Bedgeheimen met een koude douche

Lunchvoorstelling: Morgen. Tekst en regie: Harrie Hageman; spel: Lieve Claes; vormgeving achterdoek: Jacqueline Santing. Gezien: 13/2 Theater Bellevue Amsterdam. Aldaar t/m 25/2. Tournee t/m 29/3. Tweede tournee: 3 t/m 28/9.

Moeten wij geloven wat we zien? Is het waar wat we horen? In de als lunchvoorstelling uitgebrachte monoloog Morgen stelt Harrie Hageman het aloude dilemma schijn of werkelijkheid op het toneel aan de orde. Keer op keer past hij daarbij de beproefde Brechtiaanse formule toe, die dicteert dat de illusie van de zogenaamde vierde wand in het theater door een rechtstreekse confrontatie met het publiek onderuit wordt gehaald.

De Vlaamse actrice Lieve Claes, voor wie Hageman zijn tekst schreef die hij ook zelf ensceneerde, maakt de toehoorders deelgenoot van haar intiemste gevoelens voor een man op wie ze verliefd is en die ze in haar netten heeft gevangen. Maar net als we ons bereidwillig overgeven aan de verbeelding en ons laten meevoeren door haar zo doelbewust nagestreefde liefdesgeluk krijgen we een emmer koud water over ons heen en drijft Lieve Claes de spot met het publiek dat zich door haar zo schaapachtig heeft laten misleiden. Wat waar is blijkt het volgende moment opeens niet waar: “U denkt het is maar toneel. Dat is het niet verdomme, ik méén wat ik zeg. (...) En vanaf nu praat ik niet meer over m'n lief. U dacht toch niet dat dat echt waar was.”

En zo gaat het maar door - Lieve Claes zet ons op het ene been, vervolgens op het andere en tackelt ons tenslotte met superieure blik. Na een poosje is de verrassing eraf, de aanvankelijke verwarring slaat om in verveling, de pogingen de toehoorders en met name de mannen bij het verhaal te betrekken door hen persoonlijk aan te spreken gaan irriteren. Toch kent de publieksparticipatie nog even een spannend moment als ze een argeloze man in de zaal het script aanreikt met het verzoek of hij even 'hem' wil zijn en vanaf zijn stoel een dialoog met 'haar' wil spelen. Het licht gaat uit en terwijl hij zijn tekst bijlicht met een zaklantaarn en zij een kaars aansteekt ontspint zich een gesprek dat heel rustig en vertrouwelijk klinkt.

De vanzelfsprekende en tegelijk mysterieuze aanwezigheid van Lieve Claes speelt bij dit alles een belangrijke rol. Haar lange magere lijf en haar gezicht, dat intrigeert door de enigszins katachtige expressie, drukken verleidelijkheid uit maar ook afstandelijkheid, sluwheid maar ook naïviteit.

Bij aanvang zit ze op een van de fel gekleurde plastic kuipjes voor een groot beschilderd doek met drie naakte voorover liggende vrouwen en zingt ze mee met de Pet Shop Boys die op discosterkte door de ruimte schallen.

Ze gaat volledig op in de muziek, lijkt het, maar even later is ze een en al meisjesachtige koketterie als ze bekent verliefd te zijn en al haar geheimen aan onbekende oren toevertrouwt. Die betreffen niet alleen haar grote vlam, maar ook haar fixatie op mannen in het algemeen, haar jaloezie, haar verlangen naar het vinden van haar andere helft, haar ervaringen in bed. Het zijn allemaal onderwerpen die niet voor andermans oren bestemd zijn maar die ze toch niet voor zich kan houden, zodat de monoloog inclusief de onderonsjes met het publiek het karakter krijgt van een samenzweerderige biecht.

    • Noor Hellmann