Wallace Roney

Wallace Roney: (Warner Bros 9362-45641-2). Distributie: Warner

Bij trompettist Wallace Roney (35) denk je onvermijdelijk aan Miles Davis. Toen die op het Montreux Festival van '91 terugblikte op de samenwerking met arrangeur Gil Evans speelde Roney de partijen die de grote tovenaar zelf niet meer aankon.

Op zijn eerste cd met een eigen kwintet sluit Roney opnieuw aan bij Davis, maar nu bij diens platen uit de late jaren zestig, kort voor hij overschakelde op 'electrisch'. Vrij abstracte muziek met als opvallendste kenmerken het improviseren op toonreeksen, een veelvuldig gebruik van 'zwevende' tempi en een 'overall'-gevoel van vrijheid in gebondenheid.

Men kan Roney om deze stap gispen omdat het iets gemakzuchtigs heeft: teruggrijpen op een door 'papa' uitgebreid beproefde stijl. Prijzenswaardig zijn echter Roney's inspanningen om noch Miles noch zichzelf te herhalen. Met uitzondering van Cole Porters Night and Day komen alle stukken uit de boezem van de band met als meest toegankelijke G.D.D. en Ultra-Axis, allebei voorzien van een lichte dansbeat. Ook Northern Lights kan voor niemand een probleem zijn; het is gewoon een pijlsnelle blues

De grootse reserve jegens deze cd betreft de produktie. Hoe kan een ervaren studio als de Power Station een bas zo dof en bonkig op de band zetten en een pianist zo ver weg in de ruimte plaatsen? En hoe kon producer Teo Macero, decennia lang de rechterhand van Miles Davis, zich met zo'n geluidsbeeld accoord verklaren? Dat Wallace Roney met o.a. Antoine Roney op saxofoon en Carlos McKinny op drums in sommige stukken toch nog weten te schitteren is een heroïsche prestatie; hoe de kunst de techniek overwon.

    • Frans van Leeuwenjan Vollaard