'Onderwijsplan kabinet overbodig'

DEN HAAG, 12 FEBR. Ondanks forse kritiek van de Raad van State houdt het kabinet vast aan haar voornemen het onderwijs op universiteiten en hogescholen te verbeteren door de introductie van een zogeheten studeerbaarheidsfonds, een nieuw studentenstatuut en een nieuw afstudeerfonds.

Vrijdag heeft de ministerraad dit 'Wetsvoorstel Kwaliteit en Studeerbaarheid' naar de Tweede Kamer gestuurd. Voornaamste onderdeel van de wet is de instelling van een studeerbaarheidsfonds voor een periode van drie jaar met in totaal 500 miljoen gulden. Universiteiten en hogescholen kunnen hieruit een bijdrage krijgen om de kwaliteit van hun onderwijs te verbeteren, zo werd in de zomer van vorig jaar afgesproken door universiteiten, hogescholen, studenten en minister Ritzen van Onderwijs.

Maar volgens de Raad van State is de introductie van dit studeerbaarheidsfonds “uiterst dubieus”. Het betreft, schrijft de raad, “een louter optische operatie tegen hoge administratieve lasten”. Tegelijkertijd heeft het hoger onderwijs immers fors moeten bezuinigen. Bovendien druist de maatregel in tegen het staande beleid om hogescholen en universiteiten meer vrijheid en eigen verantwoordelijkheid te laten.

Liever zou de Raad van State zien dat de 500 miljoen gulden wordt besteed aan een geringere verhoging van de collegegelden. De raad verwacht dat het fonds “geen wezenlijke bijdrage zal leveren aan de verbetering van het onderwijs, maar wel grote schadelijke neveneffecten” zal hebben. De raad doelt daarbij niet alleen op “af en toe geforceerd ontworpen projecten”, maar ook op “vestzak-broekzakeffecten”. Nu de instellingen onder hoge financiële druk staan, onder meer door sterk teruglopende studentenaantallen, vreest de raad dat het geld besteed wordt aan zaken die voorheen bekostigd werden uit algemene middelen.

Minister Ritzen weerspreekt dat er sprake zou zijn van een louter optische operatie. Het betreft extra geld dat universiteiten en hogescholen bovenop de bestaande gelden van het ministerie ontvangen. Het is een extra stiumulans, schrijft Ritzen, voor hogescholen en universiteiten om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Wel kondigt de bewindsman aan te zullen toezien op een gedegen verantwoording, omdat het volgens hem om omvangrijke bedragen gaat, die niet per faculteit maar per instelling zullen worden uitgekeerd.

Ook bij andere onderdelen van de wet plaatst de raad “de nodige vraagtekens”. De raad acht de introductie van een nieuw studentenstatuut en een nieuw afstudeerfonds voor studenten die om bijzondere redenen vertraging hebben opgelopen, “overbodig”. Volgens de raad is niet duidelijk wat ze toevoegen aan bestaande voorzieningen.