Koltès' woorden zijn lichaamloos

Voorstelling: In de eenzaamheid van de katoenvelden van Bernard-Marie Koltès door Noord Nederlands Toneel. Toneelbeeld: Barbara Sijtsema; regie: Mechtild Prins; spelers: Rogier Schippers, Dries Vanhegen. Gezien 9/2 Machinefabriek Friesestraatweg, Groningen. Te zien t/m 17/2 aldaar. Inl. 050 - 5711612.

Het blijft een raadsel: theatermakers die complexe, duistere teksten op de Bühne willen brengen. Wat is de fascinatie daarvoor? Waarom zo vaak Marguerite Duras en Heiner Müller, en ook de Franse schrijver Bernard-Marie Koltès? Veel van wat zij schrijven ontbeert de essentie van theater, namelijk dramatische voortgang uitgedrukt in de dialoog. Er zijn heel wat gezelschappen, zowel in Frankrijk als daarbuiten, die zijn gestrand op Koltès' hermetische toneelwerk. Ik herinner me in de Amsterdamse Stadsschouwburg een grove uitglijder in de regie van Sam Bogaerts. Bij de Duitse première van In de eenzaamheid van de katoenvelden in 1987, bijna een jaar na de Franse, werd gesproken over 'fascinerende verveling'.

De vorm moet een dergelijke tekst transparant maken. Inmiddels is dit stuk herhaaldelijk in Nederland opgevoerd. Over een toneeltekst kun je eigenlijk niet spreken: Koltès monteert twee tekstblokken diametraal tegenover elkaar, uitgesproken door twee al even contrasterende figuren, een dealer en een klant. Bij de Franse wereldpremière, in de regie van Patrice Chéreau, was de eerste een norse neger en de ander een bleue blanke. Bij de Duitse regisseur Alexander Lang ging de dealer in het wit gekleed, de klant in het zwart. Allemaal artificiële middelen om dramatische contrasten aan te brengen waar de tekst die niet geeft.

Mechtild Prins regisseert voor het Noord Nederlands Toneel de acteurs Rogier Schippers en Dries Vanhegen. De eerste is de klant, in het bezit van een weelderige haardos, de tweede, de dealer, is kaalgeschoren. (Ik hoop trouwens dat ik de namen goed raad bij het personage, want een adequate rolverdeling werd, als zo vaak, niet verstrekt.) Van katoenvelden is geen sprake, de deal moet zich voltrekken in de morsige duisternis van een achterafstraat. De Groninger Machinefabriek is daartoe een geëigende plek. Plassen water staan op het asfalt, het is er steenkoud, vaal tl-licht veegt door het nachtelijke donker. De twee acteurs naderen elkaar vanuit de verte, richten dreigend het woord tot elkaar, en verwijderen zich weer. Een cadans die ik ook in eerdere produkties van In de eenzaamheid etc. zag. Bijzonder element is wel dat ze elkaar voor de duur van de voorstelling, zo'n vijf kwartier, onophoudelijk met opengesperde ogen aankijken.

Tussen de twee mannen speelt zich een heel scala aan antithetische betrekkingen af, variërend van koper en verkoper via slaaf en meester, klant en hoer tot sadist en masochist. Uiteindelijk gebeurt er niets; wat ze elkaar te vertellen hebben blijven lichaamloze woorden in het holst van de nacht. Het probleem van een voorstelling als deze, met een tekst als deze, is dat alles, in namiddag na de voorstelling, zo snel alweer vervluchtigd raakt. Welke schitterende beelden Koltès ook gebruikt, Zelfs tekstflarden laten zich niet onthouden. Eigenlijk zou het gezelschap zich moeten verplichten een tekstboek uit te reiken om thuis na te lezen om dan de voorstelling weer voor je geestesoog te zien voltrekken.

Elke regisseur zoekt voor Koltès een dwingende vorm, waarin contrasten domineren. Misschien ligt daarin telkens de fout, ook die van Mechtild Prins. Klant en dealer zijn zo afhankelijk van elkaar dat ze geleidelijk elkaars tekst gaan spreken, sterker nog: er vindt een persoonswisseling plaats. Ik ben er niet achter gekomen wat de regie heeft willen zeggen, behalve dat mensen tot elkaar zijn veroordeeld, in welke relatie ze zich ook begeven. Ik had graag willen weten of dat nu geluk of beklemming betekent. Zover ik Koltès begrijp, schreef hij zijn In de eenzaamheid etc om die gevoelens van wederzijdse afhankelijkheid te analyseren. Een visie op het stuk kwam ik in de voorstelling niet tegen, wat ik zag was de uiterlijke vormgeving ervan. Ik had vooral bewondering voor de acteurs: de koper was uitstekend in zijn naïviteit die langzaam evolueerde tot een fraaie vorm van subtiel cynisme, voortkomend uit weerloosheid. De dealer ging over van agressie tot compassie. Bovendien had hij zich de tekst op bijna wellustige wijze eigen gemaakt. Beiden gaven aan de voorstelling een soort acteurskracht, als dat woord zou bestaan.

    • Kester Freriks