Beroepsvereniging moet imago van 'oorlogsspelletje' paintball verbeteren

Illegale ondernemers zouden de markt en het imago van het populaire schietspelletje 'paintball' bederven. Een beroepsvereniging moet hier een einde aan maken. “Sommige eigenaren kunnen nog geen factuur uitschrijven.”

ROTTERDAM, 12 FEBR. “Mijn hele terrein is door een bulldozer met de grond gelijk gemaakt. Twee hectare van voor naar achter helemaal plat en vervolgens afgebrand.” Het kan hard toegaan in de paintball-wereld. Drie jaar geleden werd het bedrijf van J. Jenssen, paintball-importeur en eigenaar van Trend Sports in Amsterdam, door een concurrent verwoest en in brand gestoken. Het slachtoffer deed geen aangifte “want ik was niet verzekerd”. De reden van de dubieuze actie van zijn collega is Jenssen nog steeds niet duidelijk. “Misschien was dit zijn manier van concurreren. Communicatie is niet zijn sterkste kant.”

Paintball is een veredelde vorm van oorlogje spelen. Maar de kogels leiden niet tot de dood, hoogstens tot blauwe plekken. Het spel is acht jaar geleden overgewaaid uit de Verenigde Staten, van boeren die hun vee vroeger met gekleurde verfkogels merkten. De spelregels zijn simpel. Twee teams strijden tegen elkaar. Wie het eerst de vlag van de vijand verovert, is winnaar. Daarnaast worden in het buitenland wedstrijden gehouden. Jenssen: “Ik heb ook een eigen team. Bij internationale toernooien lopen de geldprijzen op tot 50.000 gulden.”

Recreatief paintball wordt van maart tot oktober, het hoogseizoen, bijna alleen in de weekeinden beoefend. “De meeste eigenaren doen dit erbij. Ze hebben een ander hoofdberoep”, verklaart full-timer Jenssen. Hij schat dat bedrijven gemiddeld veertig tot vijftig mensen op een dag ontvangen, met uitschieters tot honderd klanten per dag. Het aantal paintball-aanbieders groeit al jaren, tot zo'n zestig op dit moment. Met name bedrijfsverenigingen die de teamgeest willen versterken, maar ook studenten en oudere dames leggen zo'n zestig gulden per persoon neer voor drie uur schieten. M. Hoekstra, eigenaar van paintballbedrijf Junglefun in het Drentse Roden: “In het westen zijn de prijzen lager dan hier omdat de concurrentie daar moordend is. Het is daar soms haat en nijd.”

Paintball is geen ongevaarlijke bezigheid. Hoewel de meeste bedrijven goede bescherming bieden (overall, veiligheidsbril en handschoenen), zijn blauwe plekken voor de spelers geen uitzondering. Ook nietsvermoedende passanten kunnen door rondvliegende kogels worden getroffen. De grootte van de bloeduitstorting is afhankelijk van de kracht waarmee de verfkogel op je lichaam uiteen spat. Of zoals Hoekstra zegt: “Het hangt af van de schildikte van het verfballetje. Je kunt blauwe plekken vermijden door minimaal 6 meter afstand te bewaren. En natuurlijk door je altijd aan de veiligheidsvoorschriften te houden.” Daarnaast zijn er volgens Hoekstra een aantal bedrijven onverantwoord bezig door verfkogels met bijna 300 kilometer per uur uit halfautomatische geweren te laten schieten.

Er zijn geen regels of wetten voor aanbieders van het spel. Iedereen die geld heeft en een lokatie weet, kan zo beginnen. Er is een komen en gaan van tijdelijke paintballbedrijfjes. Een aantal 'vrije jongens' ontduiken de huurkosten door op openbare terreinen of in bossen te spelen. Zo is de gemeente Amsterdam op de hoogte van het feit dat het westelijk havengebied als speelterrein wordt gebruikt. “We weten het uit de krant”, zegt J. Gons van de afdeling vergunningen. “Er is nog nooit een officiële aanvraag ingediend voor paintball, dus hebben we geen beleid in deze.” Beleidsmedewerker K. Jansen zegt echter: “Dingen laten gebeuren is natuurlijk ook beleid.”

De 'illegale' praktijken vormen een groeiend probleem voor de 25 serieuze, gevestigde paintballbedrijven, zoals die van Hoekstra: “In het westen zijn veel jongens bezig die mensen in de kroeg of via krantenadvertenties ronselen. Ze spelen een paar uur op een afgelegen terrein, strijken het geld op zonder BTW af te dragen en verdwijnen dan weer spoorloos.”

Jenssen kent als leverancier van paintballbenodigdheden het merendeel van zijn collega's. “Er zitten inderdaad vreemde, louche figuren tussen. Een aantal speelt zonder enige vorm van begeleiding of uitleg en sturen de klanten gewoon het terrein op. Ze nemen gewoon dat risico, onder het motto: we zien wel waar het schip strandt.”

Een eigen beroepsorganisatie moet voornoemde ontwikkeling een halt toeroepen. Maar bovenal wil initiator Jenssen als bedrijfstak door de overheid serieus worden genomen. Daarnaast moeten klanten de kans krijgen met hun klachten ergens terecht te kunnen. De grote lijnen van de vereniging staan al enige tijd op zijn harde schijf en moeten dit jaar concreet worden uitgewerkt. Jenssen stelt dat bij collega's grote belangstelling voor zijn plannen bestaat.

Hoekstra is een groot voorstander van een eigen vereniging. “Misschien kunnen we zo de veiligheid van het schietspelletje garanderen. Er zijn eigenaren die nog geen factuur kunnen uitschrijven. Bij dat soort bedrijven gebeuren ook de meeste ongelukken. Het spel kan absoluut veilig gespeeld worden, als je maar duidelijke veiligheidsregels hanteert. Bij ons is in viereneenhalf jaar nog geen ongeluk gebeurd.”