognoses voor eigen winst-, omzet- en afzetontwikkeling gaf Compaq niet. Wel voorspelde bestuursvoorzitter Pfeiffer aanhoudende groei.

Van zijn omzet behaalde Compaq, zo onthulde het gisteren, 5,3 miljard dollar in Europa, 40 procent meer dan in 1994. De afzetgroei in Nederland spande, aanzienlijk kleinere markten als Rusland en Finland daargelaten, de kroon. Hier bedroeg de groei (in dollars) 52 procent.

Bijna 5 procent van de Nederlandse huishoudens kocht vorig jaar een pc, aldus Compaq, ruim boven het Europese gemiddelde van 2,4 procent. Nederland bleef de Zwitsers en Scandinaviërs daarmee nipt voor. De kooplust onder Fransen, Italianen en Spanjaarden lag duidelijk onder het gemiddelde.

Niet alleen groeide de Europese markt als geheel met 25 procent, tot 14,7 miljoen stuks, ook de waarde ervan nam toe, met 31 procent tot 35,4 miljard dollar. Ondanks scherpe concurrentie, en navenant forse druk op de prijzen, leidde de introductie van snellere Pentium-microprocessors en het besturingsprogramma Windows 95, dat krachtige pc's vergt, tot aanschaf van gemiddeld iets duurdere computers.

De Westeuropese pc-markt zal dit jaar, aldus Compaqs eerste man voor Europa, Andreas Barth, verder groeien. Hij voorziet de afzet van 18,2 miljoen eenheden, die samen 40,3 miljard dollar opbrengen. Daarbij rekent hij ook de krachtige, professionele computers (servers), die steeds vaker de spil vormen van pc-netwerken. Compaq beweegt zich met deze apparaten in toenemende mate op de markten voor midden- en kleinbedrijf, die voorheen bediend werden door leveranciers van middelgrote systemen als IBM, Digital en Hewlett Packard.

Barth zei op de Europese consumentenmarkt bijzonder veel potentieel te zien. Vergeleken met de Verenigde Staten, waar nu 39 procent van de 97 miljoen gezinnen een computer heeft, steekt de pc-penetratie in Europa magertjes af. Momenteel bezit 19 procent van de 145 miljoen gezinnen in Europa zo'n apparaat.

De verkoop onder Europese particulieren bedroeg vorig jaar 3,5 miljoen standaard-pc's. Volgens ir. Toon Bouten, Compaqs Nederlandse vice-president voor de Europese consumentenmarkt, zal die markt de komende jaren een hoge, maar afnemende groei vertonen. Voor 1996 zei hij een toename van 35 procent te verwachten, tot 4,7 miljoen pc's. In het jaar 2000 worden er 12,9 miljoen eenheden afgezet, een stijging ten opzichte van het voorgaande jaar met 25 procent.

Pfeiffer zei in Londen veel waarde te hechten aan de opkomst van Internet, en aan de ontwikkeling van Compaq-produkten die zich lenen voor het gebruik van dit wereldomspannende computernetwerk. Hij bestreed echter veelgehoorde suggesties als zou de overdracht van 'software-intelligentie' via Internet de inzet van 'uitgeklede' pc's, goedkoper dan 500 dollar, mogelijk maken. Duizend dollar ligt als prijs meer in de rede, aldus Pfeiffer, omdat computers juist meer gebruiksvriendelijkheid en functionaliteit nodig hebben.