Clintons actie tegen cybersmut smoort in vaagheid; Telecomwet verbiedt porno via Internet

NEW YORK, 12 FEBR. Een van de meest besproken onderdelen van de nieuwe Amerikaanse telecomwet is het verbod op de zogeheten cybersmut, ofwel obsceniteiten op Internet. De wet bevat echter niets over controle op de naleving ervan.

Als door adders gebeten zijn actiegroepen in opstand gekomen tegen de wet. Niet alleen zien zij de wet als een aantasting van vrijheid van meningsuiting, zoals verwoord in het eerste amendement op de grondwet, ook beschouwen zij de wet als zo vaag dat hij daardoor onbruikbaar is. De American Civil Liberties Union (ACLU) mobiliseerde een landelijk protest en stapte in Philadelphia naar de rechter. Webpagina's bleven uit protest een dag 'zwart', wat in de praktijk neerkwam op een schermpagina met de tekst dat de nieuwe wet het eerste amendement schendt.

De Electronic Frontier Foundation (EFF), de Computer Professionals for Social Responsibilities en talloze andere organisaties protesteerden eveneens en riepen het publiek op dit kenbaar te maken. De 'Well', een populaire Internettoegangverschaffer in Silicon Valley, zette het nieuwe symbool voor vrijheid van meningsuiting op zijn Webpagina: een soortgelijk lintje zoals dat gebruikt wordt om sympathie met aidsslachtoffers te betuigen, maar dan in het blauw.

De ACLU had op zijn Webpagina een aanklikpunt (http://www.aclu.org) dat naar een quiz voert met de zeven woorden die je niet in cyberspace mag gebruiken. Het antwoord op de quizvragen voert naar een venster met een uitspraak van het Hooggerechtshof uit 1978. Daarin wordt het gebruik van een aantal 'vieze' woorden die destijds op de radio zijn gebruikt besproken.

De obsceniteits-sectie van de telecommunicatiewet verbiedt verspreiding van pornografie via Internet. Minderjarigen mogen volgens de wet, die afgelopen donderdag door president Clinton is getekend, niet in aanraking worden gebracht met “onfatsoenlijk materiaal” dat via computerverkeer wordt verspreid. Straffen kunnen oplopen tot 100.000 dollar boete en twee jaar gevangenisstraf. De wet stelt de verspreider van het materiaal verantwoordelijk, al biedt het een uitweg voor Internettoegangverschaffers die aantoonbaar hun best doen zelf politie-agent te spelen.

“De wet is een gevaarlijke combinatie van politiek en domheid”, zegt Scott Smith, analist bij Jupiter Communications, een Newyorkse technologie-researchfirma. “De onderdelen die gaan over obsceniteit zijn typische vormen van symbolische wetgeving, zeer geschikt voor een verkiezingsjaar waarin altijd gesmeten wordt met termen als gezin en morele waarden. Ze zijn echter vaag en in de praktijk onbruikbaar.”

Volgens Smith en andere waarnemers zal het wetsonderdeel over cybersmut echter pas inhoud krijgen door jurisprudentie. Op dit moment weet niemand nog precies wat onder 'onfatsoenlijk' moet worden verstaan. Naar de letter van de wet zou het wel eens zo kunnen zijn dat bijvoorbeeld Catcher in the Rye op Internet een schending van de obsceniteitssectie is, evenals een aantal 'Hooglied'-passages in de King-Jamesvertaling van de bijbel.

Nog afgezien daarvan is het ook niet te controleren wat er via Internet het land binnenkomt. Volgens de wet is de bron van het verstuurde materiaal aansprakelijk. Dat levert problemen op als iemand uit bijvoorbeeld Nederland een pornografische prent of tekst via Internet naar de VS stuurt. “Er zijn geen grenzen op Internet”, merkt Smith op. “Verwachten wetgevers soms dat andere land onze telecomwet gaan ratificeren? Of overtreders gaan uitleveren?” Recent speelden geografische grenzen en elektronisch verkeer een rol toen in Duitsland werd voorgesteld dat de Amerikaanse on-linedienst Compuserve paal en perk zou stellen aan vermeend pornografisch materiaal dat Duitsland werd ingevoerd via elektronische systemen.

Niet alleen de letter van de wet biedt weinig duidelijkheid, ook de praktijk van de naleving ervan is voor iedereen nog een raadsel. Analisten verwachten niet dat de FBI nu steekproefsgewijs het net gaat aftappen of geschreven pornografie opspoort via een search-and-catch-programma. Invallen worden alleen gedaan als er gegronde redenen zijn te vermoeden dat de wet wordt overtreden.