Koekkoek verslikt zich in reglement

Er is nauwelijks een rumoeriger moment in de Tweede Kamer dan op dinsdagmiddag na de wekelijkse stemmingen. Verspreid over de vergaderzaal overleggen de dames en heren parlementariërs op weinig gedempte toon. Het heeft wat weg van een schoolklas nadat de bel is gegaan, maar dan zonder papieren vliegtuigjes.

In die herrie biedt Kamervoorzitter Wim Deetman Kamerleden de gelegenheid om achteraf een verklaring te geven over die onderwerpen waarover even daarvoor is gestemd. CDA'er Alis Koekkoek waagde afgelopen dinsdag een poging: “Tijdens de zojuist gehouden stemmingen over de wet justitie-subsidies is mijn amendement verworpen”, schreeuwde hij. “Daardoor ontstaat een ernstig probleem, want....” Daarop ging Deetman, die tevoren afwezig met zijn hamer speelde, rechtop in zijn stoel zitten: “Ik moet u erop wijzen dat u een stemverklaring aflegt en geen beschouwing geeft.” Koekkoek dacht even na: “Mag ik dan besluiten met de vraag...” “Nee”, antwoordde Deetman en het werd al wat stiller in de zaal, “U moet zeggen waarom u voor of tegen iets bent. Het is geen debat.”

Zenuwachtig rommelde de doctor in het staatsrecht - gepromoveerd op de rol van partijleiders tijdens kabinetsformaties - in zijn papieren. Het stond nog wel zo mooi in 'Haagse Portretten', een boekje dat alle Kamerleden introduceerde bij hun aantreden in 1995: “Alis Koekkoek zal de komende jaren wel eens de wenkbrauwen fronsen over het lage niveau van zijn collega's op het terrein van staatsrecht.” Voorlopig fronste alleen Deetman toen Koekkoek weg dreigde te lopen van het sprekersgestoelte en mokkend mompelde: “Dan zoek ik wel een andere gelegenheid om mijn vraag aan de regering te stellen.”

Maar partijgenoot Deetman wilde Koekkoek nog niet uit zijn lijden verlossen: “Ik wil u wel helpen”, probeerde hij terwijl het nòg rustiger werd in de Tweede Kamer. Koekkoek ging weer achter de microfoon staan. “Het kan zijn dat u om een brief vraagt of het in de commissie aan de orde wil stellen, opdat de commissie de bewindslieden een vraag stelt”, vervolgde Deetman op belerende toon. “Dan komt de zaak vanzelf weer in debat. Een stemverklaring is alleen bedoeld om in niet-controversiële bewoordingen te zeggen waarom men voor of tegen iets is.”

Weer dacht Koekkoek na, heel lang deze keer, totdat hij zich realiseerde waarom hij ook alweer voor zijn eigen amendement had gestemd: “Anders zou een tegenstrijdigheid ontstaan met de algemene wet bestuursrecht.” Dat was eruit. Mr. dr. Koekkoek maakte zich haastig uit de voeten en het rumoer in de zaal zwelde weer aan.