Bewoners Belfast smeken: geen geweld meer

BELFAST, 12 FEBR. Belfast na de bom is een verscheurde stad. Protestanten en katholieken verschansen zich weer in hun eigen getto's. Gepantserde politieauto's patrouilleren door verlaten straten. Alsof er nooit een zweem van vrede is geweest.

Zij die het altijd hebben geweten berouwen hun gelijk. Dat een bestand van het Ierse Republikeinse Leger niet eeuwig kon duren, dat terroristen altijd weer naar de wapens grijpen als ze hun zin niet krijgen, dat Noord-Ierland is vergiftigd door geweld, wat koop je voor die zekerheden? Ze sluiten niet alleen de teleurstelling buiten maar ook de hoop.

Zij die het niet willen geloven zijn veruit in de meerderheid. Ze klampen zich vast aan elke strohalm. Misschien was de bomaanslag in Londen die vrijdagavond een einde maakte aan het staakt-het-vuren van de IRA niet meer dan een incident, een eenmalige actie om de Britse regering tot concessies te dwingen. Misschien blijft de terreur wel tot Engeland beperkt. Ze moeten er niet aan denken, na anderhalf jaar zonder explosies en schietpartijen. Dat Belfast weer zo wordt als vroeger, als in de kwart eeuw voor het staakt-het-vuren. Een stad van angst en achterdocht.

Drie oude vrouwen verzamelen zich bij een methodistenkerk in de protestantse Shankill-buurt van West-Belfast. Ze hebben elk maar één woord nodig om hun reactie op de bomaanslag te luchten. “Hartverscheurend.” “Verdrietig.” “Schokkend.”

“Protestanten en katholieken waren net voorzichtig begonnen om toenadering te zoeken. We voelden ons veilig. Dat is nu in één klap voorbij”, zegt de schrielste van het drietal, met trillende lippen. Haar vriendin had zich verheugd op het eerste kleinkind dat in vrede zou worden geboren. “Komt er aan het geweld dan nooit een eind?”

Binnen zingen de kerkgangers over het verlangen naar vrede. Ze zingen hetzelfde lied een tweede keer, luider en met meer bezieling. “Want één keer is vanochtend niet voldoende”, zegt dominee Taylor, “om de smart en desillusie te verdrijven.” In zijn gebed vraagt hij om kracht voor de moeilijke week die komen gaat. “Kracht om uit te stijgen boven het slechte nieuws.” Vertrouwen in het koninkrijk Gods, waarin de leeuw vredig naast het lam zal rusten, en de wapens zijn omgesmeed tot ploegscharen.

Maar hij roept de gelovigen op om ook zelf in actie te komen. Ze moeten laten weten dat het vredesproces in Noord-Ierland niet mag worden afgebroken. Waarom sturen ze geen brieven aan alle Noordierse politieke partijen? De adressen kunnen ze vinden in de gouden gids.

Op hetzelfde moment weerklinkt die oproep in alle methodistenkerken van Noord-Ierland. De zwijgende meerderheid heeft lang genoeg gezwegen. Een echtpaar uit Bangor begint een campagne om Gerry Adams, leider van de politieke vleugel van de IRA, onder briefjes te bedelven die maar bestaan uit drie woorden: “Geen geweld meer.” Doel is om vrijdag één miljoen enveloppen te deponeren op de stoep voor het Sinn Fein-kantoor.

Ook in de St Paul's kerk aan de Falls-straat in het katholieke deel van West-Belfast bidden de gelovigen om vrede. Frank Caddall staat in een duffelse jas brochures uit te delen.

Pagina 5: 'Leven in Belfast wordt weer even beroerd als vroeger'

Volgens de voormalige vakbondsman snakken de mensen in Noord-Ierland naar vrede. “Hervatting van het geweld levert alleen maar verliezers op.”

Anderhalf lang jaar hebben de Noordieren mogen proeven van de vrede. Britse soldaten verdwenen uit het straatbeeld, naarmate het staakt-het-vuren langer duurde. Politie verwisselde het gevechtstenue voor de platte pet en de stofjas. Zwaarbewaakte controleposten werden ontmanteld en afgesloten grenswegen tussen Ierland en Noord-Ierland werden opengesteld.

Geleidelijk kwam ook de murwgeslagen binnenstad van Belfast weer tot bloei. Winkelende mensen hoefden niet meer voor een bomaanslag te vrezen. Ze hoefden zich bij de ingang van het warenhuis niet meer te laten fouilleren. Veel kinderen gingen voor het eerst van hun leven naar de stad.

Ook de toeristen wisten Belfast weer te vinden, net zoals de investeerders. Het aantal vakantiegangers in Noord-Ierland steeg vorig jaar met bijna zeventig procent tot 430.000. De werkloosheid daalde sneller dan waar ook in het Verenigd Koninkrijk.

“Maar het belangrijkste was”, zegt Ann Cooke die een groentezaak drijft in Andersonstown, “dat je niet meer steeds op je hoede hoefde zijn. Je kon de kinderen 's avonds buiten laten spelen. Je kon naar het café gaan zonder te schrikken als de kroegdeur met een klap werd opengegooid. Het leek wel of er altijd een donkere sluier over de stad gelegen had. Voor het eerst was het leven licht en ontspannen.”

Dat die tijd voorbij is blijkt al bij de enige toegangsweg naar het internationale vliegveld van Belfast. Een soldaat zwaait nonchalant met zijn geweer terwijl de politieman alle passerende voertuigen controleert. Ook in de Noordierse hoofdstad zelf worden weer controles gehouden. Agenten in kogelvrije vesten verblinden de inzittenden van elke auto één voor één met een staaflamp. Grijze gepantserde Landrovers patrouilleren stapvoets door de straten.

Nog zijn de café's in het centrum op zaterdagavond goed gevuld. Tieners in een discotheek aan Great Victoria Street vertellen dat ze zich van waarschuwingen van hun ouders niks hebben aangetrokken. “Je leeft maar eens.” Maar de bedrijfsleider van restaurant 'The Washington' voorspelt dat de horeca-gelegenheden opnieuw zullen ontvolken als het geweld weer oplaait. Zaterdagavond kreeg hij al de helft minder gasten dan anders. Sommige bezoekers zeiden dat ze zouden zijn thuisgebleven als ze niet hadden geboekt.

“Het leven in Belfast wordt weer even beroerd als vroeger”, klaagt Steve McGuire, een werkloze timmerman uit de katholieke Ardoyne-buurt. “De beëindiging van het staakt-het-vuren zal iedereen treffen. Al die nieuwe winkels die het afgelopen jaar in het centrum zijn geopend, moeten de deuren weer sluiten. Al die nieuwe cafés gaan over de kop. En al die buitenlandse bedrijven die overwogen om zich in Noord-ierland te vestigen, zullen zich nog wel eens twee keer bedenken. Geef ze eens ongelijk.”

McGuire geeft toe dat hij een onverbeterlijke pessimist is. “Maar anders heb je geen leven in Noord-Ierland. En ik heb nog elke keer gelijk gekregen.” Hij orakelt als een moderne Kassandra “dat het afgelopen met dit land is”. Het liefst zou hij emigreren, hoe verder hoe beter. Al heeft hij de laatste achttien maanden ervaren hoe aangenaam het leven in Belfast óók kan zijn. “Ik was het bijna vergeten.” Maar hij kan het idee niet verdragen dat er uiteindelijk niets zal zijn veranderd, dat het moorden weer een aanvang zal nemen. “Ik heb al veel te lang geleefd met de voortdurende dreiging van geweld.” Belfast na de bom is een verslagen stad.

    • Dick Wittenberg