Bezuinigingen budgetten ten koste van ontwikkelingsgeld; OESO ongerust over hulp

PARIJS, 13 FEBR. De rijkste landen in de wereld mogen hun toegenomen ijver bij het verminderen van hun begrotingstekort niet ten koste laten gaan van de ontwikkelingshulp aan landen in de Derde Wereld. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft dit gisteren gezegd in Parijs.

De OESO heeft vorig jaar al de alarmklok geluid over de 'hulp-moeheid' en bezuinigingen in de Verenigde Staten. De voorzitter van het comité voor ontwikkelingshulp van de OESO, James Michel, vertelde gisteren dat de vooruitzichten ook elders in de Westerse wereld uiterst somber zijn. “Mijn indruk is dat de bezuinigingen op overheidsuitgaven doorgaan”, zei hij.

Michel presenteerde gisteren een verslag over het jaar 1995, waarover nog geen exacte cijfers bekend zijn. Wel zei Michel weinig reden te hebben om aan te nemen dat de situatie het afgelopen jaar is verbeterd sinds de OESO in april haar bezorgheid over de ontwikkelingshulp openbaar maakte.

“Ik ben bezorgd over de druk op de begrotingen in verscheidene landen en in het bijzonder in de landen die een geschiedenis hebben van actieve deelneming. Ontwikkelingssamenwerking wordt steeds minder een belangrijke zaak”, zei Michel. Michel noemde de betrokken landen niet bij name, maar Nederland behoort van oudsher samen met Noorwegen en Zweden tot de landen die relatief veel geld reserveren voor ontwikkelingshulp.

Vorig jaar groeide de omvang van de hulp - rechtstreeks of via multilaterale instellingen zoals de Wereldbank - met 2,8 procent tot 58 miljard dollar (100 miljard gulden). In reële termen - waarin de wisselkoersen en de inflatie zijn meegeteld - kromp de hulp aan de Derde Wereld met 1,8 procent. De vermindering was echter minder dan in 1993 toen de omvang van de hulp verminderde tot het laagste peil in twee decennia. (Reuter)