Bosnische Serviërs naar tribunaal in Den Haag

SARAJEVO/DEN HAAG, 13 FEBR. Twee Bosnisch-Servische officieren zijn gisteravond vanuit Sarajevo overgebracht naar Den Haag om te worden verhoord door het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië.

Een woordvoerder van het Russische ministerie van buitenlandse zaken heeft de uitlevering vanmiddag veroordeeld “als een gevaarlijke daad die het vredesproces kan vernietigen en die een van de partijen tot disproportioneel handelen kan brengen”.

Generaal Djordje Djukic en kolonel Aleksa Krsmanovic zijn de eerste twee verdachten die door een van de voormalige Joegoslavische republieken zijn uitgeleverd aan het tribunaal. De twee officieren werden aan boord van een Amerikaans transportvliegtuig overgebracht naar Nederland. Rond elf uur kwamen zij aan in het Huis van Bewaring in Scheveningen, waar 24 cellen voor vermeende oorlogsmisdadigers zijn gereserveerd. Daarin bevond zich tot gisteren één andere verdachte.

De twee officieren waren eerder aangehouden in Sarajevo en gevangengezet omdat zij volgens de Bosnische regering oorlogsmisdaden zouden hebben begaan. De twee staan niet op een lijst van 52 personen die officiëel in staat van beschuldiging zijn gesteld voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië. Volgens een woordvoerder van het tribunaal worden de twee beschouwd als “interessante verdachten” en zullen zij worden “ondervraagd”. Pas “als er voldoende bewijs tegen hen is, zullen zij in staat van beschuldiging worden gesteld”, aldus de woordvoerder. De Bosnische Serviërs hadden vanmiddag nog niet op de uitlevering gereageerd.

De uitlevering van de twee Bosnisch-Servische militairen komt na een nieuwe ronde gesprekken tussen de Bosnische partijen en de Amerikaanse diplomaat Richard Holbrooke. De gezant, 'architect' van het in december vorig jaar ondertekende vredesakkoord van Dayton, maakte gisteren “nieuwe verkeersregels” bekend voor het aanhouden van vermeende oorlogsmisdadigers in Bosnië. De Bosnische regering moet het tribunaal ter goedkeuring eerst een lijst van verdachten voorleggen, alvorens zij verdachten mag aanhouden.

De uitvoering van het akkoord van Dayton kwam vorige week vrijwel tot stilstand nadat de Bosnische regering Djukic en Krsmanovic bij toeval had weten te arresteren, waarna de Bosnische Serviërs alle contacten met de internationale vredesmacht IFOR afbraken. Djukic en Krsmanovic maakten deel uit van een groep van in totaal zeker twaalf Bosnisch-Servische militairen. Vier van hen zouden inmiddels zijn vrijgelaten.

De Verenigde Staten hebben de nieuwe afspraken toegejuicht. [Het aanhouden van vermeende oorlogsmisdadigers] “kan alleen gebeuren in het kader van en in overeenstemming met de beslissingen van het tribunaal”, aldus een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Pagina 5: IFOR: aanhouden oorlogsmisdadigers niet onze prioriteit

De Amerikaanse woordvoerder zei “verontrust” te zijn door berichten dat IFOR-troepen kortgeleden Radovan Karadzic, de Bosnisch-Servische leider, bij een controlepost hadden doorgelaten in plaats van hem te arresteren. De Amerikaanse krant The Washington Post heeft dat gemeld. Karadzic is officieel in staat van beschuldiging gesteld door het VN-tribunaal.

De woordvoerder van het State Department zei dat onder IFOR-militairen binnenkort foto's van verdachten zullen worden verspreid zodat de soldaten hen kunnen herkennen en arresteren.

IFOR-woordvoerders hebben gisteren gezegd dat er geen plannen bestaan om foto's van verdachten te verspreiden. Zij onderstreepten opnieuw dat het aanhouden van vermeende oorlogsmisdadigers geen prioriteit heeft binnen hun missie. “IFOR-troepen hebben de bevoegdheid maar niet de verplichting om personen die van oorlogsmisdaden worden beschuldigd aan te houden”, aldus een IFOR-zegsman. “Ons eerste doel is het voorkomen dat de oorlog opnieuw begint en het verzorgen van veiligheid.”

Een andere IFOR-woordvoerder zei dat de vredesmacht niet “huis-voor-huis en auto-voor-auto” zoekt naar oorlogsmisdadigers. Alleen als IFOR-soldaten hen tegenkomen bij hun normale taak, zullen zij verdachten aanhouden, aldus de zegsman. IFOR zou slechts beschikken over vijftien foto's van de in totaal 52 officiële verdachten. Die foto's zouden bovendien oud en van slechte kwaliteit zijn. De Bosnische Serviërs hebben een fotograaf van het officiële Bosnische persbureau ervan beschuldigd oorlogsmisdaden te hebben begaan. Hidajet Delic, die ook als freelancer voor het bureau Associated Press werkt, werd vorige week aangehouden in de Servische wijk Grbavica van Sarajevo. Het is onduidelijk of Delic' aanhouding verband houdt met die van Djukic en Krsmanovic.

Het parlement van de moslim-Kroatische federatie heeft gisteren amnestie verleend aan al degenen die in de burgeroorlog op Bosnisch grondgebied hebben deelgenomen aan gewelddadigheden, met uitzondering van oorlogsmisdadigers. De nieuwe wet heeft betrekking op Bosnische Serviërs, Kroaten en moslims en daden voorafgaand aan de ondertekening van 'Dayton' op 14 december 1995. Volgens een Bosnische regeringswoordvoerder is de amnestiewet “van vitaal belang voor de toekomstige integratie van Bosnië”.

De secretaris-generaal van de NAVO - Javier Solana - heeft gisteren gezegd geen nieuw geweld tegen de internationale bestuurders van Mostar te zullen tolereren. Kroaten in Mostar bedreigden vorige week Hans Koschnick, die door de Europese Unie als burgemeester in Mostar is benoemd. Zij protesteerden tegen Koschnicks pogingen tot integratie van moslims en Kroaten in Mostar. Ondanks hun officiële unie is van integratie tussen de twee etnische groepen in Mostar nog geen sprake. (AFP, Reuter)