Eltingh geeft in beslissende partij op door knieblessure; Tennisploeg roemloos ten onder

JAIPUR, 12 FEBR. Op papier waren de Nederlandse Davis Cup-tennissers superieur, maar op gras bleken hun bescheiden geklasseerde Indiase tegenstanders gewoon beter. Zo ging Nederland in de maharaja-stad Jaipur na drie dagen tennis tamelijk roemloos met 3-2 ten onder en konden een geblesseerde Jacco Eltingh, een gedesillusioneerde Jan Siemerink, een gefrustreerde Paul Haarhuis en een gepasseerde Richard Krajicek weer op het vliegtuig naar Nederland stappen.

Het is een oude wijsheid dat bij Davis Cup-ontmoetingen alles altijd anders is dan bij gewone tennispartijen. Spelend voor hun land en op eigen terrein weten sommige spelers zich tot ongekende hoogten op te werken. Ook bondscoach Stanley Franker had daar vooraf voortdurend aan herinnerd. “Ik ben pas gerust als de laatste bal geslagen is”, had hij zaterdag nog gewaarschuwd na de zege in het dubbelspel, dat Nederland op een 2-1 voorsprong bracht.

Die laatste bal kwam gistermiddag op een dramatisch moment. Onder hartstochtelijk Indiaas gejuich, in het bijna uit zijn voegen knappende stadionnetje, dolf Eltingh het onderspit. Midden in de laatste en beslissende partij tegen de jonge maar verrassend sterk spelende Indiase nummer twee, Mahesh Bhupathy. moest de Nederlander niet zozeer voor zijn tegenstander capituleren als wel voor zijn eigen onwillige lichaam.

Door een ongelukkige beweging in de eerste set had Eltingh, die Nederland vrijdag op voorsprong had gezet door een zege op Leander Paes, zijn knie verdraaid. Weliswaar zag hij vooral dankzij goed serveren zowaar nog kans de volgende set in de wacht te slepen, maar hij bewoog zich ondanks medische hulp steeds moeizamer over de baan. Bij de stand 2-1 in sets en 2-1 in games voor Bhupathy besloot hij op te geven.

“Ik had helemaal geen gevoel meer in mijn kuit. Als ik me draaide was het net alsof er iemand met een breinaald in zat te steken”, aldus een teneergeslagen Eltingh, die van Franker de voorkeur had gekregen boven de uit vorm zijnde Krajicek. “Het was toen gewoon een kwestie van tijd. Op een gegeven moment is het kaarsje op, en dan gaat het gewoon niet meer en kun je er niet meer tegen.” Daarmee konden de Indiërs aan hun welverdiende ereronde beginnen.

Zo werd Frankers vrees voor India, dat vorige herfst nog afrekende met de door service-kanon Goran Ivanisevic aangevoerde Kroaten, bewaarheid. “Ze hebben een goede staat van dienst tegen goede landen, dus je weet dat er van alles mogelijk is”, aldus Franker gisteren. “We waren alert, we hebben ze zeker niet onderschat. Die jongens hebben goed geknokt, het is bewonderenswaardig hoe ze eigenlijk vleugels krijgen als ze voor hun land spelen.”

Het grootst was de teleurstelling zonder twijfel voor Jan Siemerink, die in Jaipur nimmer vleugels kreeg. De nummer twintig van de wereld verloor zijn beide enkelspelpartijen tegen veel lager geklasseerde spelers. Zelf zei de Nederlander niet precies te weten waaraan het schortte. Al sinds de Open Australian van vorige maand had hij zich grondig op de Davis Cup-wedstrijd voorbereid, juist met de gedachte dat Franker hem wel eens voor de enkelspelpartijen zou kunnen selecteren. Zo geschiedde, maar zijn droom veranderde in een nachtmerrie: tot tweemaal toe ging hij ten onder.

Was het misschien de spanning in het rumoerige, hoofdzakelijk door Indiërs bezette stadion, die hem de das omdeed? De zichtbaar aangeslagen Siemerink dacht na zijn tweede verlies, tegen Leander Paes gisteren, van niet: “Natuurlijk, op zo'n laatste dag is het een belangrijke wedstrijd, maar dat heeft hij ook. Hij is gespannen, maar ik ook.” Vooral Siemerinks anders zosterke service liet hem gisteren in de steek.

Daarbij moet worden aangetekend dat het Siemerink de afgelopen dagen bepaald niet meezat. Vooral op vrijdag. Toen leek hij immers na vier hard bevochten sets onstuitbaar op weg om de Indiase nummer twee, Mahesh Bhupathy, in de laatste set te verslaan maar moest de partij voortijdig wegens een plotselinge en in deze woestijnachtige deelstaat zeldzame onweersbui worden gestaakt.

De volgende ochtend was de 21-jarige en tamelijk onervaren Bhupathy, die vrijdag aan het einde van zijn krachten leek, weer geheel fris. Hevig aangevuurd door het Indiase publiek wist hij de partij tegen de flegmatieke Siemerink op zijn naam te schrijven. “Het was prettig spelen”, vond de agressief spelende Bhupathy (nummer 386 op de ATP-wereldranglijst), “omdat niemand enige verwachtingen van me had.” Bij voorgaande Davis Cup-wedstrijden gaven doorgaans de verrichtingen van Paes (131-ste op de ATP-lijst) de doorslag.

Paes, die de afgelopen paar maanden nauwelijks had gespeeld door een aanval van malaria, liet zich net als bij eerdere Davis Cupduels door het publiek tot grote hoogten opzwepen. “Je moet met je hart spelen”, legde de dolgelukkige Indiër na afloop uit. “Dat doe ik en daardoor doe ik het zo goed in de Davis Cup.”

De Indiërs in het stadion waren in alle staten door de onverwachte successen van hun helden. Zò geestdriftig moedigden ze de Indiase spelers aan dat het tussen de eerste en tweede service van de spelers nauwelijks stil werd. In de partij van Siemerink tegen Paes werd het de Australische hoofdscheidsrechter Bill Gilmour te gortig en kende hij tot tweemaal toe strafpunten in het voordeel van Nederland toe wegens ongedisciplineerd gedrag van het Indiase publiek.

Paes ging tot het uiterste in zijn partij tegen Siemerink en bleek zelfs te hebben gespeeld met een hinderlijke buikspierblessure. Hij arriveerde op de persconferentie met een compres op zijn buik. Vooral in de tweede set zei hij steeds hevige pijn te hebben geleden. Hij had de blessure zaterdag in de verloren dubbelspelpartij tegen Eltingh en Paul Haarhuis opgelopen. Siemerink bleek niet op de hoogte van Paes' blessure en zei er niets van te hebben gemerkt.

De Indiase pers, die gewoonlijk betrekkelijk weinig aandacht aan de Indiase tennissers besteedt, bracht het nieuws over de zege op Nederland vanmorgen op de voorpagina's. “Hier was een team”, jubelde de Indian Express, “dat niet over één speler bij de top honderd beschikte en toch de Cocky Dutch (de verwaande Nederlanders) overweldigde, die al overwinningsspandoeken hadden ontrold toen het zaterdag pas 2-1 was geworden. Het toonde alleen maar aan wat Indiase vastberadenheid en toewijding betekent in die prachtige competitie die Davis Cup heet.”

Voor de Nederlanders, die in het verleden door Franker wel in staat werden geacht om voor het jaar 2000 de Davis Cup te winnen, waren de druiven intussen zuur. Wekenlang hadden ze zich zorgen gemaakt over het voedsel, het water en hun gezondheid in het vuile India. Al met al is geen van de spelers ook maar een moment ziek geweest. Nederland verloor de strijd, toen het er op aankwam, gewoon op de grasbaan van het gammele stadionnetje van Jaipur.

    • Floris van Straaten