Zo zwierig is de stayer zelden meer

Gianni Romme hoort tot een nieuwe generatie stayers. Zaterdag werd hij Nederlands kampioen op de 5.000 meter. Met De Jong, snelste op de 10.000 meter, volgt Romme het spoor van lange-afstandsschaatsers als Bols, Kleine en Veldkamp.

Vlak voordat hij de baan opgaat, kan Gianni Romme tegenwoordig de veters van zijn schaatsen weer strikken. Tot hij dit seizoen bij de kernploeg allrounders kwam, had hij daar nog wel eens problemen mee. Hij pleegde zich namelijk erg zenuwachtig te maken. Het is vooral aan zijn coach, Henk Gemser, te danken dat Romme nu op zijn gemak een knoop in zijn veters legt. Gemser zorgde ervoor dat de Brabander, die vandaag 23 jaar is geworden, een stuk rustiger werd. Met betere prestaties tot gevolg. “Henk heeft me mentaal erg rustig gekregen. Hij weet wat goed voor me is, hij weet hoe ik in elkaar zit.”

In de kernploeg nam Romme vorig jaar de plek in van Veldkamp, die de wijk nam naar België. Wie had verwacht dat Romme met zijn promotie van het gewest Zuid-Holland naar de kernploeg allround een gat in de lucht zou springen, had het mis. Natuurlijk was hij blij, maar het hoera-gevoel werd gedempt door het gevoel dat hij op dat moment al twee jaar rijp was voor de overstap naar het vaderlandse keurkorps.

Hoewel Romme eerder in de kernploeg had gewild, is hij realistisch genoeg om te beseffen dat er door de kwaliteit van de andere allrounders, zoals Ritsma, Veldkamp en Zandstra, destijds geen plaats voor hem was bij de schaatselite. “Ze kunnen bij wijze van spreken ook geen tien man in de kernploeg onderbrengen. Uiteindelijk kreeg ik waar ik recht op had.”

Als kind was Romme niet eens zelf op het idee gekomen om het hardschaatsen wat serieuzer aan te pakken. Thuis, in Made, waren het zijn ouders die hem een oproep uit de krant onder zijn neus hielden. In Dordrecht konden ze wel wat jeugdschaatsers gebruiken. “En zo rol je verder in die wereld.”

Nog geen tien jaar verder laat Romme op de vijf kilometer onder anderen allround Europees- en wereldkampioen Rintje Ritsma achter zich. De Fries verscheen in Groningen weliswaar alleen op de 1.500 meter aan de start, maar tijdens de worldcup-wedstrijden in Baselga di Pinè en in Heerenveen moest hij Romme voor zich dulden. In het Italiaanse dorpje reed Romme zelfs een officieus wereldrecord op een buitenbaan; hij legde de 5.000 kilometer af in 6.47.42; Johann Olav Koss had in Inzell 6.47,54 neergezet.

Minder prioriteit heeft de tien kilometer. Onlangs voorkwam griep dat Romme op deze afstand op het NK allround aan de start verscheen. In Groningen reed hij de tien kilometer voor het eerst dit seizoen. Het was een gekke race, met een ook voor hem aan het slot van de wedstrijd onverwachte versnelling. Die kwam op het moment dat De Jong hem al een paar ronden eerder was gepasseerd. In een verre van vlakke race perste hij er in de laatste ronde nog een tijd van 32,9 seconden uit.

“Na vijf kilometer in die rit dacht ik, het is toch wel een heel eind. Zes, zeven ronden voor het einde merkte ik dat er meer in zat. Je voelt dan dat je steeds dichter bij je tegenstander komt en dan ga je nog harder”, zei Romme over zijn 10.000-metergevoel. Luchtig, barstensvol zelfvertrouwen: “Dat middenstuk moet ik nog verbeteren en dan komt het wel goed.”

Romme hijst zich elke keer in zijn schaatspak met de gedachte dat geen enkele concurrent onaantastbaar is. “Je moet bij elke wedstrijd denken: jongen, ik pak je”, zei hij in december in een vraaggesprek met het SchaatsMagazine. “Mocht het niet lukken, dan heb je het tenminste geprobeerd.” Het is een houding die Gemser hem heeft aangeleerd. Toch acht de coach hem nog “kwetsbaar; als het niet gaat zoals het moet, als hij geblesseerd is. Als dat culmineert, wordt hij stil. Maar ik heb het gevoel dat ik een heel gemakkelijke entree bij Gianni heb om dit soort problemen te bespreken.”

Krampachtig en te eerzuchtig jaagde Romme op de eerste prijs, vond Gemser aanvankelijk. “Hij was enorm gefixeerd op presteren. En als het niet lukte, werd hij heel erg nerveus. Dat is nu beheersbaar, die nervositeit heeft hij niet meer. In het voortraject is hij meer ontspannen.”

Vooral de Romme van voor de kernploeg was niet zo gauw tevreden over zichzelf. “Ik ben misschien een beetje erg streverig. Ik wil een goeie race rijden, een goeie, evenwichtige race. En soms denk je, shit, dat was niet goed. Een voorbeeld: in Baselga zette ik op de 5.000 meter een goede tijd neer, maar naar mijn zin had ik niet vlak genoeg gereden.”

Tijdens belangrijke wedstrijden kwam Romme, voordat hij tot de kernploeg werd opgenomen, nogal eens ten val. Op zijn drie voorgaande NK's ging hij tweemaal onderuit en wist hij zich één keer op het nippertje staande te houden. Die ongelukjes, juist op momenten dat een verrassing binnen bereik was, hadden met één uitzondering niks met spanning te maken. De oorzaak was lichamelijk: een spier in zijn linkerbovenbeen is te kort. Bij het overzetten knelde Romme die af, waardoor er geen goede doorbloeding meer was. Op zulke momenten verloor hij de controle over dat been. Het lichamelijke mankement werkte de zenuwen in de hand. “Je lijf is toch je werktuig.”

Al een tijdje kent hij die problemen bijna niet meer, vooral dank zij een andere houding die hij dit seizoen aanleerde. Waar De Jong gisteren met met zijn rug in een horizontale houding over de baan naar het goud reed, pakte Romme zilver met een gekromde rug. In de terminologie van Gemser met “een bolle rug en een holle buik”. Het bloed stroomt nu vrijwel probleemloos door zijn aderen. Romme zit nu iets hoger en maakt in de bochten soms kleinere overstapjes. “Dit is ideaal. Daardoor kan ik nu gemakkelijk de vijf en de tien kilometer rijden. Vroeger was dat altijd zwoegen en reed ik puur op wilskracht.” Ondanks zijn onconventionele houding danst Romme op de rechte stukken met lange slagen over het ijs. Hij is de meest zwierige stayer van Nederland.

“Een schitterende kerel om erbij te hebben”, zegt coach Gemser over de sociale rol van Romme binnen de kernploeg. “Hij is altijd opgewekt en maakt de hele tijd grappen. Maar nooit ten koste van een ander.” Romme: “De sfeer onder elkaar is heel goed.” Hoewel hij vorig jaar met Jeroen Straathof (met Romme en Hersman afkomstig uit het gewest Zuid-Holland) op vakantie is geweest, ziet hij de andere kernploegleden meer als collega's dan als vrienden. “Revanchegevoelens kennen we onderling niet. We wensen elkaar voor de wedstrijd succes, maar als we tegen elkaar rijden strijden we er ook echt om. En als we bij elkaar zien dat beter kan, corrigeren we elkaar. Dat wordt gepikt. Zo proberen we elkaar aan een betere tijd te helpen.”

Zijn aanwezigheid buiten het schaatsen verlegt Romme steeds meer van de ouderlijke woning in Made naar die van zijn vriendin in Uithoorn, wielrenster en oud-schaatsster Mariëlle van Scheppingen. “Ik kom niet meer zo vaak bij mijn ouders. Even de was wegbrengen en die dan 's avonds weer meenemen.”

Toen Romme zaterdag naar de eerste plaats reed en daarmee en passant het baanrecord van Lammert Huitema deed sneuvelen, noemde de tv-commentator hem een belangrijke kanshebber voor een medaille op de Winterspelen van 1998 in Nagano. Romme echter denkt niet verder vooruit dan een paar weken, hooguit enkele maanden. Ook Gemser waagt zich niet aan bespiegelingen: “Een bakker kan 's ochtends besluiten dat hij zestig broden maakt. In het schaatsen heb je met mensen te maken, daar werkt het zo niet.”

Romme reikt met zijn ambitie voorlopig niet verder dan een podiumplaats op de 5.000 meter in Hamar. Medio maart worden daar de WK afstanden gehouden. Voor de Brabander is Nagano voorlopig niet meer dan een stadje in Japan.

    • Ward op den Brouw