Befaamde 17de-eeuwse prostituée in roman vereeuwigd

Michael Pye: The Drowning Room. Vertaling van Paul Heijman, vanaf 11/3: De waterkelder - Het verhaal van Grietje Reyniers, de eerste hoer van New York. Uitg. Nijgh & Van Ditmar. Ca. ƒ 36,90.

NEW YORK, 14 FEBR. Grietje Reyniers geniet faam onder historici. Zij was een 17de-eeuwse prostituée en haar werkterrein was de zuidelijke punt van Manhattan, toen nog 'Nieu Amsterdam' geheten. Hoewel er weinig over haar afkomst en achtergrond bekend is, komt zij veelvuldig voor in de archieven van 17de-eeuws New York. Zij licht haar rokken op aan de havenkant, zij vraagt na de geboorte van haar tweede kind aan de vroedvrouw op wie het kind lijkt en zij suggereert met zoveel woorden dat de vrouw van Dominee Bogardus in een grijs verleden ook de betaalde liefde heeft bedreven. Tenslotte wordt Grietje verbannen van het eiland Manhattan, maar zij keert daar volgens de archieven na een paar jaar alweer terug. De Amerikaanse schrijver Michael Pye heeft Grietje nu vereeuwigd in de roman The Drowning Room.

Er is relatief weinig bekend over de eerste bewoners van Nieuw Amsterdam omdat veel archieven verloren zijn gegaan. Grietje Reyniers kwam regelmatig in aanraking met het gerecht dus daar boffen de historici mee, maar van haar leven in Nederland voor 1638 ontbreekt elk spoor. “Grietje Reyniers was een vrouw met een bijzondere, krachtige persoonlijkheid”, zegt Charles Gehring, directeur van het New Netherland Project in Albany, New York. “Ze is een van de weinige vrouwen die in de rechtbankarchieven voorkomen en je vraagt je af of ze representatief was. Ze is zeer onafhankelijk en het is daarom jammer dat we haar alleen kennen van de keren dat ze voor de rechter verschijnt.”

Ook bij David Voorhees, eveneens een historicus die zich met Nieuw-Nederland bezighoudt, is Grietje Reyniers bekend. “Natuurlijk ken ik haar”, zegt Voorhees, wiens voorouders zelf in de 17de eeuw met de boot overkwamen. “Ze is waarschijnlijk een van de meest bestudeerde vrouwen in de Nieuw-Nederlandse geschiedschrijving. Grietje had vier dochters die allemaal goed terecht zijn gekomen en families hebben gesticht die in later eeuwen in New York en omgeving zeer prominent waren.” Er lopen waarschijnlijk duizenden nazaten van Grietje en Antony Jansen van Salee in de VS rond. Antony Jansen, Grietjes echtgenoot, was zwart en mogelijk de zoon van een Nederlandse zeeman en een Barbarijnse dame. Ook hij komt, net als Grietje, regelmatig voor in de rechtbanknotulen van Nieuw Amsterdam. Pye gaf hem ook een plaats in The Drowning Room.

Hoewel Michael Pye al een plankje boeken op zijn naam heeft, noemt hij The Drowning Room (Nederlandse vertaling De Waterkelder) “mijn eerste serieuze roman”. Pye, een Engelsman die al zestien jaar in New York woont, schreef behalve een paar thrillers ook The Movie Brats, The King over the Water en de tekst van The Pirelli Calendar Album. Verder schrijft hij als free-lance journalist voor onder meer de Daily Telegraph, Esquire en de New York Times. Enkele jaren geleden publiceerde hij een biografie van New York, Maximum City geheten. Dit laatste boek, waarin Grietje Reyniers als historische figuur opduikt, was de aanleiding voor het schrijven van een roman over haar.

Pye schetst haar leven in Nederland vanaf het moment dat het romanpersonage Grietje haar moeder kwijtraakt en naar Amsterdam gaat. Ze komt er in dienst van een gegoede familie maar belandt daarna tijdelijk in de prostitutie. Ze trouwt maar verlaat haar man om naar Nieuw Amsterdam te gaan. Daar leeft ze met Antony Jansen in Nieuw Amsterdam en op Long Island, vlakbij Manhattan. In The Drowning Room blikt Grietje terug op haar leven en krijgt de lezer bij stukjes en beetjes haar levensverhaal te horen.

“Als schrijver bevind je je in een luxe positie als er zo weinig over iemand bekend is”, zegt Michael Pye in zijn appartement op Manhattan. “Je kent al gauw alle documenten die er zijn en voor de rest kun je de vrijheid nemen het te verzinnen.” Pye is goed bekend met de 17de eeuw omdat hij tijdens zijn studie geschiedenis in Londen de periode onder de loep nam. Interesse voor 17de-eeuws New York kreeg hij tijdens het werk aan Maximum City. “Nadat het boek was gepubliceerd bleef Grietje me achtervolgen”, vertelt Pye. “Ik kon haar niet uit mijn hoofd zetten. Het bleek ook dat er inderdaad niets over haar afkomst in Nederland bekend was. Wat me nog het meest verbaasde bij nader onderzoek was dat de veelbelichte, grondig bestudeerde Gouden Eeuw toch nog een onontgonnen terrein is.”

Pye legt uit dat je in hedendaags Amsterdam bij wijze van spreken nog kunt zien hoe iemand driehonderd jaar geleden een hoek omging. Ook door de overvloed aan schilderijen van het dagelijks leven uit die tijd kan men zich een beeld vormen. Maar dat is slechts de oppervlakte. Volgens Pye weten we niet hoe mensen uit de lagere klassen van de bevolking in die tijd hun dag doorbrachten. Pye: “Het blijkt zeer ongedocumenteerd te zijn en dat is eigenlijk verbazend want we denken dat het niet zo is.”

Pye benadrukt dat in The Drowning Room een versie van Grietjes leven wordt verteld. Juist omdat er weinig bekend is over de historische figuren vond hij dat hij de vrijheid kon nemen om de levens in te vullen. “Alle geschiedenis is fictie”, zegt Pye. “De vrijheden die je je veroorlooft zijn altijd groot, of je nu fictie of geschiedenis schrijft. Je concentreert je op een of enkele levens omdat je niet alle negenduizend levens van de inwoners van de kolonie Nieuw Nederland kunt gaan beschrijven. Door het persoonlijk te maken overtuig je lezers ervan dat het razend interessant is. Ik hoop dat meer mensen de oorspronkelijke manuscripten gaan lezen.”

Pye veroorloofde zich ook de vrijheid om de naam van Grietje in zijn roman te veranderen tot Gretje. Na overleg met zijn redacteur kwamen de twee tot de conclusie dat de naam 'Grietje' een onoverkomelijk probleem is voor Engelssprekenden. Het ziet er onnatuurlijk uit en de uitspraak is een vraagteken. Dan maar 'Gretje'. Waarom eigenlijk geen 'Greetje', als een soort van Nederlands compromis dat uitgesproken in het Engels het origineel het dichtst benadert? “Tja”, zegt Pye, “daar hebben we eerlijk gezegd niet aan gedacht.” Gelukkig is de naam in de Nederlandse vertaling weer gefatsoeneerd tot Grietje.

Grietje Reyniers had een zelfstandigheid die tekenend was voor Nieuw Amsterdam. Na de overname door de Engelsen in 1664 werden vrouwen veel vrijheden ontnomen. Achter de schermen trokken Nederlandse vrouwen in de handel nog steeds aan de touwtjes. “Grietje was geen makkelijke tante”, zegt Pye. “Ze was hartstochtelijk en had een overlevingsinstinct. Ze had lef en ze was bijzonder. Ik denk ook dat ze intelligent was.” Prostitutie was een economische optie, waar geld mee te verdienen viel. Het was echter volgens Pye ook een levensgevaarlijk beroep, voor de eigen gezondheid en omdat het eenvoudigweg illegaal was.

Het huidige New York City vertoont nog altijd sporen van het Nederlandse begin, al zijn het er niet veel. Iedereen weet dat Brooklyn van Breukelen komt en dat Harlem net zo ver lag van Nieuw Amsterdam als Haarlem van Amsterdam. “Het stratenplan in downtown Manhattan is ook nog bewaard gebleven”, zegt Pye. Hij noemt verder de “pragmatische tolerantie van de stad”, die altijd een verzamelplaats van vreemdelingen is geweest, als iets typerends. “Nieuw Amsterdam was ook de eerste stad waar immigranten in Amerika zich moesten gedragen als Amerikanen”, zegt Pye. “De Nederlanders waren daar goed in, de Engelsen hebben daar altijd problemen mee gehad. De geschiedenis vertelt ons hoe dat is afgelopen.”

    • Lucas Ligtenberg