Pelgrims tussen knisperende rijst

Gezelschap: Cloud Gate Dance Theatre. Produktie: Songs of the Wanderers, choreografie: Lin Hwai-min, muziek: Georgische volksliederen. Gezien: 10/2, AT&T Danstheater, Den Haag.

Sinds enkele jaren beschikt het AT&T Danstheater over een bescheiden eigen programmeringsbudget waarmee het belangwekkende grootschalige evenementen naar Den Haag kan halen. Dat werden vooral operavoorstellingen. Terecht, want die kunstvorm komt in de Residentie nauwelijks aan bod, terwijl het theater er uiterst geschikt voor is. Dit weekeinde was er echter het Cloud Gate Dance Theatre uit Taiwan te gast, een gezelschap dat in 1973 werd opgericht door schrijver/choreograaf Lin Hwai-min.

De 24 dansers zijn geschoold in de klassieke en moderne dans, beoefenen Tai-Chi en traditionele operatechnieken en verdiepen zich intensief in meditatie. Nederland is niet onbekend met de in het verre oosten ontwikkelde eigentijdse dansvormen. Vooral de Japanse Butoh-dans was jarenlang regelmatig in verschillende steden te zien, zowel in groepsvorm als door eenlingen en paren uitgevoerd. Den Haag bleef daar echter bijna geheel van verstoken en juist daarom waren de twee voorstellingen van het Cloud Gate Dance Theatre van belang.

Voor de doorgewinterde dansbezoeker was de produktie Songs of the Wanderer van het gezelschap echter minder nieuw en verrassend als in de aankondiging gesuggereerd werd. Het werk handelt over de zoektocht naar spirituele bewustwording en heeft als inspiratiebron een reis van Lin Hwai-min naar Bohdgaya, de plaats in India waar Boeddha zijn staat van verlichting bereikte, en nu een druk bezocht pelgrimsoord. De figuur die de meeste aandacht trekt in Lins produktie is een kleine, kaalgeschoren, met een dunne witte doek omgorde man, die zo lang de voorstelling duurt (90 minuten) onbeweeglijk met gevouwen handen en gesloten ogen links vooraan op het toneel staat onder een constante straal van neervallende rijstkorrels.

Rijst (meer dan 3000 kilo op de vloer en uit de lucht vallend) vervult een belangrijke functie in de produktie. Het creëert landschappen: een meanderende rivier, een troosteloze, kale woestijn, een rituele plek, een zware tropische regenbui. Het is ook een materie waarmee gevochten en gespeeld wordt, dat uit handen stroomt, als uitspattend vuurwerk de lucht in wordt geworpen, dat zich knisperend verspreidt onder een neervallend lichaam. In die landschappen bevinden zich als Indiase heilige mannen in witte doeken gehulde pelgrims en zoekenden. Ze steunen op lange, grillig gevormde takken, voorzien van kleine belletjes, geselen zich met fris groen gebladerte, of liggen als omgevallen kevers op de rug met hulpeloos in de lucht spartelende armen en benen. Ze lopen met diep gebogen knieën, voorovergebogen rompen, de heupen ver naar achter geschoven, het hoofd schuin op de nek geplaatst, langzaam, heel langzaam in voorzichtig verschuivende formaties met slechts sporadisch een wat heftiger uitschieter, een languitgetrokken lijn, een onverwachte sprong, een wild zwiepende haardos. Het geraffineerde gebruik van attributen, de wonderlijk devote Georgische volksmuziek, de subtiele schoonheid van de veelal verwrongen bewegingen en de uitgekiende belichting leveren prachtige beelden op van een tijdloos bestaan dat louter op de geest gericht is.

    • Ine Rietstap