Rijpe legende De Gaulle adviseert jonge mythe-Mitterrand

COLOMBEY-LES-DEUX-ÉGLISES, 12 FEBR. Modern eerbetoon vraagt om beleid. De burgemeester van Colombey-les-Deux-Églises, het dorpje in de Champagne waar generaal De Gaulle begraven ligt, ontving zaterdag zijn collega uit het stadje Jarnac, de laatste rustplaats van François Mitterrand.

De mythe-Mitterrand heeft het stadje in de cognac-streek al zodanig ontwricht dat top-overleg geboden was.

“Het wordt een informeel gesprek”, zei eind vorige week dierenarts Jean Raullet, al dertig jaar burgemeester van Colombey-les-Deux-Églises. Hij nam zelf de telefoon van het stadhuis aan. Zijn gemeente, 260 kilometer ten zuid-oosten van Parijs, telt 350 inwoners. Wat hij burgemeester Voiron van het dertien keer zo grote Jarnac (boven Bordeaux) heeft te leren? Hij wil er niet dik over doen, maar de vergelijking gaat niet zo erg op: “Wie aan Colombey denkt, denkt aan generaal De Gaulle. Wie Jarnac zegt, denkt niet aan Mitterrand.”

Dat is bezig snel te veranderen. In Jarnac zijn verkopers van T-shirts en snelvoer opgedoken. De lokale makers van Courvoisier zien hun omzet moeiteloos oplopen. Er zijn al helikopter-vluchten aangeboden boven het graf. Burgemeester Maurice Voiron zit met deze onverwachte erfenis in zijn maag: “We moeten uitkijken voor de geldwisselaars in de tempel. Wij zullen zeker niet toelaten dat er merguez bij de begraafplaats wordt verkocht”, een verwijzing naar de pikante worstjes die bij ieder Frans evenement worden gebakken.

In Colombey is daar geen sprake van. Ook toen de Generaal, die Frankrijk twee keer heeft bevrijd - van zijn minderwaardigheidscomplex na de Duitse bezetting, en van de politieke chaos in 1958 - in november 25 jaar dood was. In die kwart eeuw heeft Colombey kans gezien de aanhoudende stroom bewonderaars uit alle lagen van de Franse bevolking in heldere banen te leiden.

De bekendste bedevaartganger is Jacques Chirac, die vorig jaar 17 mei, vlak vòòr zijn beëdiging als president naar Colombey vloog om de generaal te eren. Raullet: “Ik werd om kwart over zes 's morgens gebeld dat hij in de lucht hing. Ik heb hem in mijn eentje ontvangen, maar hij geeft niet om drukte. Bij hem zit De Gaulle diep, het is zijn voorbeeld.” De president is sindsdien al terug geweest. De nacht vòòr de 25-jarige herdenking van De Gaulle's dood sliep Chirac in het huis van de generaal om 's morgens als eerste het graf te kunnen bezoeken. Het geeft hem rust en richting.

Een bedevaart moet een sprookje zijn. Naarmate de route glooiender wordt, verstilt het landschap. De sneeuw op de grond gaat over in een intens grijze lucht. De laatste kilometers kronkelt de weg omhoog door een geheimzinnig bos. Boven omzoomt een oude muur een landgoed. Het is La Boisserie, het bescheiden buiten waar Charles De Gaulle zich altijd terugtrok als Frankrijk onoverzichtelijk werd, waar hij zijn grote toespraken schreef en op 9 november 1970 in de bibliotheek het leven liet.

Voorbij Het Huis ontrolt zich Colombey-het-dorp. Geen souvenir-winkel in zicht, simpele witstenen huizen en hoeves. Bovenop de 397 meter hoge berg verheft zich het 'mémorial', een granieten Lotharings Kruis, 43 meter hoog en 19 meter op zijn breedst - sober en reusachtig als 'le grand Charles' zelf. Een Monument op de Dam midden in het landschap.

De mythe-Mitterrand heeft nog een lange weg te gaan. Juist op het kerkhof doet Jarnacs nieuw verworven faam pijn. Duizenden stromen er op af sinds Mitterrands begrafenis op 11 januari. De eerste weekeinden kwamen meer dan 20.000 mensen kijken naar ..., ja naar wat? Jarnac was nergens op voorbereid. Bij gebrek aan een ander centraal punt verdringt men zich nu om François Mitterrands laatste verblijfplaats, aan de achterkant van de familie-tombe. Men heeft een houten loopbrug moeten timmeren over de omliggende graven. Als het vol is helpt dat niet. Een verstoorde nabestaande prikte een bordje in de aarde: 'Respecteer het graf van mijn voorouders!'

Burgemeester Maurice Voiron weet nog geen oplossing: “We kunnen de begraafplaats niet uitbreiden en ook niet verplaatsen.” Mitterrands broer Robert heeft al laten weten dat er geen sprake van verhuizen van de Mitterrand-tombe kan zijn. De 'omliggende' families hebben een zelfde categorisch Nee laten horen. Schadevergoeding helpt niet.

Collega Jean Raullet herinnert zich dat direct na de begrafenis van De Gaulle drommen mensen de laatste eer wilden komen brengen, alleen al 1,3 miljoen mensen in het eerste jaar. “Ik heb er toen snel voor gezorgd dat er een extra uitgang op de begraafplaats kwam, zodat men zonder opstoppingen kon doorlopen.” Gelukkig ligt De Gaulle een beetje aan de rand van het kerkhof en was er iets meer ruimte: twintig mensen kunnen er tegelijk stilstaan.

Raullet zit in een zijkamer bij de voordeur van het negentiende-eeuwse stadhuis; elders zou de portier er zitten. De wereld van loketten en persberichten is aan Colombey voorbij gegaan. Wat de burgemeester weet, weet hij uit zijn hoofd. En wat hij is vergeten, bijvoorbeeld hoeveel de nationale en internationale inzameling voor het gedenkkruis in 1972 heeft opgebracht, dat blijft vergeten. De essentie is, dat het er staat.

De routinier uit Colombey voorziet, ondanks de eerste schrik, geen al te grote problemen voor Jarnac. “Ook jongeren komen hier ieder jaar een hommage aan de Generaal brengen. Men heeft er behoefte aan de De Gaulle van 1940 te eren als de man die in de overwinning geloofde. Dat is de man van de legende. Die is men dankbaar voor de bevrijding van Frankrijk. En dit is het dorp dat men associeert met die generaal. Jarnac brengt men toch nauwelijks in verband met Mitterrand, die er alleen in zijn jongste jaren woonde en later nooit meer terugkwam?

“Het is waar, De Gaulle is in Lille geboren, maar hij liet al in 1934 zijn oog vallen op Colombey als zijn tweede woonplaats. Na zijn aftreden in 1946 heeft hij zich hier blijvend gevestigd. Ook toen hij president was van '58 tot '68, bracht hij iedere twee weken het weekeinde hier door, plus iedere Pasen, Pinksteren en Kerstmis, plus de maand augustus. Hij ging nooit ergens anders op vakantie. Hij interesseerde zich wel voor het dorp, maar hij bemoeide zich er niet mee, hij zou te zwaar hebben gewogen in de plaatselijke verhoudingen. Ik kende hem wel, maar ik kan niet zeggen dat we bevriend waren, hij had een andere kennis van de dingen. Ik was niet van zijn formaat.”

Het geheim van Colombey's ongereptheid? Een stopverbod, ook voor ijs- en friteskarretjes, twee parkeerterreinen verscholen aan de randen van het dorp, en een geslaagd verzoek om 'beschermd dorpsgezicht' te worden. Maurice Voiron zag Jarnacs toekomst zaterdagmiddag, na afloop van zijn voorlichtingsbezoek aan Colombey, wat zonniger in: “Het is mijn collega gelukt dit dorp te houden zoals het was onder president De Gaulle. Dat spreekt mij aan. Ik heb allerlei voorstellen van hoteliers en andere zakenlui, maar het zal de kunst zijn het fenomeen-Mitterrand in te passen in het Jarnac zoals wij dat kennen.”

Straks als het mooi weer wordt, en het Musée Mitterrand (met lelijke cadeaus die hij veertien jaar lang van buitenlandse staatshoofden kreeg) weer open gaat, stevent Jarnac af op zijn 500.000ste bezoeker. Mitterrand heeft het stadje zeker verrast met deze massale terugkeer naar zijn geboortegrond.

    • Marc Chavannes