HANS DULFER OVER Acteren

De laatste twee afleveringen van de zevendelige tv-serie Nosmo King: 14, 21/2 21.25 uur NPS Ned. 3.

“Repeteren is onzinnig. Dat doe ik in de muziek ook nooit. Ik laat me eerst uitleggen wat de bedoeling is en dan zoek ik daar mijn eigen uitdrukkingen bij.”

Tenorsaxofonist, columnist, radiomaker en ex-Opeldealer Hans Dulfer (55) speelt de louche garagehouder en amateursaxofonist Kees in het socio-drama Nosmo King, dat de NPS momenteel in serie uitzendt. Het is zijn debuut als acteur, afgezien van een rolletje - lang geleden - in een minimal movie van Pim de la Parra. Dulfer zou aanvankelijk in Nosmo King alleen een bijrol hebben, totdat de makers ontdekten dat ze te maken hadden met een 'natuurtalent met bijzonder oog voor detail'. De opnames zijn inmiddels voorbij, maar Dulfer kijkt uit naar een mogelijk vervolgoptreden in een geplande tv-serie over mafiabaas Klaas Bruinsma. Ondertussen is Dulfer-de-muzikant in Japan uitgeroepen tot New Star. Van zijn laatste cd Big Boy zijn meer dan driehonderdduizend exemplaren verkocht. Een nieuwe cd getiteld Dig! komt in april uit bij EMI.

“Een castingbureau belde me met de vraag of ik iemand kende die ongeveer vijftig jaar oud was, garagehouder kon spelen en ook nog wist hoe een saxofoon eruit zag. 'Wie heb je nog meer op het oog?' vroeg ik. Voordat ik het wist stond ik met gouden kettingen om mijn nek op de set van Nosmo King.

“Je denkt dat je hele dialogen krijgt. Niet dus. Je moet een hele dag opdraven voor een zin van zeven woorden. Dat deed ik dan op mijn manier. Van één scene waren op een gegeven moment de geluidsbanden kwijt. Wist ik veel wat ik precies gezegd had! Er is een liplezer bijgehaald om dat uit te vissen. “Televisiemensen snappen niet hoe ik dat doe, improviseren. Dat is onder acteurs zeldzaam. Ik improviseer al mijn hele leven, ik ben niet anders gewend. Jazzmuziek drijft op improvisatie, niets is letterlijk herhaalbaar, geen enkele solo is dezelfde.

“Bij acteren denk ik aan Rijk de Gooijer: doen zoals je bent en dat dan inpassen in het geheel. Toch heeft de regisseur me dingen laten doen die ik normaal nooit doe. Zoals zuchten. Of zwijgen in het algemeen. Daar ben ik niet zo goed in.

“Het moeilijke van acteren voor de camera is de continuiteit - dat je de sfeer vasthoudt. Zeker als je allerlei scènes door elkaar heen opneemt voor verschillende afleveringen. Ik denk daar diep over na. Maar af en toe wist ik echt niet meer in welke aflevering we zaten.

“In het begin vonden ze het prima dat ik overal een idee over had. Later zullen ze gedacht hebben: 'wat een bemoeial'. Ik ging steeds op de stoel van de regisseur zitten. Omdat ik een beetje de ster van de cast was, konden ze niet zomaar zeggen dat ik mijn bek moest houden.

“Nosmo King is een typisch Nederlandse serie. Ze dikken van alles aan, alsof de kijker stupide is. Op tv laten ze een pooier bijvoorbeeld in een grote Amerikaan rijden. Maar pooiers rijden nooit in een grote Amerikaan. Die rijden in een Alfa of een BMW. Trouwens, hoe iemand praat en doet is veel belangrijker. Daaraan zie je het verschil.

“Mooie rollen vind ik norse types die eerst de schijn tegen hebben en tenslotte alle harten stelen. Gary Cooper in High Noon. En Kees de Jongen natuurlijk. De scharrelaar die ik speel, met zijn goeie en slechte eigenschappen, bevalt me wel. Toch versterkt dit het beeld dat er van mij bestaat: iemand die maar wat doet, overal tegenaan schopt en hier en daar ook nog een stukkie saxofoon speelt. Dat is totaal niet waar! Als er iemand is die heel erg goed nadenkt voor hij een stap zet dan ben ik het wel.”

    • Viktor Frölke