Moesorgski is te lang voor kleuters

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Ricardo Chailly. Werken van Moesorgski (bewerking Van Keulen), Sjostakowitsj en Weill. Gehoord: 11/2 Concertgebouw Amsterdam.

In de gangen van het Concertgebouw liggen snoepjes tegen hoestaanvallen. Zondagmiddag waren ze allemaal op en ook een groot gedrang bij de toiletten verried dat het ditmaal niet het doorsnee publiek betrof. Geen wonder, het concert in de serie 'Entrée' beoogt een jong publiek aan te trekken. Er liepen nogal wat kleuters rond, zelfs zag ik een peuter die nauwelijks kon lopen!

Ongestoord muziek beluisteren was er niet bij, maar mij stoorden die heldere stemmetjes niet, ze pasten wonderwel bij Moesorgski's sprookjesachtig verhalende Schilderijen van een tentoonstelling. Overigens was die onrust voorspelbaar: Moesorgski's werk duurt eenvoudigweg te lang, zeker wanneer het zonder pauzes, door Riccardo Chailly in één ruk door wordt gedirigeerd.

Iedere muziekliefhebber kent het stuk in de instrumentatie van Ravel, maar Geert van Keulens bewerking voor groot blaasorkest uit 1992, voor de eerste keer op de lessenaars bij het Koninklijk Concertgebouworkest, voorziet wel degelijk in een behoefte, dergelijke ensembles zullen er blij mee zijn.

De instrumentatie van Van Keulen klinkt knoestiger, knetterend krakend en blijft daarmee dichter bij de originele kale pianopartij, dan de wat al te fraaie versie van Ravel. Met name Catacomben klonk overtuigend in een schier Oestvolskaja-achtige, barbaars benauwende kwaliteit. Echt 'authentiek' is Van Keulen niet, instrumenten als contrabasklarinet en heckelfoon (een lage hobo) waren in Moesorgski's tijd nog niet ontwikkeld, maar het is duidelijk dat ze onontbeerbaar zijn als je geen contrabassen en celli tot je beschikking hebt.

Al die grimmig grommende klanken, zoals van de tuba, overtuigden. Maar intussen bleef niet verheeld dat tegenstellingen ontbraken. De luchtige aspecten kwamen minder uit de verf, zoals de sprankelende Tuilerieën, waarin spelende en kibbelende kinderen - ditmaal wel bijzonder toepasselijk - worden uitgebeeld.

Als Van Keulens instrumentatie wordt herhaald in New York (24 en 25 maart in Carnegie Hall) zou het zinvol zijn om het staccato puntiger en de dynamiek scherper te profileren, want als tegenstellingen in de instrumentatie ontbreken, lijkt het verstandig om deze elders uit te diepen.