Hiddink gelooft in test met alternatieve vleugelspitsen

EINDHOVEN, 13 FEBR. Een linksbuiten, Peter Hoekstra, die na een langdurige rol als reserve bij PSV als Ajacied één acceptabele wedstrijd speelde tegen Sparta en een rechtsbuiten, Gaston Taument, de Feyenoorder die dertien maanden moest herstellen van een blessure en onlangs alleen tegen Roda JC zijn oude niveau haalde. Met deze twee spelers legt bondscoach Guus Hiddink noodverbanden aan op de vleugels van het Nederlands elftal, dat morgenavond in Eindhoven oefent tegen België.

Door het wegvallen van Marc Overmars (blessure) en Glenn Helder (clubverplichtingen bij Arsenal) rest Hiddink weinig keus voor de oefeninterland tegen België. Hij wil niet met het Nederlands elftal van zijn eind vorig jaar ingeslagen weg afwijken en doorgaan met vleugelspelers op te stellen.

Er staan twee flankspelers in het Nederlands elftal met ieder een eigen verhaal. Voor de een is de interland bijna een sprookje, voor de ander zowat een godsgeschenk na een periode van vooral lichamelijke tegenslag. Dat laatste geldt voor Gaston Taument. De Feyenoorder raakte op 4 december 1994 in het duel met Vitesse geblesseerd aan zijn hamstrings in z'n linkerbeen, normaal gesproken een spierblessure die met enkele weken rust kan genezen. Maar bij de 26-jarige rechtsbuiten waren de vezels dermate aangetast dat hij moest worden geopereerd. Dat gebeurde in het Rotterdamse Sint Franciscus-ziekenhuis door chirurg Van den Bosch.

Het herstel zou drie maanden in beslag nemen, maar het duurde uiteindelijk dertien maanden. De indruk wordt gewekt dat er iets mis was gegaan bij de operatie. “Er zijn medici die dat ook bij mij hebben geopperd”, zegt Taument. “Ik kan me daar wat bij voorstellen. Als het herstel vijf maanden zou hebben gevergd had ik dat niet vreemd gevonden. Maar dertien maanden is veel te lang. Ik miste na de operatie de coördinatie in m'n linkerbeen. Het litteken was heel hard geworden. Als ik een sprintje trok leek het wel of iemand een mes in m'n been stak.”

De langdurige revalidatie leidde bij Feyenoord tot onrust in de medische staf. Fysiotherapeut Daniëls verweet Taument niet voldoende aan zijn herstel te werken. “En er waren ook mensen die dachten dat het tussen de oren zat. Je weet dat het onzin is, maar het gaat toch aan je vreten.” De toenmalige trainer Van Hanegem nam het op voor de rechtsbuiten en Feyenoord ontsloeg Daniëls. Van Hanegem dwong bovendien af dat Taument toestemming kreeg buiten de club om te revalideren. Dat gebeurde bij de fysiotherapeuten Taal en Van Breukelen. Met de laatste hem bracht hij uren door op het Haagse strand.

Het herstel bleef traag verlopen. Vorig jaar speelde hij niet meer dan vier wedstrijden. In de aanloop naar dit seizoen liep Taument bovendien een condititionele achterstand op doordat z'n amandelen moesten worden geknipt. En in november ondervond Taument hinder van een ingescheurd kniebandje. Nu voelt hij zich helemaal in orde. En gretig, zoals Hiddink dat formuleert.

Tauments laatste interland was thuis op 16 november 1994 tegen Tsjechië. Maar hij maakte ook de laatste confrontatie mee tegen België. Op het WK in Orlando, waar Nederland bij een temperatuur van 45 graden met 1-0 verloor. “Ik was toen meer gefixeerd op de waterzakjes langs de kant dan op de tegenstander”, herinnert Taument zich over die wedstrijd.

Aan het einde van dit seizoen loopt zijn contract af bij Feyenoord. Taument wil en kan nog niet vooruit denken. “Er hebben volgens buitenstaanders clubs belangstelling waar ik zelf noch mijn zaakwaarnemer nooit iets van heb vernomen. Voorlopig concentreer ik me op Feyenoord. Het is moeilijk om aan een ander avontuur te denken. Afgelopen zomer kon ik naar PSV. Op de dag dat ik moest beslissen heb ik midden in de nacht mijn zaakwaarnemer Rob Jansen gebeld en hem meegedeeld: 'Zeg 't maar af. Ik kom er niet uit'. Toen had ik afspraken lopen met Van Hanegem. Ik zou op de linkervleugel gaan spelen. Ergens maar goed dat dát niet doorging.”

Peter Hoekstra veranderde zojuist van club en zal morgenavond ijs en weder dienende zijn debuut maken. Een blauwe maandag in het shirt van Ajax, zonder nog overtuigend gespeeld te hebben, was al een garantie voor een plek bij het nationale keurkorps. Het heeft hem verbaasd. “Temeer daar de resultaten van Ajax niet geweldig zijn geweest. Maar vanaf het moment dat ik in De Meer ging spelen hebben allerlei mensen geroepen dat ik in het Nederlands elftal moest.”

Hoekstra beseft dat het anders was gelopen als Overmars niet zou zijn geopereerd en Van Gaal niet noodgedwongen bij PSV had aangeklopt. “Dan zou ik na de winterstop nog geen wedstrijd hebben gespeeld. En dan zou ik zeker niet zijn geselecteerd.”

Bij Jong Oranje speelde Hoekstra achter Vitesse-spits Roy Makaay als aanvallende middenvelder. Hij was zelfs aanvoerder. “Alleen op grond van mijn leeftijd. Ik ben niet zo'n leiderstype.” Bij Ajax werkt de linksbuiten eraan om beter met zijn rechterbeen te spelen. Om net als Overmars ook een actie van buiten naar binnen te kunnen maken. “Van Gaal legt soms het spel van een trainingspartijtje stil om duidelijk te maken wat hij in dit opzicht bedoelt. We werken ook vaak met een schijnverdediger om m'n rechterbeen op de proef te stellen. Ik heb wel een aardig schot in dat been. Maar bij Ajax moet alles perfect zijn. Zowel in de wedstrijd als op de training. Dat is toch hét grote verschil met PSV.”

    • Erik Oudshoorn