Duitsland verhoogt leeftijd voor VUT

BONN, 13 FEBR. De Duitse regering heeft gisteravond met werkgevers en vakbonden een akkoord bereikt over een ingrijpende verandering van de geldende regeling voor vervroegde uittreding (VUT). In de nieuwe opzet, die de sociale fondsen de komende jaren met tientallen miljarden mark moet ontlasten en de snelle stijging van de premiedruk moet afremmen, wordt de VUT-leeftijd van 57 tot 63 jaar (in 1999) verhoogd.

Die verhoging krijgt een 'glijdend' karakter doordat de werknemer de mogelijkheid wordt geboden vanaf 55 jaar het aantal werkuren geleidelijk te verminderen. Daarbij komen er financiële prikkels voor ouderen om niet geheel met werken te stoppen, maar op een halve baan over te gaan, alsook voor werkgevers om in zo'n geval dan nieuwe mensen in deeltijdbanen aan te nemen.

Met deze verrassend snel bereikte doorbraak in de tweede onderhandelingsronde is een obstakel verdwenen voor de verwerkelijking van het in januari overeengekomen “Bondgenootschap voor werk”, dat de Duitse werkloosheid in het jaar 2000 moet halveren tot twee miljoen mensen. Het VUT-akkoord draagt er volgens minister Norbert Blüm (CDU, sociale zaken) aan bij dat, ondanks de vergrijzing van de Duitse bevolking, het financiële fundament voor de AOW bewaard blijft. Zodoende biedt het akkoord ook een psychologische terreinwinst, want naast de tot 4,2 miljoen mensen gestegen werkloosheid is de gerezen onzekerheid over de toekomstige AOW-financiering nu het belangrijkste vraagstuk voor een groot deel van de Duitse bevolking.

Met het akkoord werd een zwaarwegend conflict tussen regering en sociale partners beëindigd. Gisteren waren overdag nog 45.000 leden van de vakbond IG Metall in Bonn komen demonstreren tegen de afschaffing van de bestaande VUT-regels. Die hebben in de afgelopen jaren een grote rol gespeeld bij het massale “vrijwillige” vervroegde uittreden van werknemers in oude kolen- en staalbedrijven, vooral in het Roergebied. In 1992 beliep het aantal vutters nog 54.000, in 1995 was het gestegen tot 300.000. Volgens minister Blüm was die ontwikkeling onaanvaardbaar en onbetaalbaar geworden.

Pagina 14: Succes voor vakbeweging

Het akkoord wordt gezien als een succes voor de vakbeweging, die dan ook zeer tevreden heeft gereageerd. Een succes is het akkoord tevens voor Blüm, die al heel lang pleit voor meer deeltijdbanen en hogere, voor sociale fondsen minder kostbare, leeftijdsgrenzen voor de VUT en de AOW en die nu “een sociale mix” van zijn beide wensen krijgt. Maar ook werkgeversvoorzitter Klaus Murmann was tevreden over “een belangrijke stap vooruit”.

Afgesproken is nu: 1) De leeftijd waarop Duitse werknemers met vervroegd pensioen kunnen gaan wordt tot 1999 in jaarlijkse stappen van 60 tot 63 jaar verhoogd. 2) Wie 55 of ouder is kan voortaan op een deeltijdbaan overgaan en krijgt, bijvoorbeeld bij een halve baan naast 50 procent van het nettosalaris een aanvulling van 20 procent van het arbeidsbureau. Voorts krijgen werkgevers en werknemers belang bij de komst van een nieuwe vervangende deeltijdwerker: in dat geval zal het VUT-fonds een deel van de sociale premies meebetalen. 3) Wie nu 55 of ouder is behoudt het recht op zijn 60ste met pensioen te gaan, totnutoe bij afvloeiingsregelingen gesloten overeenkomsten blijven geldig voor wie nu minstens 52 is. 4) Wie voortaan voor zijn 65ste (geheel) met pensioen gaat krijgt voor elk jaar dat hij of zij jonger is dan 65 een korting van 3,6 procent op de AOW-uitkering.