Knauw voor pensioen dreigt bij faillissement

ROTTERDAM, 13 FEBR. Werknemers die betrokken zijn bij een faillissement zien niet alleen hun huidige inkomen onder druk komen. Ook de pensioenuitkering kan door een faillissement een forse knauw krijgen. Drie jaar na de teloorgang en wederopstanding van vrachtwagenproducent DAF probeert het pensioenfonds van DAF nog steeds 100 miljoen gulden van de oude onderneming binnen te halen.

Evenals bij Fokker bouwden de werknemers van DAF een aanvullend pensioen op via het eigen ondernemingspensioenfonds. Toen de vrachtwagenproducent begin 1993 failliet ging, en alle circa 5000 werknemers op straat kwamen, hield die opbouw automatisch op. Dat gold ook voor de werknemers die direct weer bij het 'nieuwe' bedrijf Daf Trucks in dienst werden genomen. Zij zijn vanaf dat moment via het pensioenfonds van Daf Trucks opnieuw met sparen begonnen.

Aanvankelijk dreigden de werknemers door de overstap naar Daf Trucks een forse pensioenbreuk op te lopen. Inmiddels is daar een oplossing voor gevonden. “We hebben intern de zaken netjes geregeld”, zegt bestuurder P. van der Krabben van de stichting Pensioenfonds DAF. Hoe die oplossing er precies uitziet, wil hij niet zeggen. “Ik wil vermijden dat er weer oud zeer wordt opgerakeld.”

Het pensioenfonds van het oude DAF is blijven bestaan ten behoeve van de werknemers die definitief weg moesten: huidige en toekomstige pensioengerechtigden krijgen via dit fonds op basis van door hen (en de werkgever) ingelegde premies een aanvullende pensioenuitkering. De pensioenregeling van DAF is gebaseerd op het eindloonstelsel. Dat betekent dat de werknemers recht hebben op een pensioen (inclusief AOW) ter hoogte van 70 procent van het laatstverdiende bruto salaris.

Door dit eindloonstelsel dreigde het DAF-pensioenfonds na het faillissement van de onderneming behoorlijk in de problemen te komen. In dit systeem krijgen werknemers een pensioen op basis van hun laatste salaris, maar de premieheffing vindt gedurende de loopbaan plaats als het salaris nog wordt opgebouwd. Daardoor wordt feitelijk te weinig premie ingehouden. Pensioenfondsen en verzekeraars mogen dit verschil - backservice geheten - achteraf financieren: daarbij gaan ze ervan uit dat de rente- en beleggingsopbrengsten die ze behalen op ingelegde premiegelden voldoende zijn om het verschil te overbruggen.

Ook het pensioenfonds van DAF hanteerde deze werkwijze. Door het faillissement van de vrachtwagenproducent kwam er echter abrupt een einde aan de premie-inkomsten, terwijl de toekomstige verplichtingen nog niet zijn afgedekt. Het pensioenfonds beschikt over een vermogen van circa 900 miljoen gulden: wanneer het pensioenfonds op dit moment aan alle (toekomstige) verplichtingen zou moeten voldoen, komen de beheerders naar schatting 100 miljoen gulden tekort. De Stichting Pensioenfonds DAF is nog steeds verwikkeld in een gerechtelijke procedure met de curatoren van DAF om dit bedrag uit de boedel van het failliete DAF overgemaakt te krijgen.