Megaplexen moeten leiden tot meer filmbezoek

De introductie van de megabioscoop in Nederland lijkt een groot succes. Na Maastricht, Scheveningen, Groningen en Den Haag volgen dit jaar nog 'multifunctionele complexen' in Rotterdam, Amsterdam en Eindhoven. “Je moet Nederlandse bioscoopbezoekers heropvoeden.”

ROTTERDAM, 12 FEBR. Mede dankzij de komst van de megabioscopen lijken de Nederlanders en masse de bioscoop te herwaarderen. Na jarenlange teruglopende bezoekcijfers vertoont het bioscoopbezoek weer een opgaande lijn. Afgelopen jaar werden in totaal 17 miljoen kaartjes verkocht tegen een kleine 15 miljoen in 1994, een stijging van 14 procent. Het zijn de hoogste bezoekcijfers sinds 1984. De Nederlandse Federatie voor de Cinematografie (NFC) omschrijft 1995 als een zeer goed filmjaar. F. van Putten, secretaris van de Vereniging voor Nederlandse bioscoopexploitanten: “De komst van de megabioscoop speelt hierbij zeker een rol. Zo zijn in Maastricht en Scheveningen de bezoekersaantallen aanzienlijk omhoog gegaan.”

Niet alleen is er bij de stoelen meer beenruimte en wordt de bezoeker naar een gereserveerde plaats geleid, ook is de projectie scherper en het geluid digitaal. De nieuwe filmcomplexen zijn ook luxer ingericht en multifunctioneel: horecavoorzieningen als croissanteries, grand-cafés en restaurants omgeven de filmzalen. Eten en drinken mogen voortaan mee naar binnen worden genomen en de pauzes zijn afgeschaft.

“Naar de film gaan moet een verzorgd avondje uit worden”, zegt W. van Wouw, ex-directeur van Pathé Cinemas en grotendeels verantwoordelijk voor de bioscoop-nieuwe-stijl in Nederland. Van Wouw verliet op 1 februari na een conflict met de aandeelhouders het voormalige MGM-concern, dat vorige zomer werd overgenomen door het Franse amusements- en textielconcern Chargeurs en thans Pathé heet. Van Wouw wilde meer zelfstandigheid terwijl de Fransen juist meer invloed op het beleid voorstonden. Van Wouws opvolger is de vorige week aangestelde Deen Lauge Nielsen, de afgelopen drie jaar directeur van megabioscoop 'Movieworld' in Scheveningen.

Van Wouw verklaarde, voor zijn vertrek, de introductie: “In grote omringende landen zijn megabioscopen al sinds de jaren tachtig een succes. Wij lopen wat dat betreft tien jaar achter, op Amerika zelfs twintig. Nederland wordt door de grote filmmaatschappijen als klein land beschouwd. Zij hebben zich eerst op grote landen als Engeland en Frankrijk gericht.”

Van Wouw was verantwoordelijk voor de komst van Pathé-megabioscopen in Maastricht (najaar 1994), Groningen (november 1995) en Den Haag (december 1995). Op 28 maart wordt in Rotterdam een vestiging geopend, met zeven zalen en bijna 2.700 stoelen de grootste van Nederland. Plannen voor de uitbreiding van Tuschinski in Amsterdam en bioscopen bij stadion Amsterdam Arena en in Eindhoven zijn in een vergevorderd stadium.

Sinds april vorig jaar is ook Movieworld in Scheveningen een grote publiekstrekker. Het futuristisch ogende glazen complex, dat met het nieuwe casino de badplaats een bijna Las Vegas-achtige uitstraling geeft, wordt in april uitgebreid met een McDonald's, een ijssalon en twee restaurants. General manager P. Schöttelndreier: “Sinds de opening hebben we 560.000 bezoekers gehad. Als je deze lijn doortrekt passeren we het eerste jaar de 750.000 mensen. We hebben bewust gekozen voor een andere opzet. Ons doel is het oude stramien van de Nederlandse bioscoopbezoeker te doorbreken. Dus geen pauzes en kleine consumpties meer.” Aan de balie blijken de consumpties inderdaad alleen in de maat large verkrijgbaar. Cola, popcorn, bier, alles gaat in grote bekers die tijdens de film in houders van de stoelleuningen zijn te plaatsen. Niet alle bezoekers lijken even blij met het Amerikaanse formaat. “Heb je niet iets kleiners?” zegt een bioscoopganger als hij de omvang van zijn cola aanschouwt.

Schöttelndreier bevestigt het beeld dat de nieuwe bioscopen toch vooral veel neveninkomsten moeten genereren. Hoe groter de zalen, hoe hoger het bezoekersaantal en dus de omzet. De manager zegt: “We halen onze winst grotendeels uit de balieverkoop. Momenteel hebben we een van de hoogste consumptieomzetten in Europa, hoger dan collega's in Engeland. Omdat de pauzes zijn afgeschaft, kun je ook beter meer popcorn en cola voor de film meegeven.”

Volgens de manager is het - buitenlandse - concept heilig. “De hele filosofie is hierop afgestemd dat de 2.200 maximaal aanwezige bezoekers allemaal service verdienen. De Nederlandse managers zijn een aantal weken in training geweest bij Engelse collega's om deze klantgerichte houding onder de knie te krijgen.” Schöttelndreier stelt dat het uiteindelijke doel is de Nederlander gemiddeld twee keer per jaar de bioscoop in te krijgen. “We willen naar de 30 miljoen bezoekers. Dat is in het buitenland ook gelukt, in Engeland gaan de mensen gemiddeld 2,1 keer naar de film.”

Ook de Pathé-megabioscoop in Groningen trekt veel publiek, twee maanden na opening hadden al 100.000 mensen het nieuwe theater bezocht. De negen zalen trekken wekelijks 14.000 bezoekers, terwijl voor de komst van dit theater de Groningse bioscopen gezamenlijk 10.000 mensen per week ontvingen. Bedrijfsleider P. Waller van Pathé Cinema Groningen ziet als succesfactoren voor de gestegen bezoekcijfers de betere stoelen, projectie en geluid. “Daarnaast kun je bij ons op ieder moment van de dag een film bekijken. Om de tien minuten begint er één.” Waller denkt dat ook 'nieuwsgierigheid naar een nieuw fenomeen' een rol speelt.

Over de verdwenen pauze zegt de Groningse bedrijfsleider: “Dat heeft geleid tot verdeelde reacties. Sommigen vinden het nu een lange zit, maar de meeste bezoekers zijn tevreden. Zij vonden de onderbreking hinderlijk. Wij hebben als proef de pauze bij de kindermatinees weer ingevoerd.” Schöttelndreier: “Bij ons vindt 80 procent het prima dat de pauze is afgeschaft.”

In Groningen haalt de megabioscoop in de weekeinden een bezettingsgraad van 45 procent; bijna de helft van alle beschikbare stoelen zijn dan bezet. Volgens Van Putten van de filmfederatie NFC is een bezettingsgraad van 30 procent “landelijk gemeten de grootste gemene deler”. Waller relativeert het succes enigszins: “De stad Groningen vormt het centrum van een groot gebied, bijna de hele provincie is voor uitgaan op de stad aangewezen. Daarnaast is het bioscoopbezoek sowieso veel hoger dan vorig jaar.” Keerzijde is dat concurrerende bioscopen in de stad duidelijk hinder ondervinden van de populariteit van het nieuwe theater aan het Zuiderdiep. Concurrenten Concerthuis en de Movies trokken vorig jaar 10 procent minder publiek dan in 1994. Bioscoop Camera had 5 procent minder bezoekers. Wallers reactie: “De mensen kiezen bij dezelfde film nu voor ons.”