Tribunaal mag altijd verdachten verhoren

De Bosnische Serviër Dusko Tadic piekert niet langer alleen over zijn toekomst in het cellencomplex van de Scheveningse gevangenis dat gereserveerd is voor het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië. Twee hoge officieren uit het Bosnisch-Servische leger zijn gisteren hem komen vergezellen, niet in de laatste plaats tot hun eigen verrassing. Vorige week liepen ze nog vrij rond in de omgeving van Sarajevo, vermoedelijk zonder een greintje angst voor een enkele reis-Den Haag. Generaal Djordje Djukic en kolonel Aleksa Krsmanovic kwamen op geen enkele lijst van aangeklaagden voor en werden zelfs niet eens genoemd als mogelijke verdachten.

Zelfs toen de auto waarin ze vorige week dinsdag zaten in Sarajevo een verkeerde weg in draaide en werd onderschept door een patrouille van het Bosnische regeringsleger, zullen ze niet onmiddellijk een visioen van het VN-tribunaal hebben gehad. De Bosnische regering kwalificeerde ze echter vrijwel direct als potentiele oorlogsmisdadigers en kondigde aan een onderzoek te zullen beginnen.

Maar een duidelijk beeld van de betrokken militairen ontbrak kennelijk ook in Sarajevo. In de uitgebreide dossiers van de Commissie voor onderzoek naar Oorlogsmisdaden van de Bosnische regering - een instantie die ressorteert onder de Bosnische politie en het Bosnische leger en die alle mogelijke vergrijpen van zowel het oorlogsrecht als de Joegoslavische strafwetten documenteert - kwamen de twee officieren niet direct naar voren als misdadigers, hoewel een Bosnische regeringsfunctionaris ze verantwoordelijk stelde voor “massamoorden in de omgeving van Sarajevo”.

Voor aanklager Bekir Gavrankapetanovic van de Commissie voor Oorlogsmisdaden maakte dat niet zo heel veel verschil: Djukic en Krsmanovic zijn hoge militairen en daarom “verantwoordelijk voor de troepen onder hun commando die misdaden hebben begaan [...] of zij hebben orders gekregen de misdrijven uit te voeren”, zei hij. Van beide officieren is niet veel meer bekend dan dat ze binnen het Bosnische leger verantwoordelijk waren “voor logistiek”.

Ook het VN-tribunaal was het kennelijk niet direct duidelijk wat de twee misdaan zouden hebben, maar het team van aanklager Goldstone reageerde wel belangstellend. Een woordvoerder van het tribunaal verklaarde vorige week dat onderzoek zou worden gedaan naar de beschuldigingen en sloot niet uit dat het tribunaal zou verzoeken ze naar Den Haag over te brengen.

Dat leek opportuun. Het tribunaal ligt al weken onder vuur van met name Westerse media omdat het er maar niet in slaagt aangeklaagden voor oorlogsmisdaden ook daadwerkelijk te berechten. Een regeling met IFOR-troepen om aangeklaagden op te pakken in Bosnië komt maar niet van de grond. De IFOR-leiding zegt dat de 60.000 militairen niet naar Bosnië zijn gekomen om oorlogsmisdadigers op te sporen. Wat wel afgesproken is, wordt niet uitgevoerd. Zoals het verspreiden van foto's en beschrijvingen van gezochte oorlogsmisdadigers onder IFOR-soldaten, zodat deze ze op zijn minst kunnen herkennen. Gisteren bleek dat nog geen enkele soldaat over een dergelijke lijst beschikt. Of zo'n lijst bijdraagt aan de alertheid en bereidheid mensen aan te houden is de vraag. Zaterdag meldde The Washington Post dat de Bosnisch-Servische leider en aangeklaagde Radovan Karadzic al vier keer ongehinderd langs een controlepost van IFOR was gekomen.

Het tribunaal is in elk geval gerechtigd regeringen te vragen om verdachten lopende een onderzoek vast te houden en eventueel over te dragen. Artikel 40 van de Rules of procedure and evidence van het tribunaal is daarover ondubbelzinnig. “In geval van urgentie kan de aanklager elke staat verzoeken om 1) een verdachte in voorlopige hechtenis te nemen, [...] en 3) alle maatregelen te nemen om ontsnapping van een verdachte te voorkomen [...]” Lopende het onderzoek kan de aanklager verdachten volgens artikel 39 “ontbieden en ondervragen”.

Dat het tribunaal een onderzoek begint nadat een regering een verdachte aanhoudt, zegt meer over het belang van de verdachte binnen het complex van misdaden dan over de werkwijze van het tribunaal. In hoeverre Djukic en Krsmanovic al onderwerp van onderzoek waren, zal onduidelijk blijven. Volgens regel 29 zullen “deliberaties in beslotenheid plaatsvinden en geheim blijven”. Zelfs regeringen kunnen dit uiterst korte artikel voorgeschoteld krijgen als ze uitleveringen aanhouden in afwachting van een antwoord op het waarom van een verzoek daartoe van het tribunaal.

    • Z.C.A. Luyendijk