Zaalhockey gebaat bij vrieskou

AMSTERDAM, 12 FEBR. Angela Veeger gaf het zonder enig blikken of blozen toe. “Als meer clubs uit de hoofdklasse hadden meegedaan, had deze titel natuurlijk meer glans gekregen”, zei de coach van Groningen na afloop van de gewonnen strafballenserie tegen Hilversum in de finale van de NK zaalhockey. Maar al te lang wilde Veeger niet stilstaan bij die openhartige constatering. “Want elke titel is er een en ook dit jaar hebben we 'em niet cadeau gehad.”

Voor Veeger en haar vrouwenteam was de prolongatie van het landskampioenschap, gisteren in de Amsterdamse Sporthallen Zuid, vooral een morele opsteker. Aanstaande zondag wordt de nationale veldcompetitie hervat en met twee punten uit tien duels staat de ploeg uit Groningen op de voorlaatste plaats in de hoofdklasse. “Misschien dat deze overwinning ons inspireert in de tweede helft van het seizoen”, sprak Veeger hoopvol.

Samen met HDM was de noordelijke degradatiekandidaat dit weekeinde de enige hoofdklasser die deelnam aan de eindronde van het NK. De overige tien lieten het jaarlijkse evenement voor de zoveelste keer links liggen en gaven de voorkeur aan een voorbereiding op het kunstgras. Zelfs de langdurige winterstop van bijna vier maanden kon daar geen verandering in brengen.

Veeger: “De belangen liggen op het veld, dat is duidelijk. Misschien had ik als coach van een topteam als HGC hetzelfde gedaan en de zaal gemeden. Maar of al die clubs de afgelopen weken überhaupt hebben kunnen trainen onder de winterse omstandigheden is natuurlijk de vraag. Wij in ieder geval niet of nauwelijks. Ook daarom ben ik blij dat we dit weekeinde tenminste iets aan hockey hebben kunnen doen.”

Veeger is als een van de weinige coaches warm voorstander van het hockey in de hal. “Gewoon omdat het een leuk spel is, waar je bovendien veel van opsteekt. Goede oefenstof, met name voor de jeugd. Neem alleen die hoge handelingssnelheid, daar kunnen wij op het veld ons voordeel mee doen.” Als het aan de Groningse coach had gelegen, zou de landskampioen zich dit weekeinde in Wit-Rusland hebben gemeld voor deelname aan de Europa Cup voor landskampioenen. Geldgebrek doorkruist de wens van Veeger en haar selectie.

Anders dan op het veld speelt Nederland al geruime tijd een ondergeschikte rol in het internationale zaalhockey. Eind jaren tachtig besloot de bond de prioriteit officieel te verleggen naar het veldhockey. De zorg voor de discipline die in de jaren zeventig nog floreerde met spelers als de Brabantse gebroeders Van Geel van MEP, werd overgelaten aan de zes bondsdistricten, van wie Noord-Holland al spoedig afhaakte.

De meeste clubs uit de hogere regionen volgden dat voorbeeld. Door de overvolle agenda bleef steeds minder tijd over voor de overdekte tegenhanger van het kunstgras. Bovendien drukten de kosten van de huur van een hal zwaar op de begroting van vele clubs, als er al ruimte beschikbaar was. Met uitzondering van enkele traditionele zaalhockeybolwerken in het noorden en zuiden van het land wagen weinige clubs zich meer aan het spel van zes tegen zes.

Een spijtige ontwikkeling, volgens Hans Koppert. Het hoofd van de afdeling competitieleiding van de hockeybond is evenals Veeger een groot liefhebber en voorstander van herleving van de goede, oude tijden. “Het is een prachtig spel, dat meer aandacht verdient dan het momenteel krijgt. Ik heb de stellige indruk dat het enthousiasme langzaam maar zeker weer terugkeert.”

Met dank aan de nieuwe formule, volgens Koppert. Om de tanende belangstelling tegen te gaan, koos de bond dit jaar voor een andere opzet bij de 26ste editie van de nationale kampioenschappen. Verspreid over drie lokaties speelden de vijf districtskampioenen op zaterdag een halve onderlinge competitie, waarna gisteren in Amsterdam de finales tussen de nummers één en twee volgden. Koppert: “Op deze manier denken wij het zaalhockey aantrekkelijker te maken.”

Over de nabije toekomst dan ook niets dan goeds. Want, aldus Koppert: één strenge winter en het daaropvolgende jaar neemt de belangstelling van clubs en spelers voor de overdekte variant steevast toe. “Dat is een ervaringsfactor.”

De organisatie kreeg indirect bijval van HGC. De ploeg uit Wassenaar had voor dit weekeinde twee oefenwedstrijden op het veld gepland, maar zag deze door de weersomstandigheden afgelast worden. Coach Maurits Hendriks stuurde zowel zaterdag als zondag zijn sterkste team de hal in. Zijn ploeg won gisteren eenvoudig met 8-5 van overgangsklasser EMHC uit Eindhoven.

De titel leidde niet tot grote feestvreugde bij HGC. Toch deelde Stephan Veen in zijn dankwoord een plaagstoot uit naar de afwezige concurrentie. “Wij vinden het in ieder geval wél leuk”, zei de aanvoerder ten overstaan van de verlaten tribunes.

    • Mark Hoogstad