Zelfs een lijk kan illegaal zijn

CHRIS DE STOOP: Haal de was maar binnen. Aziza of een verhaal van deportatie in Europa

376 blz., De Bezige Bij, ƒ 37,50

Duitsland kampt met 'verwijderingsdeficieten', Nederland kent 'terugkeerfunctionarissen', een 'eindvoorraad van onuitzetbaren', en het Grenshospitium dat inmiddels is veranderd in een Huis van Bewaring met 'BBB-regime'. Allemaal termen die bij het permanente gevecht behoren waarin zowat ieder Westers land is gewikkeld: het aanhouden, opsluiten en uitzetten van illegalen en afgewezen asielzoekers.

In Haal de was maar binnen beschrijft de Vlaamse journalist/auteur Chris de Stoop gedetailleerd de soms mensonterende wijze waarop de Europese bureaucratie probeert het illegalenprobleem 'op te lossen'. Het lijvige boek biedt een fascinerende tocht door de wereld van de dwangbuizen, de opstaande kraag, de fixerende brancards, de voetboeien, het Japanse bed, de broekstokken en de verdovende injecties, om maar eens een paar hulpmiddelen te noemen waarmee sommigen van de ruim 200.000 jaarlijks uit Europese landen verwijderde illegalen in bedwang worden gehouden.

De afhandeling van deportees is een miljoenen-business geworden, waar handige zakenjongens een goede boterham aan hebben. Zo zendt België uitgewezen Afrikanen niet langer naar het land van herkomst, maar naar de firma Budd in Abidjan (Ivoorkust), waar directeur Faustin voor 250 gulden 'per kop' wel voor het verdere transport zorgt. “Ze nemen de depo's erg hardhandig van ons over. Soms worden ze echt in elkaar gestampt”, aldus een rijkswachter.

Ook de met Amerikaans kapitaal opgerichte Roemeense luchtvaartmaatschappij Jaro International is actief op de 'depo-markt': voor messcherpe prijzen tekende het bedrijf een contract met de Duitse overheid voor de deportatie van veertigduizend Roemenen. Het betrof hier een full package deal: vliegtuig, medisch toezicht èn bewaking door de anti-terreur-brigade van de Roemeense geheime dienst.

Jarenlang zette de Beierse regering Oosteuropese illegalen het land uit door ze af te voeren in speciale, afgesloten wagons die werden gekoppeld aan de Euro-City Zürich-Praag oftewel de Albert-Einstein-Express. De autoriteiten maakten zich weinig zorgen over de mogelijke vergelijkingen met de jodenstransporten uit de Tweede Wereldoorlog, aldus De Stoop. Ook elders in zijn boek schroomt hij niet parallellen met de nazi-tijd te trekken, en de ondertitel 'Aziza of een verhaal van deportatie in Europa' verbaast dan ook niet. Toch is die term een afgeleide van de bij het uitzetten van illegalen internationaal gehanteerde, juridische term deportee, zo stelt De Stoop.

Centraal in Haal de was maar binnen staat het levensverhaal van Aziza Mandova, een met haar gezin illegaal in Duitsland verblijvende Roma-vrouw uit Macedonië. Aziza werd opgepakt en teruggezonden naar het land van herkomst, terwijl haar man en kinderen in Keulen waren ondergedoken: “Op de luchthaven van Skopje werd ze gedumpt zonder geld, zonder bagage. Aziza was zelf de bagage die op transport gesteld was.”

Mandova slaagde erin om in Duitsland terug te keren, maar werd plotseling hèt internationale symbool van de opgejaagde, illegale migrant nadat de extreem-rechtse Duitse Liga door middel van posters met haar afbeelding duizend en later zelfs vijfduizend D-mark uitloofde voor aanwijzingen die zouden kunnen leiden tot de aanhouding van deze illegale 'landloopster'. Als reactie op de klopjacht van de Duitse Liga ontstond een solidariteitsbeweging die Mandova en haar familie hielp onder te duiken. Daarmee groeide de Macedonische uit tot een zinnebeeld van de asielcrisis in Duitsland en Europa, zoals De Stoop schrijft.

Asielbeleid

Het verhaal van Aziza vormt slechts een onderdeel van De Stoops uitgebreide en goed gedocumenteerde aanklacht tegen onder meer het Nederlandse, Belgische en Duitse asielbeleid. Zo beschrijft hij het lot van de uitgeprocedeerde en in de boeien geslagen Somalische asielzoekers die door de Belgische overheid met een militair transportvliegtuig zonder pardon in het door oorlog geteisterde Mogadishu gedumpt worden, de uitzetting van 93 na een massale razzia opgepakte Ecuadoraanse transseksuelen en travestieten uit Amsterdam en het Zweedse klooster waar drie gebrilde nonnen al jarenlang illegalen verbergen.

De Stoop onthult in Haal de was maar binnen minder dan in Ze zijn zo lief, meneer, zijn eerder verschenen epos over de internationale vrouwenhandel. Toch is het verhelderend èn verbijsterend de vele incidenten rondom de uitzetting van illegalen nog eens in al hun banaliteit voorgeschoteld te krijgen: de Roemeen wiens mond op Schiphol zodanig met tape werd afgeplakt dat hij als gevolg van zuurstoftekort verlamd en blind raakte en die zijn dagen nu - om humanitaire redenen gelegaliseerd - in een Nederlands verpleeghuis slijt, de achttien Sri-Lankezen die stikten in de laadruimte van een op een Hongaarse parkeerplaats achtergelaten vrachtwagen, de in zee gedumpte verstekelingen. Maar ook het “ter voldoening van de transportkosten” in beslag nemen van door een illegaal met smerig, slecht betaald werk verdiend spaargeld. Of de mogelijkerwijze als gevolg van mishandeling door de Belgische politie in coma geraakte en later overleden Ghanees Peter Quarson, die niet door zijn vrienden begraven mocht worden zolang de Ghanese ambassade geen identiteitspapieren had afgegeven. Twee weken lag hij in de koelruimte: zelfs een lijk kan in België illegaal zijn. Evenals trouwens uit illegalen geboren baby's, de Wolfskinderen van België.

Haal de was maar binnen is fragmentarisch geschreven, een duidelijke literaire compositie ontbreekt. Daarvoor is de rode draad in het boek - het levensverhaal van Aziza Mandova - te zeer ondergeschikt gemaakt aan het grote geheel. Zo verdwijnt Aziza plotseling geheel uit beeld, om pas weer op te duiken na 142 pagina's illegalenleed in Nigeria, Zweden, België, Bangladesh en Kosovo.

Hoe liep het ten slotte met haar af? Ze was zo bekend in Duitsland dat ze na een verblijf op tientallen verschillende onderduikadressen uiteindelijk in Lauwersoog belandde, in de Groninger Ommelanden. Zoals veel deportees, schrijft De Stoop, spreekt Aziza over een verblijfsvergunning alsof het een levend wezen is. “Als je vergunning dood is, kunnen ze met je sollen en dollen zoveel ze willen.” Haar droom kwam niet uit: na zeven jaar Duitsland en Nederland moest ze met haar gezin terug naar Macedonië, waar haar man mogelijk voor de krijgsraad moet verschijnen wegens dienstplichtontduiking. De Stoop: “Ze leefde zeven jaar in de voorwaardelijke wijs.”

    • Alfred van Cleef