Kunstenaars Green en Tiravanija willen het publiek aanzetten tot daden; Een walm van rook en verschaald bier

Tentoonstelling: Renée Green en Rirkrit Tiravanija. De Appel, Nieuwe Spiegelstraat 10, Amsterdam. Di t/m zo 12-17u. In febr. en maart di. 12-22u. T/m 24 maart.

Het is zondagochtend en langzaam word je wakker. De wekker geeft aan dat het half een 's middags is - het voelt als zes uur 's ochtends. Je hoofd suist, je tong is droog, je ogen willen niet open en het duurt een paar minuten voordat je je realiseert dat je de avond ervoor een feestje hebt gegeven. Met enige moeite sta je op en loopt de trap af - aan je voeten ligt het slagveld van de gezelligheid.

De Argentijns/Thaise kunstenaar Rirkrit Tiravanija heeft in een zaaltje in De Appel in Amsterdam een soortgelijke chaos gecreëerd. Overal liggen bierflesjes, op een houten, gekantelde kist staan elektrische wokken vol met aangekoekte rijst, op de vloer slingeren afgekloven appels en garnalenkarkasjes en bovenop de kist pronkt een fles Albert Heijn-tomatenketchup.

De reden waarom Tiravanija's installatie zo authentiek overkomt is de geur: in het zaaltje hangt een walm van rook, vet en verschaald bier. Wanneer je als toeschouwer door Pad Thai (1991) loopt, is dan ook de eerste vraag die in je opkomt of de kunstenaar deze chaos minutieus heeft 'nagebouwd' of dat hij gewoon een feestje heeft gegeven en de resten laten staan.

In De Appel exposeert Tiravanija samen met de Amerikaanse kunstenaar RenéeGreen (1959), een combinatie die op het eerste gezicht weinig voor de hand ligt. Green is vooral een politieke kunstenaar, die statements wil maken over de rol van minderheden in de samenleving en dus onder meer een cd-rom presenteert waarop je door hip-hop tijdschriften kunt bladeren en een woord als 'nigger' kunt opzoeken. Ook bouwde ze Salon, Vienna (1993-'94): een zaaltje, ingericht als een ouderwetse bourgeois-kamer met een bankje, wat fauteuils en gordijnen, ontworpen in eenzelfde, truttig gele stof met rode motieven. Het schokje komt pas als je die motieven bestudeert: die blijken afbeeldingen van gemartelde zwarten en onderdrukte vrouwen.

De overeenkomst tussen Green en Tiravanija zit in de wijze waarop ze met hun toeschouwers omgaan: allebei willen ze hun publiek aanzetten tot daden. Maar waar Green haar publiek vooral politiek bewust wil maken, kiest Tiravanija voor ouderwetse participatie: hij werd bekend doordat hij op tentoonstellingen pannekoekjes bakte en soep klaarzette voor publiek en collega-kunstenaars. Ook in De Appel probeert hij, ondanks zijn afwezigheid, weer een soort gezelligheid te creëren. Zijn eerste werk op de tentoonstelling, Untitled (Fear eats the soul) (1994), is een houten bar met een video en wat blikjes cola, waar toeschouwers bij elkaar kunnen komen om over kunst te discussiëren.

Helaas komt Tiravanija's drang tot participatie het beste naar voren in de installatie Untitled uit 1996. In een houten kamer, waarin een projector staat en een projectiescherm met daarachter een drumstel, twee gitaren en een basgitaar (om je af te reageren?), wordt een filmpje gedraaid van Marcel Broodthaers. Die staat in het Londense Hyde Park, bij de zogenaamde 'Speakers Corner', met een draagbaar, op twee kanten beschrijfbaar schoolbord. Om de beurt kalkt Broodthaers met een krijtje teksten op dat bord en houdt ze - in stilte - omhoog: 'SILENCE', 'VISIT TATE GALLERY' en 'YOU ARE ALL ARTIST'. Om hem heen verzamelt zich langzaam een menigte die begint te lachen, te discussiëren en de kunstenaar wat begint te jennen, maar Broodthaers zegt niks en blijft maar teksten omhoog houden. Het is een prachtig filmpje, zonder twijfel het beste kunstwerk op de tentoonstelling, met die stoïcijnse Broodthaers die in een paar minuten laat zien hoe lastig de relatie tussen publiek en kunstenaar altijd is, hoe moeilijk het is voor kunstenaars om werkelijk met hun toeschouwers te communiceren, en eigenlijk wilde ik mijn enthousiasme over Broodthaers delen en horen of de rest van het publiek zich door Tiravanija aangesproken had gevoeld of door Green of, of...

Maar in de bar was niemand te bekennen.