Dooi heeft ons gered van de ijshysterie

Nu de hoop op een Elfstedentocht is vervlogen, gaat Nederland zonder blozen over tot de orde van de dag. En dat terwijl de natie zojuist wekenlang leed aan een tenenkrommende aanval van collectieve dwangneurose. De tocht der tochten bleek meer dan ooit uitgegroeid tot de obsessie van randstedelijke kantoorklerken, veertigers met vitaliteitsangsten, en journalisten die zich opwerpen als vertolkers van de laagste instincten van het volk. 'Wollt ihr den totalen Elfstedentocht?!', leken de media ons dagelijks toe te gillen.

Gelukkig waren de rayonhoofden intelligent genoeg de maatschappelijke druk te weerstaan; zij hebben Fryslân ongetwijfeld behoed voor een treurigstemmend gekkenhuis. Wie als schaatsliefhebber terugblikt op een pijnlijke episode, ziet ten minste tien redenen om de Elfstedentocht voor altijd af te gelasten.

1. Dat de beschaving in verval is, wordt door weinigen meer betwijfeld, maar de moed zinkt pas waarlijk in de schoenen bij de gedachte aan de apocalyptische taferelen die een daadwerkelijke tocht zou losmaken. Niet alleen zouden vele tienduizenden het ijs, het Friese land en elkaar vertrappelen, maar nog erger is noodgedwongen van dit alles getuige te moeten zijn. Men zou in geen enkele krant en op geen enkel televisiekanaal meer kunnen ontsnappen aan de verpletterende zondvloed van live-reportages over kluunplaatsen, diepte-interviews met baanvegers, specials over koek-en-zopie tenten, en cultuurfilosofische beschouwingen over de betekenis van de Elfstedentocht voor de ziel van het volk. Na weken van vruchteloos bivakkeren bij wakken, schotsen en ijstranplantaties zouden de journalisten ons bedelven met hun gehele intellectuele arsenaal, en dat stemt bij voorbaat niet hoopvol. God bewaar ons voor Harmen Roeland bij Bartlehiem.

2. Sinds de actie 'Open het dorp' in 1962 is Nederland steeds gevoeliger geworden voor massahysterie. Bevrijd uit de kooien van de verzuiling loopt men tegenwoordig om het minste of geringste te hoop, en dan nog met alle gezindten tegelijk en op dezelfde plaats bovendien. De argwaan werd gewekt toen in 1988 het Nederlands elftal massaal werd binnengehaald door ontelbare mensen die niets van voetbal wisten maar gewoon 'uit hun dak wilden gaan', en daarmee die sport voor altijd een trauma van corpsballenjool en dagjesmensenpret gaven. Thans is het zo dat wanneer Ajax op een doordeweekse dag een nondescripte trofee verovert, in een oogwenk honderdduizend man samendrommen. Onder het motto 'gezellig' trapt men wat bushokjes in elkaar, plundert enkele neringhouders, en huilt als een kudde wolven mee als de triomferende trainer opzwepende kreten slaakt. De Elfstedentocht is nillens willens besmet met dit virus van massapsychose, en dat voorspelt weinig goeds.

3. Is het gezichtsbedrog, of ziet men tijdens werkdagen op het ijs een oververtegenwoordiging van hoger opgeleide, bovenmodaal gesalarieerde en vrijgestelde mannen die niet willen toegeven aan de naderende jaren des onderscheids? Schaatsen is voor hen geen ijspret, maar een bezweringsritueel om hun viriliteit te bevestigen, hun tanende vitaliteit te ontkennen en het verlies van hun jeugd te maskeren. Zo blijkt de Elfsteden niet alleen een ultieme vorm van conspicuous consumption maar ook een middle class substituut voor het veel te gewone joggen. Daarmee wordt de tocht der tochten van heroïsch tot pathetisch.

4. De Elfstedentocht - althans de herinnering eraan - is een vaderlandse mythe, een deel van het collectieve erfgoed, een nationale lieu de mémoire. Het is onvermijdelijk dat elke keer wanneer men de tocht in deze tijd daadwerkelijk zou rijden - gevolgd door rijdende camera's, omzoomd door reclameborden, gehuld in supersonische schaatspakken - dit erfgoed beschadigd zou raken. Er is in ons land al weinig eerbied voor monumenten, maar het zou waarschijnlijk onverdraaglijk zijn ook de Elfstedentocht in een wolk van frituurlucht te zien opgaan.

5. Het is onweerlegbaar dat de Nederlandse overheid aan de noordelijke provincies een lage bestuurlijke, economische en emotionele prioriteit toekent. Fryslân behoort tot de regio's met de hoogste werkloosheid en de laagste investeringen van ons land. De kortstondige massale aandacht voor de provincie tijdens vorstperiodes heeft een onmiskenbare neerbuigende en bijna koloniale ondertoon. Goh, wat schattig, hoe de inboorlingen in de weer zijn met ijszagen, windschermen en ijsmeesters - om voor ons de tocht mogelijk te maken. Het is dezelfde betreurenswaardige habitus die ten grondslag ligt aan de walgelijke Parijs-Dakkar rally en het afstotende gekrioel van westerlingen op de flanken van de Himalaya. Zo is de Elfstedentocht geworden van regionale trots tot nationaal affront.

6. Tweehonderd kilometer schaatsen is te ver en te koud.

7. In Fryslân is er altijd wind tegen.

8. Juvenalis stelde de diagnose van de menselijke soort reeds in de eerste eeuw van onze jaartelling: Duas tantem res anxius optat, Panem et circenses - twee dingen willen wij vooral, Brood en Spelen. Hij begreep dat sport niets te maken heeft met gezelligheid, onbekommerde lichamelijke oefening en fair play; het is een samenballing van naakte eerzucht, jaloezie, zelfoverschatting en een sadistisch genoegen anderen te zien verliezen. En hij had nog nooit een Elfstedentocht meegemaakt.

9. Natuurlijk hebben Nederlanders geheel eigen zeden en gewoonten, en daarop zijn zij niet zelden openlijk trots. Of deze zeden en gewoonten uitblinken door beschaving, terughoudendheid en welgemanierdheid, durf ik niet te zeggen. Wie zich echter het wilde gedrang bij de kluunplaatsen, de onbeschaamdheid van de zwartrijders en de zwiepende ellebogen op het traject herinnert van de vorige Elfstedentocht, zal betwijfelen of een nieuwe editie enige opvoedkundige waarde heeft voor de jeugd die hunkert naar houvast in het kruiend tijdsgewicht.

10. De Elfstedentocht is een klassiek geval van Ablenkung, afleiding van de werkelijke levensproblemen, van de sociale tegenstellingen en van de maatschappelijke twistpunten. Voor even wordt de natie verenigd in één obsessie, in één gespreksthema, in één mentaal brandpunt. Buiten brandt de wereld, maar binnen is het knus klunen geblazen. Onze geestelijke horizon is even gekrompen tot de afstand van Sloten tot Dokkum, en dat geeft een geruststellend gevoel. Het volk lijkt in een gezamenlijke roes de gehele ijsvloer te torsen. Zo bezien is de Elfstedentocht een soft drug. Gelukkig dooit het.

    • Bastiaan Bommeljé