Het geitenbegrip van ijs

Tot afgelopen zondag dachten mijn vijf geiten dat alleen mensen en honden op ijs konden lopen.

De eerste, Sprits, werd in augustus 1991 midden op straat in Den Haag aangetroffen toen ze een maand of twee was. Haar vrijheid was vrijwel zeker het resultaat van een geslaagde uitbraakpoging, gelet op de vindplaats waarschijnlijk uit een islamitische slagerij. Vervolgens heeft ze een week keihard aan een touw staan blèren op het terrein van de dierenambulance, waar ik dagelijks langs kwam.

Achter mijn huis lag een riant, ongebruikt weiland van zeker zestig meter in het vierkant met brede sloten rondom, en een aarden dammetje plus hek. Daar kon ze mooi in. En uit, bleek al spoedig. In tegenstelling tot het schaap streeft de geit altijd naar verandering, bijvoorbeeld verandering van weiland. Over haar ontsnappingspogingen via het hek zullen we hier alleen melden dat het er honderden geweest zijn, waarvan tientallen succesvol. Met de sloot had ze meer moeite. Volgens kenners moet iedere geit één keer een sloot in lopen om het daarna nooit weer te doen. En inderdaad, een paar weken na aankomst wandelde Sprits pikzwart en drijfnat, met alleen een droge kop, door de tuin en door mijn blikveld. In de volgende winter ontsnapte ze nogmaals aan de dood doordat iemand haar vond nadat ze door het ijs was gezakt, waarna ze een dag in een mand voor de kachel heeft moeten liggen. Sindsdien is Sprits met geen tractor de sloot in of het ijs op te krijgen, zeker niet zolang het ijs er als ijs uitziet. Na een sneeuwbui, diezelfde winter, moest ze ooit diep uit de polder worden teruggehaald. Ook Bertje, sinds de zomer van 1992 haar gezelschapsdier, liep volgens de regels binnen een paar weken de sloot in. Voor hem was dat genoeg: voor zover bekend heeft hij nog nooit een stap op ijs gezet.

Sprits baarde op 14 juli 1994 Bobbie en Bella, en op 26 april 1995 Dennis. Van die drie is jammer genoeg alleen Bobbie ooit de sloot ingelopen. Dennis zit nog erg onder de plak van zijn moeder en doet weinig wat hij haar niet eerst heeft zien doen. Resteert Bella, helaas ook de slimste van de vijf. Als ik haar het weiland uit laat, loopt ze los achter me aan, inclusief vijftien traptreden, en krijgt dan in de keuken een boterham. De andere vier storten zich na verlaten van het weiland direct op de klimop of liguster. Net als Bella vinden ze brood zeker tien keer zo lekker, maar zij is de enige die zich los kan maken van de zintuiglijke werkelijkheid en bereid is vijftig meter langs allerlei planten te lopen zonder daar een hap van te nemen, met geen ander houvast dan het concept 'brood'.

De afgelopen maanden onderwierp ik ze groepsgewijs aan een paar ijstesten, vooral om te weten of ik rustig weg kon. Tientallen schaatsers en honden waren er niet in geslaagd ze op een idee te brengen en mij lukte het ook niet. Jammerlijk mekkerend sloegen ze me gade terwijl ik over de sloot liep, maar zelfs als ik brood bij me had deden ze geen stap verder dan de laatste graspol. Een paar sneeuwbuien brachten hierin verandering, want de grens tussen weiland en sloot werd onzichtbaar. Natuurlijk had ik direct alle sneeuw moeten ruimen, althans aan de weilandzijde; de luiheid die me ervan weerhield heb ik inmiddels duur betaald.

Zondagmiddag had Bella het ineens door, en na twee stappen was ze zeker driekwart van haar angst kwijt. Over de sloot die ik vanachter mijn bureau kan zien, maakte ze vervolgens een reeks kwieke passen, alsof ze op cursus was bij Emile Ratelband. Met veel meer reserve volgde Bobbie haar een heel klein stukje, als ik het goed gezien heb alleen met zijn voorhoeven terwijl hij van achteren op de wal bleef. Acute maatregelen waren nodig! Er was een grote kans dat ze binnen een paar minuten allemaal zouden weten hoe kort de weg naar de liguster en de klimop was. Ik stoof de tuin in, sloot Bella op in een schuur, en hakte een wak. Soms moet je geiten krachtig aanpakken. Bella kon terugkomen, en ik sleepte haar bij haar nekvel naar het open water, tot ze er even met haar voorpoten in wegzakte. Tsjakka! Vervolgens Bobbie, en deze hele operatie met veel stemverheffing. Niet al te lang daarna hun voorpoten afgedroogd, in de hoop dat ze geen kou zouden vatten maar dat de les ze wel bij zou blijven.

Een paar uur later zag ik hoe Bella ver van het wak een nieuwe oversteek maakte, aandachtig gadegeslagen door de rest. Ik stormde weer de trap af. Of Bobbie mee had gedaan of niet kon me niks schelen: allebei opnieuw met de voorhoeven het water in (en weer afgedroogd). Een etmaal leek het erop dat ze iets geleerd hadden. Maar wat? Dat het ijs alleen op bepaalde plaatsen gevaarlijk is, of dat ik gevaarlijk ben, of dat open water gevaarlijk is?

Als aanvullende maatregel had ik emmers heet water uitgegoten over het ijs aan de weilandzijde, zodat de sneeuw en de rafelige bovenlaag van het ijs smolten, met als eindresultaat glad en donker ijs dat maximaal op water lijkt. Maar om het hele weiland zo te vergrendelen was de capaciteit van mijn boiler ontoereikend, en de behandeling moest na iedere sneeuwbui moet worden herhaald. Ik beperkte me daarom tot het deel waar de geiten zich doorgaans ophouden, aan de tuinzijde. Angst voor het onbekende moest de rest doen. Quod non: ter hoogte van een stuk onbehandeld ijs zaten Bella en Bobbie en tot mijn verrassing ook Dennis ineens met dikke hapwangen - tsjomp, tsjomp - in een perk bij de buren. Het zal niet weer gebeuren. Sindsdien, en tot de dooi doorzet, zit de hele kudde in een schuur. Alleen Bertje mag af en toe alleen het weiland in.

Mogelijk is Bella de eerste geit in de evolutie die iets begrijpt van het verschil tussen water en ijs. In dat geval, en als Rupert Sheldrake's morfogenetische velden inderdaad bestaan, zal ze zeker niet de laatste zijn, en heb ik massa's medegeitenbezitters via haar in problemen gebracht. Excuses.

    • Michiel Hegener