Loszittende tand thema jong en oud

Voorstelling: Kobold! door Jeugdtheater Rosa Sonnevanck, vanaf 6 jaar. Tekst: Jean Debefve en Louis-Dominique Lavigne. Regie: Flora Verbrugge. Gezien: 8/2, Twentse Schouwburg Enschede. Info: 053-4315400

Nu Euripides, Shakespeare, Molière en Brecht voor kinderen worden gebracht alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, krijgt een voorstelling over kabouters, reuzen, draken en een losse tand plotseling iets verrassends. Kobold! is een dialoog voor twee eigenzinnige vrouwen, een van in de zeventig en een van net zeven, Grootmoeder en Kleindochter. Grootmoeder is een beetje geschift, ze valt te pas en te onpas in slaap en ze verklaart luid en duidelijk dat ze een hekel aan kinderen heeft. Bovendien stinkt het in haar huisje. Wanneer Kleindochter met een mengeling van afschuw en nieuwsgierigheid op bezoek komt, ontpopt Grootmoeder zich als een grijs geworden Sheherazade. Met haar grillige, soms ijzingwekkende verhalen over vroeger weet ze haar steeds gretiger meelevende toehoorster in te pakken.

Centrale verhaalfiguur is de kobold, die grootmoeder nodig heeft om met haar verleden in het reine te komen. Een kobold kun je alleen vangen met een melktand en laat Kleindochter nu net begonnen zijn met wisselen. Argwanend cirkelt het tweetal om elkaar heen, elkaar uitdagend en op de proef stellend, maar ook met groeiende belangstelling. Uiteindelijk offert Kleindochter haar tand terwille van Grootmoeders zielerust.

Kobold! ontstond op basis van improvisaties bij het bekende Waalse gezelschap Theatre de Galafronie. Het Twentse Rosa Sonnevanck maakte van de vertaling een spannende, grappige en vooral gelaagde voorstelling. Het hart van jonge kinderen zal uitgaan naar het door haar eerste wiebeltand geobsedeerde meisje, dat zich moeiteloos weet te voegen in oma's magische wereld. Ouderen herkennen een dementerende oude vrouw, voor wie het verleden vreemde, soms mythische vormen aanneemt en die haar schild van afweer laat vallen tegenover de onbevangenheid van haar kleinkind. Alle leeftijden kunnen genieten van de sprookjesachtige verhalen, waarin de losse tand een terugkerend motief is, en van de narrige oude vertelster.

Annemarie Feltman maakt van haar een ware creatie. Gehuld in een slordige bult textiel springt ze op grote bruine molières en de gewijde koorklanken van Johan Sebastiaan Bach rond in haar keukentje, waar het onheilspellend sist en borrelt. Afwisselend is ze een sluwe heks, een deerniswekkend oud mensje en een angstig kind. En ze kan meeslepend vertellen. Naast haar valt de branieschopper op continue sterkte van Tirza de Jong een beetje in het niet, hoewel haar rolopvatting ook te verdedigen valt. Wie zeven is mist immers qualitate qua de kleuring en de nuances die alleen een bijna uitgeleefd leven kan aanbrengen. 'Er zijn nog zoveel dingen die je niet weet', mompelt Grootmoeder, wanneer ze Kleindochter weg ziet wandelen, de grote wereld in. Zo is dat nu eenmaal met tandenwisselaars, maar gelukkig zijn er tandelozen. Die kunnen over die dingen vertellen.

    • Bregje Boonstra