Doorstart ontslaat kopers Fokker van kostbare plichten

ROTTERDAM, 13 FEBR. Zo DAF, zo Fokker? DAF moest drie jaar geleden failliet gaan, voordat het bedrijf - in gereorganiseerde vorm - opnieuw werd opgericht. De lasten van het oude DAF bleven achter in de boedel en kwamen voor rekening van de overheid, ontslagen werknemers, aandeelhouders, toeleveranciers: zeg maar de Nederlandse samenleving.

De bijna 5000 werknemers van de Fokker bedrijven die nu in surséance van betaling verkeren spookt het DAF-scenario door het hoofd. Welk consortium van industriële bedrijven (Samsung, Bombardier?) of financiers ook gevonden wordt om een nieuw Fokker uit het moeras te trekken, het gaat gepaard met drastische maatregelen, zo heeft Fokker vorige week al in het vooruitzicht gesteld. Bij DAF werden alle 5000 werknemers eerst ontslagen voordat ongeveer de helft weer in dienst mocht treden van de nieuwe vennootschap DAF Trucks die door een kapitaalinjectie van de overheid, banken en particuliere financiers en toeleveranciers leven werd ingeblazen.

Naar buiten toe wekken Fokker-topman Van Schaik en de drie bewindvoerders hoop op overleven, al is het in een afgeslankte vorm. Minister Wijers van Economische Zaken tempert optimisme en toont zich een strenge boekhouder: het eerste boedelkrediet voor Fokker is ook het laatste. Er resten nog twee of drie weken voordat het geld van het boedelkrediet op is.

Over de maatschappelijke kosten van een “doorstart” à la DAF na een faillissement wordt niet gepraat. Het gaat zeker om tientallen, zo niet honderden miljoenen guldens. Achter de schermen is deze rekening echter het belangrijkste topic. De bewindvoerders en Fokker moeten kandidaat-kopers duidelijk maken dat zij niet met onverwachte financiële verplichtingen zullen worden opgezadeld. Over de technologie en de marktpotentie van Fokker, hoeven de bewindvoerders eventuele kopers niets te vertellen. Dat weet de industrie zelf wel. De financiële voetangels en klemmen op de weg naar wederopstanding zijn echter moeilijker in kaart te brengen. Toch is dat absoluut noodzakelijk, wil een koper interesse hebben.

Met het oog daarop heeft de Amsterdamse rechtbank een van de experts in zulke crisissituaties - DAF-curator mr. A. Deterink - als bewindvoerder bij Fokker Aircraft benoemd. Dat is de vennootschap waarin de vliegtuigbouw op Schiphol Oost is ondergebracht.

In grote lijnen is een DAF-scenario heel simpel: Fokker gaat failliet en de activiteiten worden - in gereorganiseerde staat - voortgezet door een nieuwe koper. Wanneer Fokker failliet wordt verklaard, ontslaan de bewindvoerders alle werknemers op staande voet. De nieuwe eigenaar is niet verplicht om het personeel over te nemen. Zou een koper Fokkers activiteiten tijdens de surséance overnemen, dan moet hij al het personeel in dienst nemen. Bij verkoop na faillissement hoeft dat niet, zo heeft de Europese Commissie in een ontwerprichtlijn in september 1994 vastgesteld. Die richtlijn bevestigde de gang van zaken in Nederland, die gevormd was door uitspraken van rechters.

Een faillissement ontslaat een koper ook van de dure verplichting van een afvloeiingsregeling voor overtollig personeel. Vorig jaar trok Fokker nog 350 miljoen gulden uit voor een sociaal plan voor het gedwongen vertrek van ruim 1700 werknemers. Op basis van toen afgesproken regelingen krijgen oud-werknemers een bedrag ineens mee dat bedoeld is als aanvulling op hun werkloosheidsuitkering (WW).

Pag.17: Onzekerheid over sociaal plan

De reorganisatie van vorig jaar speelt de bewindvoerders overigens nog parten. Circa 600 medewerkers die al hadden moeten vertrekken, werkten bij het aanvragen van de surséance nog bij Fokker. De vliegtuigmaatschappij had hen gevraagd langer te blijven. Voor deze werknemers is nu een periode van grote onzekerheid aangebroken: zal Fokker nog tegemoet komen aan de belofte van het sociaal plan of zien zij (doordat zij zo aardig waren om langer te blijven) de aanvullende uitkering in rook opgaan?

Ook de werknemers die zich al maandenlang verheugden op de dag dat ze vervroegd zouden mogen uittreden, bijten nu zenuwachtig op hun nagels. Als Fokker failliet gaat voordat zij de VUT-gerechtigde leeftijd bereiken, gaat de mogelijkheid om eerder op te houden met werken aan hun neus voorbij. Dat zij jarenlang betaald hebben voor andere collega's is dan voor niets geweest. Een nieuwe eigenaar heeft niets te maken met CAO-afspraken die Fokker met de vakbonden heeft gemaakt.

Voor werknemers die al gebruik maken van de VUT of die uittreden voordat Fokker failliet gaat, is er geen probleem. Fokker participeert in het VUT-fonds voor de metaalsector. De uitkeringen van dat fonds worden gefinancieerd uit premieheffing bij alle 200.000 werknemers in de metaal. Als Fokker failliet gaan, krijgen de VUT-werknemers gewoon doorbetaald, maar dan voor rekening van werkende collega's elders in de metaalsector. Het VUT-fonds zal in dat geval wel proberen om de kosten van de lopende uitkeringen bij de bewindvoerders te verhalen. Die kosten worden geschat op 60 à 80 miljoen gulden.

Ook over de pensioenen hoeft een nieuwe eigenaar zich niet druk te maken. Fokker heeft de pensioenopbouw van het personeel ondergebracht in een eigen ondernemingspensioenfonds. Bij overname van activiteiten is er in Nederland geen wettelijke verplichting om de pensioenverplichtingen over te nemen. Daarbij maakt het niet uit of de overname vanuit een lopend bedrijf of vanuit een faillissement plaatsvindt. Ondernemingspensioenfondsen zijn bij een faillissement van “hun” bedrijf meestal niet in staat à la minute aan al hun verplichtingen te voldoen. Als zij daarvoor nog geld te goed hebben van het bedrijf, moet ook die schuld uit de boedel worden betaald, zo heeft de Hoge Raad uitgemaakt in een proefproces dat was aangespannen door faillissementscurator mr. R. Frima.

    • Menno Tamminga
    • Marcella Breedeveld