Duitse reus moet hoofd koel houden

Een crisisgevoel beheerst Duitsland, nu de werkloosheid er tot een record is gestegen. De Duitse regering moet zich echter niet uit balans laten slaan, vindt J.M. Bik. Een zelfbewuste houding van het land is essentieel voor het welslagen van de Europese inegratie.

Niemand weet of het snel genoeg of ver genoeg zal gaan, maar de Duitse economische reus komt na jaren stilstand onmiskenbaar in beweging. De tot een record gestegen werkloosheid, officieel 4,2 maar feitelijk eerder 6 miljoen, en de kans dat Duitsland, het land waarom het begonnen is, zich volgend jaar niet kwalificeert voor de Europese muntunie (in 1999), hebben een dramatische schokwerking. De decors waren al somber, de economische groeiprognose was voor dit jaar al teruggebracht tot 1,5 procent, de export van kapitaal en banen loopt verder op.

Angst in de bevolking en schrik onder de politici versterken elkaar met een kracht en een grondigheid die ook zeer Duits zijn. De kranten schrijven en schrijven, reportages over het lijden van mensen en groepen en analyses over de macro-economische oorzaken wisselen elkaar af, terwijl een bonte rij van vermeende schuldigen langstrekt. Een paar dagen radio en televisie biedt een reeks vergezichten op allerlei plotseling alom erkende Duitse ziektes: te duur, te ouderwets, te onbeweeglijk, te verwend.

De 'politiek' heeft zitten slapen, veel ondernemers ook en de vakbonden zijn de afgelopen jaren veel te veeleisend geweest. In vele talkshows klinkt het hooglied van grote misère, met collectieve Betroffenheit als verbindende emotie. Gaat zowel de sociale markteconomie als de verzorgingsstaat, de twee Duitse democratische ankers, naar de knoppen of is er nog kans op herschikking, verandering, verbetering, op een soort hergeboorte? En wordt dadelijk in ons vergrijzende land het mes gezet in de via een omslagstelsel gefinancieerde AOW? De Bildzeitung hamert bijna dagelijks op dat thema.

De commerciële satelliet-zender Sat-1, die aan het Springer-concern gelieerd is, had voor zijn talkshow zondagavond naast Sarah Wagenknecht, woordvoerster van het Kommunistisch Plattform in de PDS, een oud-minister van Economische Zaken (Haussmann), een belastingdeskundige, een elegante richard uit München en een vertegenwoordiger van de kerken uitgenodigd. Duidelijker dan in die talkshow had het “alle hens aan dek” haast niet kunnen zijn. In Nederland zou men zeggen: alleen de Brabantse huisvrouw ontbrak.

Als de stemming zó is gebeuren er dingen. Met de vakbeweging en de werkgevers had de regeringscoalitie van kanselier Helmut Kohl in januari al een akkoord bereikt over matiging van lonen, belastingen en premies, en kortingen op de sociale zekerheid om de Duitse produktiekosten te verlagen. Veel bleef nog onuitgewerkt, maar zo'n akkoord zou een half jaar geleden nog ondenkbaar zijn geweest.

De oogst van de afgelopen dagen mocht er ook wezen. Donderdag beloofde SPD-voorzitter Oskar Lafontaine in de Bondsdag kanselier Kohl (“we willen beslist geen Amerikaanse samenleving”) samenwerking voor het gevecht tegen de werkloosheid. De SPD, natuurlijk ook geschrokken van die 4,2 miljoen mensen zonder werk, verkleinde daarmee tevens haar vorige maand gebleken afstand tot de vakbeweging. Dat elke conjuncturele terugval of recessie de afgelopen 25 jaar in alle Westeuropese economieën slechts overwonnen kon worden tegen de prijs van een nog grotere groep structureel werklozen, en dat banen nog steeds uit de markt moeten komen, blijft een akelige complicatie.

Midden vorige week onderstreepte de SPD in de Bondsdag, net als de sociale partners vorige maand al bij Kohl hadden gedaan, dat de Europese muntunie om economische en andere redenen gewenst is en dat haar invoering in 1999 moet dóórgaan. Zodat ook de SPD weer wat steviger achter de geldende Europese politiek staat. En grote electorale verleidingen op dat gebied weer (even?), in elk geval tot de regionale verkiezingen (op 24 maart) in Baden-Württemberg, Rijnland-Palts en Sleeswijk-Holstein bezworen lijken.

Eind vorige week kwam Kohl met de premiers van de zestien Duitse deelstaten bovendien overeen dat zij samen naar een herziening van de fiscale druk en de verdeling van de belastingopbrengst zullen streven en een oplossing zullen vinden voor de totnutoe hevig omstreden dekking van de verlaging van de Solidariteitsheffing per 1 juli volgend jaar. Boven de markt hangt de nu al acute vraag of het Duitse overheden gaat lukken volgend jaar 35 miljard mark te bezuinigen. Alleen dan kan Duitsland immers, anders dan in 1995 en 1996, qua financieringstekort voldoen aan een van de zelfgekoesterde toetredingscriteria voor de muntunie (maximaal 3 procent).

Iedereen spreekt over de wolken die zich samentrekken boven de grootste totnutoe geplande Europese operatie: de invoering van de muntunie in 1999, de prijs die (vooral) Frankrijk vroeg voor de Duitse eenwording en bovendien het monetaire complement bij de vrije Europese binnenmarkt. Ieder vraagt zich nu echter, angstig of hoopvol, met rechte of knikkende knie, af of die muntunie wegens haar sociaal ingrijpende economische saneringseisen nog aan de kiezers te verkopen valt.

Daarbij wordt de vraag klemmend of zich voorjaar 1998 wel voldoende kandidaten zullen kwalificeren op basis van hun begrotingscijfers over 1997. Zonder Frankrijk kan de muntunie niet, zonder Duitsland nog minder, zoveel is zeker. Nederland zit op dit stuk dit keer nu eens aangenaam in de achterhand, het kan de volgens het Verdrag van Maastricht geëiste economische sanering als sowieso noodzakelijk erkennen, het kan wachten op wat Parijs en Bonn klaarmaken en hoeft voordien zelf - anders dan in het rakettendebat van de jaren tachtig - niet in de voorhoede te verschijnen.

Hoe nerveus, zelfs misleidend-paniekerig de sfeer kan worden, en hoe het sauve qui peut op nationale schaal om zich heen kan grijpen, bleek onlangs toen Kohl voor een eredoctoraat van de universiteit van Leuven bedankte met een Europese toespraak. De kanselier, die in het Verdrag van Maastricht niet de Politieke Unie kreeg die hij voor de “onherroepelijke” integratie van de Bondsrepubliek wenste, zei dat de monetaire integratie niet kan wachten op het langzaamste land. Dat klonk niet nieuw en niet onlogisch. Kohl omschreef de Europese integratie in zijn rede voorts als een zaak die raakt aan de vraag of Europa de 21ste eeuw nu eens zonder oorlogen kan doorkomen. Ook dat was, gelet op de Europese geschiedenis van de afgelopen 125 jaar, uit Duitse mond nog niet zó'n gekke uitspraak.

Vrijwel direct na die rede barstte in Groot-Brittannië echter groot geraas los over dit staaltje van Duitse Grossmannssucht. Eerst in de media en daarna in premier John Majors conservatieve partij. Teneur: Herr Kohl heeft met oorlog gedreigd voor het geval hij zijn zin niet krijgt en hij heeft de Duitse monetair-economische suprematie alvast aan zijn arme buren opgelegd.

Twee eigenaardigheden bleven onvermeld en, afgaande op de verslagen, vorige week ook in de Tweede Kamer in Den Haag, nagenoeg onbesproken. De eerste was dat Kohl met zijn opmerking over de gevaren van het mislukken van de Europese integratie had verwezen naar een toespraak die wijlen zijn vriend François Mitterrand vorig jaar januari als Frans president voor het Europese Parlement hield (“Nationalisme betekent oorlog”).

De tweede eigenaardigheid was dat het Verenigd Koninkrijk zich, onder meer wegens verdeeldheid in premier Majors Conservatieve partij, praktisch allang voor de muntunie heeft afgemeld en zich bijgevolg gedroeg als een vegetariër die wil meebeslissen over de prijs van de biefstuk. Waarbij kwam dat Major gezien zijn krappe meerderheid in het Lagerhuis en de verdeeldheid in zijn partij vast graag af zou willen van een ooit door hem als mogelijkheid geopperd referendum over een eventuele Britse toetreding tot de muntunie. Als politiek overlevingskunstenaar heeft Major er thuis als het ware belang bij dat de muntunie in 1999 niet doorgaat. Dat geraas in een land dat maar met een half been in Europa wil staan, zei daarom meer over dat land dan over Kohl of de Europese integratie.

Meer nog: waar Majors voorgangster Thatcher èn Mitterrand voor de moeizaam geslikte Duitse eenwording in 1990 een prijs van Bonn eisten, en niet de Politieke Unie boden maar controle over de D-mark en de Bundesbank vroegen, dreigt Kohl in de problemen te raken met de realisering van de EMU-eisen die hij in Maastricht noodgedwongen, zogezegd als next best, aanvaardde. Wat dat betreft zou men Kohl kunnen toeroepen: zet 'm op voor de muntunie, want anders gaat niet door wat we allemaal van je vroegen.

Als dat gebeurt, daarover wordt niet zó vaak gesproken, is iedereen - ook de huidige EMU-sceptici - nog verder van huis. Want dan wordt Europa straks een D-markzone. En dan wordt Duitsland wéér, maar dan op economische gronden, omgeven door wantrouwige en/of naijverige buren in het westen en zuiden, terwijl zijn oostelijke buren ongeduldig om hulp vragen.

Respect kan men hebben voor al die talkshows en de zorgen van Major, daar niet van. Maar er staan in Europa nog grotere dingen op het spel, en democratie verdient het om méér te zijn dan een dagelijks onderzoek van de publieke opinie.

    • J.M. Bik