Amsterdam toont zijn aankopen 'nieuwe stijl'

Tentoonstelling: Sublieme vormen met zicht vanaf 5M. T/m 24 mrt, Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. Dagelijks 11-17u. Catalogus ƒ 25,-

Het budget voor de Amsterdamse Gemeentelijke Kunstaankopen 1995 is drastisch verlaagd. Was er in 1992 nog ruim 450.000 gulden beschikbaar voor aankopen van Amsterdamse kunstenaars, in 1995 is dit bedrag wegens bezuinigingen teruggebracht tot tachtigduizend gulden. Om de pil enigszins te vergulden is er voor de deelnemers aan de tentoonstelling gemeente-aankopen 'nieuwe stijl', die tot en met 24 maart in het Stedelijk Museum is te zien, een bedrag van 130.000 gulden uitgetrokken voor leenvergoedingen.

In 1993 bestond er lange tijd onduidelijkheid over het doorgaan van de gemeente-aankopen. Doordat een deel van het geld inmiddels aan andere beeldende kunst-projecten was besteed, restte voor aankopen toen nog een bedrag van 250.000 gulden. In 1994 kocht de gemeente helemaal geen kunst aan.

Niet alleen het budget is verlaagd, ook de aankoopprocedure is gewijzigd. De gemeente Amsterdam heeft de verantwoordelijkheid voor de aankoopregeling overgedragen aan het Stedelijk Museum. Het museum benoemde daartoe een commissie, waarin Marien Schouten, Frank Mandersloot, Frank Demaegd, Elly Stegeman en Leontine Coelewij, conservator van het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, zitting hadden.

Anders dan tot nu toe gebruikelijk kregen zij geen opdracht om een voor de Amsterdamse beeldende kunst representatieve collectie aan te kopen, maar om als 'gastconservatoren' een tentoonstelling samen te stellen. Na het bekijken van de documentatie van 980 kunstenaars die op een advertentie reageerden, koos de commissie vijfentwintig kunstenaars. De huidige expositie wil een beeld geven van de 'actuele kunstpraktijk'. Op een later tijdstip zal Stedelijk Museum-directeur Rudi Fuchs hieruit kunstwerken selecteren voor de verzameling van het museum.

Om de volledige zeggenschap te krijgen over de gemeente-aankopen heeft het Stedelijk een forse bezuiniging geaccepteerd. Nu zijn de Amsterdamse kunstenaars daarvan de dupe. Werden in 1992 nog 55 werken aangekocht, het daaropvolgende jaar was dit aantal 34 en dit jaar zullen het er zes tot tien zijn. In de catalogus dankt Fuchs de gemeente voor het vertrouwen en de 'genereuze financiële ondersteuning'. Voor een budgetvermindering van meer dan vijftig procent is deze dankbetuiging wel wat royaal uitgevallen.

De gemeentelijke kunstaankopen werden in 1923 ingesteld. Van een maatregel 'ter ondersteuning van noodlijdende kunstenaars' veranderde de doelsteling na de Tweede Wereldoorlog in een 'verrijking van het gemeentelijke kunstbezit'. Ondanks pogingen om de kwaliteit te verbeteren, kenmerkten de jaarlijkse aankooptentoonstellingen zich veelal door middelmatigheid en een gebrek aan samenhang. Na deze eenmalige presentatie verdwenen de meeste kunstwerken voorgoed in de museumkelders. Het is echter de vraag of de problemen met deze nieuwe opzet zijn opgelost. Door het accent te leggen op een tentoonstelling verdwijnt de oorspronkelijke doelstelling, het breed verzamelen van Amsterdamse kunst, naar de achtergrond.

De titel van de aankooptentoonstelling, Sublieme vormen met zicht vanaf 5M, is afkomstig van een grappige tekening van Voebe de Gruyter. Niet alleen de titel van de expositie, maar ook de gekozen invalshoek doet geforceerd aan. Alle deelnemers zouden volgens de samenstellers op zoek zijn naar het sublieme in het alledaagse. Hoe gewoon het onderwerp of de materialen ook zijn, meestal valt daarin weinig verhevens te ontdekken. Het is eerder de banaliteit die je treft, zoals bijvoorbeeld in de foto's van Anne van Oers. Haar 'drieluik' van een meisje met een masker, geflankeerd door twee foto's van een saaie nieuwbouwwijk, zou de introductie kunnen zijn van een televisiedocumentaire over incest in Nieuwegein. Subtieler is de foto die Caroline Coehorst in België maakte van een gordijnenwinkel.

De tentoonstelling omvat niet alleen tekeningen en foto's, maar ook schilderijen, beelden, installaties, video en film. Van de meeste kunstenaars zijn verschillende werken te zien; een enkel schilderij is zelfs al aan een andere instelling verkocht. Wie de moeite neemt om het ruim drie uur durende filmprogramma te bekijken, constateert dat de beeldende kracht van de films omgekeerd evenredig is met de duur. Zo spreekt uit de korte dansfilms van Janneque Draisma een aanstekelijke vitaliteit, die naarmate de lengte toeneemt omslaat in verveling. Hetzelfde geldt voor de film van Renée Kool. Haar opnames van Franse studenten zijn misschien voor de betrokkenen ontroerend, een buitenstaander houdt het na enkele passages wel voor gezien. Spannender zijn de afgeluisterde auto-telefoongesprekken van A.P. Komen die hij combineerde met opnames gemaakt door een verborgen videocamera.

Alle kunstenaars zijn, met uitzondering van Jerry Keizer, niet ouder dan 38 jaar. De meesten zijn voor regelmatige bezoekers van het Stedelijk of van het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam geen onbekenden. In dit opzicht is de tentoonstelling dan ook niet echt verrassend te noemen. Ook werd van enkelen al eerder (en soms beter) werk aangekocht. Nu Fuchs zelf mag kiezen, is de kans dat de kunstwerken vaker uit het depot komen wellicht groter, maar een onafhankelijke jury zorgde wel voor meer pluriformiteit dan in het verleden.

    • Din Pieters