VEB komt met eigen voorstel voor bescherming

ROTTERDAM, 12 FEBR. De Vereniging van Effectenbezitters wil in maart een nieuw voorstel presenteren in de voortgaande discussie over de juridische beschermingsconstructies voor aan de beurs genoteerde ondernemingen. Het compromis dat de Amsterdamse Effectenbeurs en de Vereniging van Effecten Uitgevende Ondernemingen (VEUO) vorig jaar hebben bereikt, noemt de VEB “onvoldoende en gemakkelijk te omzeilen”.

Beurs en VEUO hebben minister Zalm van Financiën een voorstel gedaan, waarover het kabinet nog geen oordeel heeft geveld. Als een vijandige overnemer een belang van tenminste 70 procent in een onderneming heeft kan hij na een afkoelingsperiode van anderhalf jaar naar de rechter stappen om de beschermingsmaatregelen te doorbreken. Daarbij speelt het advies van een onafhankelijk overnamepanel een belangrijke rol.

VEB-directeur P. de Vries wijst op de recente acties van Hoogovens om te illustreren dat het compromis weinig om het lijf heeft. Vorig jaar september en enkele weken terug gaf het staal- en aluminiumconcern preferente aandelen uit, die er toe leidden dat een aantal grote bevriende banken en een verzekeraar een stemgerechtigd belang in het concern verwierven van 20 procent.

“Daardoor bestaat er geen reële kans meer voor andere partijen om een belang van 70 procent te behalen”, aldus De Vries. Het compromis van VEUO en beurs kan dat niet voorkomen. Financieringsprefs zouden volgens hem per stuk even duur moeten zijn als het betreffende aandeel aan de beurs. Nu kopen bevriende partijen een pref voor enkele guldens terwijl de beurskoers van het aandeel tientallen of honderden guldens bedraagt. “Zo krijgt een partij een disproportioneel stemrecht.”

Minister Zalm van Financiën is er met de VEUO en beurs nog niet uit. De VEB is evenals de minister voorstander van een dynamisch bestel waarin ruimte is voor betwiste overnames. “Het is maatschappelijk gewenst dat inefficiënt geleide ondernemingen kunnen worden overgenomen. Een vijandige overname kan leiden tot een meerwaarde bij samenvoeging van de twee ondernemingen.”