Zitten, eten en Bambi kijken

Hoe houd je een patiënt in een vergevorderd stadium van de ziekte van Alzheimer die nog thuis is bezig; dat is het grote probleem.

Deze ziekte is een afstervingsproces dat wel tien jaar in beslag kan nemen. Met verdriet en berusting wordt door degenen die de patiënt zorgzaam omringen, geobserveerd hoe de aftakeling zich voltrekt. Bij een vrouw in mijn naaste familie openbaarde de ziekte zich al in haar vijftiger jaren. Vergeetachtigheid verloopt via verwarring in dementie: gesprekken waarin jeugdherinneringen het houvast zijn, verworden via een om de paar minuten herhaalde vraagstelling tot een onverstaanbaar gemompel. In de observatie doorlopen ook de naaste familieleden verschillende fasen: van diepe ongerustheid via een machteloos lachen om de onmogelijke situaties die ze soms schept, naar een innig medelijden. Inmiddels zijn we zeven jaar verder en staat de patiënt op de wachtlijst om opgenomen te worden. Daarmee zal ze haar vertrouwde omgeving verlaten en is haar zinvolle leven afgelopen; maar er zit niets anders op, want haar man is door de verzorging uitgeput. Gelukkig zijn er thuishulpen die hem bij de laatste loodjes deskundig en tactvol terzijde staan. De patiënt wassen is dank zij hen geen probleem en dat ze soms gekleed en al te bed gaat, schijnt het ergste niet te zijn. Maar tussen gewassen worden, eten en slapen ligt een enorme tijdsruimte die gevuld moet worden. Hoe moet je het door het huis schuifelen, voor het raam zitten en naar buiten staren doorbreken? Het lukte lang haar interesse te wekken met foto- en platenboeken - Rien Poortvliet was haar favoriet - maar die tijd is voorbij. Tv-programma's moeten zwaar geselecteerd worden. Films met dialogen kan ze niet meer volgen, maar natuurpresentaties en betoverende sneeuwlandschappen met ski-afdalingen doen haar plezier.

En Walt Disney Home Video brengt uitkomst. Natuurlijk niet de meest recente films, die tot stand zijn gebracht in de hedendaagse wervelstormen van de menselijke geest. Zelfs voor mij was het visuele geweld van Aladdin te imponerend om in één keer te bevatten. Nee, we grijpen terug naar de fijnzinnige meesterwerken uit vroeger tijd. We beginnen met Sneeuwwitje, het sprookje dat in ieders geheugen, van jong tot oud, gegrift staat. Het was in 1938 Disney's eerste grote succes; in de loop van de jaren zijn de heruitgaven wel aan de vaart van de tijd aangepast. Dieren spelen een grote, zo niet de hoofdrol in veel Disneyfilms en hun karakterisering is vaak subliem. Een moederdier uit haar roerende zorgzaamheid door een lik over de snuit van haar jong. Kleine wezentjes maken hulpeloze capriolen om een traptree te beklimmen. De entree en hofmakerij van de macho-kater voor de in moeilijkheden geraakte poes in de Aristocats zijn van een verrukkelijke charme.

Het meest in de smaak bij de patiënt vallen echter de lotgevallen van Bambi, het opgroeiende hertejong, en zijn vrolijke vriendjes in het woud. Vijf jaar werkten de tekenaars aan de vervaardiging van deze film tot hij in 1942 in omloop werd gebracht. Het resultaat is ontroerend en tijdloos: na vijftig jaar boeit hij nog steeds kind en volwassene, en ook degene van wie de geest door ziekte naar de kindsheid is teruggebracht. En dank zij Walt Disney genieten wij, patiënt en verzorgers, tezamen maar ieder op zijn eigen manier, nog even van dezelfde verstrooiing.