'Nergens in Europa gaat burgerinfiltrant zo ver'

Uit het vandaag verschenen rapport 'Bijzondere opsporingsmethoden' blijkt dat het gebruik van opsporingsmethoden in andere Europese landen al aan banden is gelegd. Nederland komt achteraan en loopt op sommige punten uit de pas.

ROTTERDAM, 12 FEBR. Als het gaat om de toepassing van bijzondere opsporingsmethoden wijkt Nederland op twee punten sterk af van andere landen, zo blijkt uit het rapport 'Bijzondere opsporingsmethoden'. De vergaande manier waarop door het ontbonden Interregionaal Rechercheteam Noord-Holland-Utrecht criminele burgerinfiltranten werden ingezet, komt nergens anders in Europa voor. En ook het 'doorleveren' van drugs die uiteindelijk terechtkomen in het criminele milieu, is overal taboe.

Nederland lijkt nogal laat met zijn neus op de feiten te zijn gedrukt. In andere landen wordt al tien jaar gepraat over de regeling van opsporingsmethoden en is al veel wettelijk geregeld. Volgens de Nijmeegse jurist P. Tak, hoofdauteur van het rapport, heeft de Nederlandse achterstand drie oorzaken: Incidenten rond opsporingsmethoden deden zich later voor; de ontwikkeling van juridische dogmatiek staat in het buitenland op een hoger niveau; en de gezagsverhouding tussen ministerie van Justitie, openbaar ministerie en politie is in het buitenland beter gehandhaafd. Doordat deze in Nederland in de jaren tachtig verwaterde, verdween volgens Tak de controle op de politie zonder dat iemand het in de gaten had.

Wanneer op onrechtmatige wijze van opsporingsmethoden gebruik wordt gemaakt, heeft dat in het buitenland gevolgen voor de promotiekansen van degene op wiens gezag dit gebeurd is, aldus Tak. Het kan zelfs leiden tot ontslag en strafrechtelijke procedures. Ook dit ziet hij als een verschil tussen Nederland en het buitenland. “Ik denk dat in Nederland te weinig wordt afgerekend op verantwoordelijkheden.”

Wat betreft de regeling van enkele opsporingsmethoden in de onderzochte landen (Duitsland, Frankrijk, Italië, Denemarken en Noorwegen):

Gecontroleerde doorlevering. Dit is in Denemarken alleen toegestaan bij zeer zware verdenking van een misdrijf waarop ten minste zes jaar gevangenisstraf staat. De beslissing erover wordt genomen door een officier van justitie nadat een rechterlijke machtiging is verkregen. Als haast geboden is kan de politie er zelf toe overgaan, maar toestemming van de rechter moet dan binnen een etmaal volgen. De Deense politie vindt de regeling te streng. In Denemarken is een discussie gaande over versoepeling van de voorwaarden.

In Frankrijk is gecontroleerde doorlevering alleen mogelijk door bepaalde politie-ambtenaren en moet uitdrukkelijk toestemming zijn verleend door de procureur of rechter van instructie.

Inkijkoperaties. Hiervoor bestaat in geen van de onderzochte landen een aparte wettelijke bepaling. Denemarken kent alleen een regeling voor geheime huiszoeking en voor het plaatsen van afluisterapparatuur in een woning. Duitsland staat geheime huiszoeking toe bij gevaar voor leven, vrijheid of lichamelijke integriteit. In Italië kan een inkijkoperatie vallen onder een regeling voor het doorzoeken van gebouwen.

Politie-infiltrant. Voor de inzet van de politie-infiltrant heeft Duitsland een uitvoerige regeling. Deze mag alleen worden ingezet bij ernstige misdrijven en mag geen strafbare feiten begaan. Toestemming vooraf van het openbaar ministerie is vereist. Als haast geboden is kan de korpsleiding er zelf toe overgaan, maar als het OM niet binnen drie dagen alsnog toestemming geeft moet de inzet worden beëindigd.

Ook in Denemarken gelden strenge regels voor infiltratie, nadat in de jaren tachtig een aantal zaken stukliep omdat de procureur de gebruikte opsporingsmethode ongeoorloofd vond. Bij een van deze zaken trad een langgestrafte gedetineerde op als infiltrant.

In Italië bestaan verschillende regelingen voor verschillende infiltranten: in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit, tegen het witwassen van geld, tegen de drugshandel.

Informanten. Het runnen van informanten is in Denemarken, Noorwegen en Frankrijk niet wettelijk geregeld. In Frankrijk worden informanten wel op grote schaal gebruikt onder toezicht van het openbaar ministerie, maar ze worden buiten het strafproces gehouden. In Italië heeft de informatie van een anonieme informant geen bewijskracht. In Duitsland is het runnen van een informant alleen toegestaan in de zogeheten 'pro-actieve fase'.

Tipgeld. In Italië kunnen criminele informanten tipgeld verdienen. De hoogte van het bedrag berust op ongeschreven regels en hangt af van de waarde van de informatie. In Frankrijk bestaat geen regeling voor de beloning van informanten. Wel komt het volgens het rapport voor dat drugsgebruikers in ruil voor informatie worden voorzien van drugs. In Duitsland kunnen informanten een geldelijke beloning krijgen, in Denemarken en Noorwegen niet.

Pseudokoop. Frankrijk heeft een nieuwe regeling voor pseudokoop gekregen, nadat zich in 1991 met een oude richtlijn problemen hadden voorgedaan. In Belfort, Lyon en Dijon werden douanebeambten gearresteerd die op bevel van hun chefs als infiltranten hadden deelgenomen aan de invoer en aflevering van drugs. Dit gebeurde buiten medeweten van het openbaar ministerie. Volgens de nieuwe regeling moeten douaneambtenaren evenals de politie vooraf toestemming vragen aan de procureur.

In Italië zijn alleen bepaalde politiefunctionarissen bevoegd tot pseudokoop, en alleen bij bepaalde categorieën misdrijven. Bovendien geldt de eis dat het niet om zelfstandig optreden van politieambtenaren mag gaan. In Denemarken en Duitsland mag pseudokoop alleen geschieden door een politie-infiltrant.

Kroongetuigen. Zij zijn in Denemarken taboe. Criminelen kunnen in ruil voor informatie wel strafvermindering krijgen, maar dit wordt niet gezien als een kroongetuigenregeling. In Frankrijk kan een straf worden kwijtgescholden wanneer een aanwijzing leidt tot het oprollen van een drugsbende. Italië heeft een omvangrijke kroongetuigenregeling, waarbij maximaal tweederde van een straf kan worden kwijtgescholden. Italië is het enige land in Europa waar maatregelen zijn genomen ter bescherming van bedreigde kroongetuigen.

Afluisteren en opnemen van telefoongesprekken. Hiervoor kent Denemarken als enige de figuur van de 'toegevoegde advocaat'. De afgeluisterde krijgt deze toegewezen zonder dat hij het weet en zonder dat de advocaat conctact met hem mag hebben. De advocaat kan in beroep gaan tegen het rechterlijk bevel tot telefoontap.

Richtmicrofoons. Het afluisteren van andere gesprekken met technische middelen als richtmicrofoons is in Frankrijk verboden en in Duitsland omstreden. In Duitsland mag de politie op eigen gezag plaatsbepalingsapparatuur (peilzenders en dergelijke) gebruiken. De Deense en Franse politie maken volgens het rapport ook gebruik van dergelijke apparatuur, hoewel er geen wettelijke regeling voor bestaat.