Proces

Dertig jaar geleden, toen er nog linkse intellectuelen bestonden, verscheen het boek Tjeempie! of Liesje in Luiletterland van Remco Campert. Een vermakelijke scène speelt zich af in de wachtkamer van de Best Gekapte Schrijver van Nederland. Twee vrienden van de schrijver korten de tijd met een discussie. “Hitler!“ zegt de een met nadruk. “Göbbels!“ riposteert de ander. Nummer een, niet uit het veld geslagen, slaat terug met een triomfantelijk “Göring!“ en zo gaat het nog een tijdje door.

Trefzekere benadering van een conversatiestijl die mij bekend voorkwam. Toch hadden de linkse intellectuelen die model stonden voor dit wachtkamergesprek reden om zich miskend te voelen, want wat Liesje misschien aanzag voor een intellectueel twistgesprek, was in werkelijkheid een partijtje blindkwartetten geweest, een moeilijk spel dat een ijzeren geheugen en scherpzinnige logische redeneringen vereist. Het is dat het spel de neiging heeft om in ruzie te ontaarden (“Jij moet Landru wel hebben, omdat je weigerde toen ik om Jack the Ripper vroeg“), anders zou het heel populair zijn.

Zo weet de spelletjesspeler zich altijd onbegrepen door de buitenwereld. Die ziet slechts de vreemde grimassen van de spelers, de blos op hun wangen, de rook die uit hun oren komt, en denkt dat het daarom gaat. Een krantenbericht over het pokerspel: “Maar met goed bluffen, het trekken van een poker-face, kan met slechte kaarten toch worden gewonnen. Dat is behendigheid.“ De verslaggever had pokerfilms gezien en daaruit de indruk gekregen dat bekwaamheid in het poker er in zit dat je rare gezichten kan trekken. Hij vergiste zich.

Het bericht ging over het pokerproces dat op het ogenblik bij de rechtbank in Amsterdam hangende is. Zeg niet dat dit proces u geen klap interesseert omdat u niet van poker houdt. Leer van de juristen dat een kleine zaak soms tot vonnissen van groot algemeen belang kan leiden. Neem de moeite om u, al is het met tegenzin, in het Amsterdamse pokerproces te verdiepen. Het kan tot leerzame conclusies leiden.

De Nederlandse overheid vindt het onwenselijk dat buiten de officiële casino's particuliere pokerclubs geopend worden. De wet biedt de mogelijkheid om dat te verbieden, mits het poker als een kansspel beschouwd kan worden. Het ongeluk wil dat poker geen kansspel is, maar een denkspel. Om het goed te spelen is jarenlange studie en oefening nodig. Geen nood, de overheid begint een proces om aan te tonen dat het wel degelijk een kansspel is. Dat rood geel is en de maan van groene kaas, zou ik zeggen. Het komt me even absurd voor als wanneer iemand zou beweren dat schaken een kansspel is. Dat is ook wel eens gebeurd, in volle ernst door een zekere Abbott, in het boek Winners and other losers. Het boek kreeg een aanbeveling mee van de Nobelprijswinnaar Niko Tinbergen. Dat bewijst dat je voor de meest dwaze onzin altijd nog wel een beroemde deskundige kan vinden die er een goed woordje voor heeft.

Er kan een bibliotheek gevuld worden met leerboeken over poker. Die gaan over kansberekening en over logische analyse van de opeenvolgende gebeurtenissen in een spel. Er zijn vaktijdschriften die spellen analyseren. Zelden wordt er in die analyse gerept over dat zogenaamde pokerface. Het is ook een triviale bijkomstigheid. De onverstoorbare blik van de doelman als de strafschop wordt genomen. Misschien heeft die zijn uitwerking op de tegenstander. Toch zou het misleidend zijn om te zeggen dat de bekwaamheid van de doelman vooral schuilt in zijn vermogen om een voetbalgezicht te trekken. Ik wil me overigens niet als een pokerdeskundige opwerpen. Ik beheers het spel niet goed. Juist omdat ik er slecht in ben, weet ik dat het moeilijk is.

De overheid, mijns inziens volstrekt te kwader trouw, houdt vol dat het een kansspel is. Een hoogleraar in de kansberekening spreekt dat tegen. Maar zoals gezegd, hoe absurd een mening ook is, er is altijd wel een deskundige te vinden die ervoor in het geweer wil komen. Het eerder genoemde krantenbericht meldt: “Prof. dr W. Wagenaar van de Rijksuniversiteit in Leiden is genuanceerder. Hij beschouwt 5 Card Draw als een kansspel.“ Genuanceerder! Het is moeilijk te bedenken op grond van welke redenering iemand er toe kan komen om nu net de meest klassieke pokervorm als een zuiver geluksspel te beschrijven. Het moet op grond van de meest primitieve misvattingen over de functie van verborgen kaarten zijn. Wagenaar is, zoals bekend, psycholoog. Ik vind het bizar om hem in dit geval als een deskundige te beschouwen. Alleen als het onnozele gepraat over het pokerface van groot belang zou zijn, zou een psycholoog over poker een specifieke deskundigheid hebben. Hij zou zich ook wel als deskundige in de driehoeksmeting kunnen opwerpen, want bij alles komt wel een beetje psychologie kijken. Het lijkt wel of Wagenaar zo beroemd is geworden dat hij zich nu verplicht voelt om over van alles en nog wat de meest dwaze meningen naar voren te brengen. Een ijdeltuitje waarschijnlijk, die niet inziet waar de grenzen van zijn deskundigheid liggen. Angstige gedachte dat hij ook adviezen geeft in gevallen waar het om leven en dood gaat.

Ik vraag me af waarom ik me dit pokerproces aantrek. Die pokerholen interesseren me helemaal niet. Het is natuurlijk droevig dat de Nederlandse staat geschiedenis schrijft door bij de rechter te eisen dat twee maal twee vijf is. Het is pijnlijk om een universitaire 'deskundige' te zien verklaren dat twee maal twee geen vijf is en ook geen vier, maar wetenschappelijk genuanceerd vier en een half. Maar het gaat me om iets anders. Het is mooi om de rol van het toeval te benadrukken en bij wetmatigheden te wijzen op de uitzonderingsgevallen. De gedachte dat het schaken een geluksspel is, vind ik bevrijdend. Tot iemand, met de zegen van een Nobelprijswinnaar, een bloedserieus boek schrijft waarin hij beweert dat het schaken inderdaad louter en alleen een geluksspel is. Het is prettig om wetten en regels te relativeren, maar alleen als die wetten in de maatschappij min of meer gehandhaafd blijven. Niet als alles een losgeslagen bende is, dan piept de relativist een toontje lager. Ik houd van het toeval zolang de overheid voor de wetmatigheid zorgt. Maar als een nihilistische overheid uit puur opportunisme staande houdt dat alles op toeval berust, dat universitaire diploma's het beste door de giroloterij vergeven kunnen worden of dat poker een geluksspel is, dan is het niet leuk meer.

    • Hans Ree