Barok der beelden is nog geen zeggingskracht

Le regard d'Ulysse (To vlemma tou Odyssea / Ulysses' Gaze). Regie: Theo Angelopoulos. Met: Harvey Keitel, Erland Josephson, Maïa Morgenstern. In: Amsterdam, Rialto; Den Haag, Filmhuis; Utrecht, 't Hoogt.

Zoals alle grote regisseurs maakt Theo Angelopoulos (Athene, 1935) al vijfentwintig jaar dezelfde film. De grondvorm is te vinden in zijn meesterwerk O Thiassos/De komedianten (1975): een elegie voor de door de communisten verloren Griekse Burgeroorlog (1949) in de vorm van een vervreemdingstechnieken toepassend spektakel van ongemonteerde zeer lange camera-instellingen, dat met de relativiteit van tijd en geschiedenis speelt. In zijn latere films (Landschap in de mist, De opgeheven stap van de ooievaar) bood Angelopoulos, onder behoud van eigen stijl, meer ruimte voor spiritualiteit en moderne eenzaamheid. De blik van Odysseus/Le regard d'Ulysse, een Grieks-Italiaans-Franse coproduktie, voert Angelopoulos helemaal terug naar politiek, historie en Brecht. Het resultaat is zijn meest ambitieuze film sinds De komedianten, die bovendien enkele van de mooiste, visueel meest opwindende scènes uit de Europese cinema van de laatste jaren bevat. Dat Angelopoulos' film toch teleurstelt, ligt juist aan de gebrekkige balans tussen de overdonderende barok van de beelden die Angelopoulos en zijn cameraman Yorgos Arvanitis in de hele Balkan componeerden en anderzijds de geringe politieke zeggingskracht van de film. Dat leidt soms zelfs tot topzware kitsch, bijvoorbeeld wanneer een orkest op een ruïne in Sarajevo (opgenomen in Mostar of Vukovar) in de mist filmmuziek ten gehore brengt.

Harvey Keitel speelt een Amerikaanse filmmaker van Griekse origine, die op zoek gaat naar niet-ontwikkeld filmmateriaal van de gebroeders Manakia, Macedonische filmpioniers uit het begin van de eeuw, die echt bestaan hebben. Zo krijgt de odyssee van Keitel minstens drie ladingen: die van een oudere filmmaker op zoek naar de onbevangen blik van een 'primitieve' documentarist; die van een historisch vorser van de continuïteit in de Balkanconflicten tussen het begin van deze eeuw, via Eerste en Tweede Wereldoorlog en Koude Oorlog naar het postideologische, door scherpe etnische tegenstellingen bepaalde heden; en die van een tragische Odysseus, die in elk land dezelfde vrouw (Maïa Morgenstern) in een verschillende gedaante aantreft en die ontroostbaar alleen achterblijft.

In de 'Burgeroorlog'-films van Angelopoulos wisten we vaak niet precies naar welke historische realiteit die schitterende tableaux vivants eigenlijk verwezen; nu Angelopoulos meer herkenbare eigentijdse geschiedschrijving pleegt, wordt de validiteit van zijn betoog een probleem. Ook de gedragen, plechtige toon van zijn film lijkt minder geschikt voor het verbeelden van de moderne Balkanoorlog dan het hysterische kermisritme van Emir Kusturica's Underground.

Toch mag u Le regard d'Ulysse niet missen. Om de scène onder Griekse immigranten in het Roemeense Constança, waarin de jaren heel handig als minuten verstrijken; om de aanblik van de taxi op een onvoorstelbaar leeg Albanees kruispunt; om het beeld van Lenin dat over de Donau naar Duitsland gesleept wordt en ter hoogte van het Servisch-Bulgaars-Roemeense drielandenpunt vanaf de oever aangeroepen wordt - wellicht een hommage aan de Joegoslavische regisseur Dusan Makavejev die vergelijkbare beelden al in Sweet Movie (een drijvende Marx) en Gorilla Bathes at Noon (een onttakeld Leninbeeld) vertoonde; en vooral om die droge geweerschoten in de mist van Sarajevo en de stem van de beul, die roept dat het leven nu eenmaal zo is.

Als dat waar zou zijn, dat je nu eenmaal op een nevelige namiddag zomaar door toedoen van een remmende auto en een ongetwijfeld in een lange leren jas gestoken proleet, je einde kunt vinden, dan is de schoonheid van Angelopoulos' film ongepast.

    • Hans Beerekamp