Bob Dole onverwachts verwikkeld in moddergevecht

INDIANOLA, 12 FEBR. Het is de meeste gasten die zaterdag lunchen in het gemoedelijke koffiehuis Crouse Cafe ontgaan dat Indianola, hun stadje in het hart van Iowa, eerder die dag hoog bezoek heeft gekregen. Stuk voor stuk praten ze graag over de Amerikaanse politiek, terwijl ze zich tegoed doen aan pompoentaart, een bord gebakken uienringen of een vlezige groentesoep. Maar van een spreekbeurt van Bob Dole in de schuur van een buurtgenoot kijken ze niet meer op. De Republikeinse presidentskandidaat is een week geleden ook al langs geweest.

Toch was de boerenschuur in Indianola volgepakt met toehoorders, en ook buiten op het modderige erf stonden nog mensen in de kou te wachten - in de hoop een glimp op te vangen van de gedoodverfde koploper in de spannende strijd om de Republikeinse nominatie. Het publiek bestond alleen niet uit inwoners van Indianola, de meesten kwamen zelfs niet uit Iowa. Tientallen waren met bussen aangevoerd uit het naburige Kansas, waar Dole vandaan komt, en uit Ohio en Illinois. Maar verreweg het grootste deel van het publiek bestond uit journalisten en cameramensen, die verslag kwamen doen van een gebeurtenis die vooral voor hen was georganiseerd.

Kandidaat Dole reist niet naar afgelegen, winderige oorden om de plaatselijke bevolking toe te spreken, maar om een decor te hebben waartegen hij goed uitkomt als kandidaat die hart heeft voor de boeren. En de pers, inclusief het puikje van de Washingtonse politieke journalistiek, reist hem na om over het landelijke tafereel te berichten. De supporters die tussen de strobalen enthousiast borden met zijn naam in de lucht houden en af en toe een spreekkoor aanheffen, leveren aardige televisiebeelden op. Dat de helft van de kleine menigte in de schuur stadse schoenen draagt en voortdurend in kleine notitieboekjes staat te krabbelen, valt slechts een enkele televisiecamera op.

De onverwachts venijnige campagne in Iowa, de staat waar de Republikeinen vanavond in partijvergaderingen (caucuses) kunnen stemmen op één van de negen Republikeinse presidentskandidaten, heeft Dole zichtbaar vermoeid. De 72-jarige politieke veteraan staat ongemakkelijk te wachten terwijl hij wordt ingeleid door gouverneur Branstad en andere zwaargewichten uit de lokale politiek. Pas als hij zelf het woord neemt en zijn metalige stem tegen de hanebalken beukt, verdrijft hij de indruk een oude, uitgebluste man te zijn. Hij beroemt zich op zijn ervaring, zijn capaciteit dingen in Washington gedaan te krijgen en zijn trouw aan de boeren van Amerika. Het adertje dat in zijn rechteroog is gesprongen valt dan niet meer op. Het is een peuleschil voor iemand die als soldaat in de Tweede Wereldoorlog zwaar gewond raakte, en daardoor nog steeds een verlamde rechterarm heeft.

Van Dole, met zijn bijtende gevoel voor humor, wordt wel gezegd dat hij ijsblokjes in zijn aderen heeft. De komende dagen en weken zal hij al zijn koelbloedigheid nodig hebben om zijn glanzende staat van dienst in de politiek niet te laten uitmonden in een tragedie. Twee keer deed hij vergeefs een gooi naar de Republikeinse nominatie (in 1980 en 1988), maar deze keer had hij niets aan het toeval overgelaten: hij had zich verzekerd van ongekend brede steun in de partij, van een ongehoord sterke financiële basis en - als leider van de meerderheid in de Senaat - van een vrijwel dagelijks optreden in de tv-journaals en op de voorpagina's. Maar de plotselinge populariteit van Steve Forbes heeft de ervaren senator genoodzaakt tot een bittere strijd met deze nieuwkomer, die wordt uitgevochten in reclamespotjes waarin ze elkaar over en weer afschilderen als totaal ongeschikt voor het presidentschap. De een zou onbetrouwbaar zijn en een produkt van de in Republikeinse kringen steeds meer gehate Washingtonse politieke klasse. De ander zou gevaarlijke economische plannen lanceren om daar zelf als multimiljonair beter van te worden.

Zo'n moddergevecht, zoals dat hier genoemd wordt, laat sporen na. Ook als Dole in Iowa wint, zoals men verwacht, is in Republikeinse kring de twijfel aan zijn geschiktheid als uitdager van Clinton gezaaid. En dat versterkt niet alleen de positie van Forbes, maar ook die van Lamar Alexander, de voormalige gouverneur van Tennessee die zich nu afficheert als de kandidaat die zich niet verlaagt tot negatieve filmpjes over anderen. Handig onderscheidt hij zich van de twee kemphanen met leuze: Meer ervaring dan Forbes, frissere ideeën dan Dole.

Alexander heet de kandidaat te zijn voor wie Clinton het meest beducht is, een thema waar zijn campagne graag op inspeelt met stickers met de letters ABC - Alexander Beats Clinton. Op campagnebijeenkomsten speelt hij aannemelijk voor hoe fataal een verkiezingsdebat tussen de televisie-genieke Clinton en de houterige, in parlementaire termen sprekende Dole voor de Republikeinen zal verlopen.

Tekenen van Doles kwetsbaarheid kunnen ook afbreuk doen aan zijn steun onder de conservatieve christelijke vleugel van de partij. Van nature is Dole te gematigd om zich verwant te voelen met de Christian Coalition, de groep conservatieve christenen die de afgelopen jaren een belangrijke rol in de Republikeinse partij zijn gaan spelen. Maar het afgelopen jaar heeft hij zijn best gedaan zich voor deze groep acceptabel te maken, onder meer door felle tirades tegen de bandeloosheid van Hollywood, en ook door anti-abortusactivisten in zijn campagne op te nemen.

De Christian Coalition, die in 1988 doorbrak toen de voormalige televisie-dominee Pat Robertson in Iowa bijna 25 procent van de stemmen haalde, heeft haar achterban deze keer niet één bepaalde kandidaat aanbevolen. Zolang Dole de onontkoombare kandidaat van de Republikeinen was, leken veel van de religieuze conservatieven om pragmatische redenen voor hem te zullen kiezen. Maar nu ruiken Alan Keyes, Phil Gramm en vooral Pat Buchanan hun kans bij deze groep.

In een reusachtige kerk in een buitenwijk van Des Moines, de hoofdstad van Iowa, luisterden die drie zaterdagavond een bijeenkomst op van zo'n duizend christenen 'voor de bescherming van de heiligheid van het huwelijk', en tegen de erkenning van homoseksualiteit. Keyes en Buchanan wisten daar een massale geestdrift los te maken, zoals die in deze campagne nog niet vertoond is.

Het aantal christelijke conservatieven in Iowa is niet zo groot dat een kandidaat zonder hun steun niet kan winnen. Maar het probleem voor Dole is dat hij hen het afgelopen jaar zozeer tegemoet gekomen is, dat de gematigde Republikeinen die de opkomst van de Christian Coalition in hun partij willen tegengaan hem ook niet meer vanzelfsprekend als bondgenoot zien. Forbes komt eerder voor die rol in aanmerking, omdat hij steeds meer het doelwit wordt van conservatieve christenen. Zij verwijten hem zijn standpunt over abortus (een wettelijk verbod heeft pas zin als er een omslag in het denken over abortus heeft plaatsgehad). En bovendien blijkt Forbes een foto van Robert Mapplethorpe in zijn bezit te hebben, de fotograaf die voor conservatief Amerika staat voor alles wat verdorven is. Dat de foto een zeegezicht is en geen afbeelding van een naakte man maakt al niet meer uit.

Dole blijft intussen als een evenwichtskunstenaar opereren, voorzichtig niet te veel naar de ene, maar ook niet te veel naar de andere kant over te hellen. In Crouse Cafe in Indianola bestaat onder de lunchgangers nog veel steun voor Dole. Ze kennen hem al zo lang, dat het presidentschap hem wordt gegund. De pas gepensioneerde Larry Wayman waardeert dat hij geen gevangene is van religieus rechts - maar hij weet nog niet of hij vanavond wel naar de caucus gaat om te stemmen, zo enthousiast is hij ook weer niet.

Ook de verkoopsters in een winkel van religieuze boeken en wenskaarten voelen voor Dole. Maar voor hen is de reden juist dat hij de meeste kans maakt het programma van de Christian Coalition uit te voeren, legt Michelle Fetters Steen uit. Maar ook zij weet nog niet zeker of ze gaat stemmen.