Windsor

De bevlogen Britse monarch die in de televisieserie To play the King (KRO, zondagavond) het economisch beleid van zijn Conservatieve regering een menselijker gezicht probeert te geven, is een meervoudige figuur die uit verschillende personages is geassembleerd. Hij heeft het uiterlijk van de voormalige Belgische koning Leopold, spreekt met de stem van de tegenwoordige Britse kroonprins en propageert de sociale denkbeelden van de hertog van Windsor, de echtgenoot van de buitensporige hertogin van Windsor, voorheen mrs Wallis Simpson.

Michael Dobbs, de schrijver van deze serie, die een vervolg is op de reeks House of Cards, heeft de koning in een klassieke patstelling geplaatst die voor het monarchale staatshoofd op een onvermijdelijke onderwerping uitloopt: de monarch (onbeschreven blad zonder ervaring met machtspolitiek) denkt dat hij de premier een progressief beleid kan voorschrijven, maar stuit op de weerbarstige smalle marges van de constitutionele samenwerking met het politiek verantwoordelijke deel van zijn regering. Hij stoot zijn neus aan de onveranderlijkheid der dingen maar vooral aan een premier die hem slechts als ornament van staat beschouwt en hem geheel buiten de zaken houdt. Aanstaande zondagavond kan men zien hoe de koning zich daartegen teweer stelt.

Zijn constitutionele tegenspeler en medefirmant van de kroon, Francis Urquhart, is een prachtige creatie. Hij heeft het geduld van een duif, de geslepenheid van een slang en het brein van Machiavelli. De onzichtbare machinaties waarmee hij in zijn vorige functie (Chief Whip) een minister-president ten val heeft gebracht en met duivelse discretie de weg heeft geëffend voor zijn eigen verheffing, zijn wonderen van intellectuele techniek. Urquhart speelt met aandoenlijke zelfverloochening de outsider die met een verbazend gemak al zijn rivalen uit de weg ruimt of met chantage in zijn greep houdt. Hij is het dark horse dat tot ieders verrassing de race om het premierschap wint en meteen zijn geharnaste opvattingen over het primaat van de politiek op de koning botviert. Voor deze is geen rol van betekenis weggelegd. Voor de premier zelf, een kruising tussen Margaret Thatcher en Stanley Baldwin, daarentegen des te meer. De terzijdes die Michael Dobbs de premier in de mond legt, zijn soms woordelijk ontleend aan de heftige woorden die in de weken voorafgaande aan de Abdicatie tussen Baldwin en Edward VIII zijn gewisseld.

Het boek van Michael Dobbs waarop de televisieserie is gebaseerd verraadt weinig sympathie voor de monarchale staatsvorm noch voor de persoon van de monarch. De koning is een goedwillende wereldverbeteraar die zijn constitutionele positie overschat en daarmee een verdere beknotting van zijn koningschap veroorzaakt waaraan de aartscynicus Urquhart maar al te graag meewerkt. Urquhart zegt hardop wat vele andere premiers (ook in Nederland: Thorbecke, Gerbrandy, Den Uyl) alleen maar hebben durven denken: “I'll cut him (her) down to size.”

De sociaal bewogen koning uit de Britse televisieserie roept voortdurend associaties op met de hertog van Windsor, die ook na zijn aftreden de Britse regering bleef bestoken met zijn pleidooien voor de lotsverbetering van de armen, maar intussen zijn dubieuze miljoenen verkwistte aan de luxe genoegens van zijn onbevredigbare vrouw. Zijn slogan: 'Geef meer prioriteit aan de volkshuisvesting', viel bij een groot deel van het volk wel in de smaak.

Men had met de voormalige koning te doen, omdat het lot hem zo zwaar getroffen had. Hij was buiten Engeland verbannen en vrijwel tot nutteloosheid gedegradeerd, doordat de regering hem na zijn aftreden tot outcast had verklaard. Wallis, de vrouw voor wie hij volgens de populaire legende de troon had opgegeven, was er nog beroerder aan toe. Zij had zich de eeuwigdurende haat van haar schoonfamilie op de hals gehaald, die haar de deur wees en haar de rang van prinses onthield. Dat mevrouw zich in de jaren dertig en tijdens de oorlog omringde met 'bunkerbouwers' en nazivrienden en haar geld investeerde in staatsvijandelijke milieus en besmette projecten, werd door de regering angstvallig geheim gehouden. Evenals haar antecedenten uit een vroegere periode in haar leven, waarin ze bordeelmadam in China was. De bijzonderheden die de Secret Service over die periode ontdekte waren zo bizar dat Simpson's 'Chinese dossier' jarenlang als een groot staatsgeheim werd bewaard.

Op de ware geschiedenis van de hertog van Windsor heeft in Engeland meer dan vijftig jaar een taboe gerust, maar dat is voorgoed doorbroken na de publikatie in 1988 van de biografie Wallis door Charles Higham, die voor het eerst gebruik kon maken van de archiefbescheiden van het Amerikaanse OSS, de voorloper van de CIA. Daaruit kwam zowel een verleden in de Chinese prostitutie als een netwerk van intieme vriendschappen met Italiaanse fascisten en nauwe betrekkingen (soms politieke, soms ook seksuele) met hoge Berlijnse nazi's aan het licht. Verschillende moderne auteurs menen dat de hertog van Windsor (die aan een eenzijdige betovering leed en geheel door zijn vrouw werd overschaduwd) door de hertogin in het verderf is meegesleurd. Maar Charles Higham en vervolgens Gwynne Thomas (King Pawn or Black Knight? The sensational story of the treacherous collusion between Edward, Duke of Windsor and Adolf Hitler, 256 blz., London, 1995) hebben op grond van gedocumenteerd archiefonderzoek een nazi-netwerk rondom de hertog en hertogin van Windsor opgedolven dat duidelijk maakt waarom de Britse regering zo heftig naar de doofpot heeft gegrepen. De Britse regering was al eerder in verlegenheid geraakt door de publikatie van Duitse staatsdocumenten die Edwards centrale rol in de plannen van de nazi's onthulden. De stukken die Higham en Thomas daarna hebben gevonden, onthullen een nog duidelijker nazi-cynisme. Hitler en Hess (voor de laatste had Edward een grote bewondering) droomden van een bondgenootschap met Engeland, waarin Edward op de Britse troon was hersteld. Churchill was alleen een plaats in de gevangenis toegedacht.

    • Harry van Wijnen